Stammenstrijd teistert Guinee

Na de eerste democratische verkiezingen in Guinee strijden twee rivaliserende stammen om de macht.

Toen eind 2008 de autocratische president van Guinee na een lang ziekbed overleed, vreesde West-Afrika voor een nieuwe burgeroorlog. Armoede, corruptie, repressie, decennia van wanbestuur – Guinee had het allemaal. De buurlanden Liberia, Sierra Leone en Ivoorkust waren Guinee al voorgegaan.

Toch kwamen er voor het eerst in de geschiedenis van het verpauperde land democratische presidentsverkiezingen. De eerste ronde in juni verliep onverwacht vreedzaam. Daarna ging het alsnog mis. De uitslag van de tweede ronde, die na herhaaldelijk uitstel op 7 november gehouden werd, is zo omstreden dat het militair bewind de noodtoestand heeft afgekondigd. Volgens de mensenrechtenorganisatie Amnesty schoten de ordediensten de afgelopen week zeker twaalf jongeren dood. De spanning tussen twee rivaliserende stammen, de Malinké en de Peul, heeft een kookpunt bereikt.

De Peul zijn woedend omdat hun kandidaat, ex-premier Cellou Dalein Diallo, heeft verloren. De Peul zijn de grootste bevolkingsgroep van Guinee, maar worden met argwaan bekeken door andere stammen omdat ze een lichtere huidskleur hebben en slimme handelaars zijn. Zij hebben de winkeltjes en de import- en exportbedrijven. Ze worden gezien als sluw en onbetrouwbaar. Dalein kreeg in de eerste ronde 44 procent van de stemmen en leek zeker van een overwinning.

Acht dagen na de tweede ronde verklaarde de verkiezingscommissie dat Daleins opponent Alpha Condé de nieuwe president wordt. Condé behaalde in de eerste ronde 18 procent van de stemmen, maar is net als juntaleider Sekouba Konaté een Malinké. Veel Peul denken daarom dat de junta de overwinning van Condé bekokstoofd heeft. Condé is meer geïnteresseerd in macht dan in economie: hij leidde sinds de jaren zeventig een oppositiepartijtje. De bodem van Guinee bevat ’s werelds grootste reserve aan bauxiet, de grondstof voor aluminium, en een kolossale voorraad ijzererts. Onder toezicht van generaal Konaté, die heeft beloofd terug te treden, tekenden China en de Brits-Australische mijnbouwgigant Rio Tinto het afgelopen jaar miljardencontracten met Guinee.

Het leger werd in een eerder dit jaar verschenen VN-rapport al een gevaar voor de bevolking genoemd: het is betrokken bij drugs- en wapensmokkel, ontbeert elke discipline en is topzwaar met halfbakken militairen die veel te snel zijn gepromoveerd. „Guinee kan pas een echte democratie worden als het leger een radicale mentaliteitsverandering ondergaat”, aldus het rapport. Zover is het nog lang niet.

De president van Burkina Faso, Blaise Compaoré, zond vorig jaar zijn ex-stafchef naar Guinee om te helpen bij de herstructurering van het leger. Zo zou hij invloed willen uitoefenen op Guinee.