'Niemand kan me mijn waardigheid afpakken'

Vorig jaar zomer kwam de zanger Marco Borsato buiten zijn schuld in financiële problemen. Daar gaat zijn nieuwe cd over. „We leven nu drastisch anders. Toch ben ik niet minder gelukkig.”

Zanger Marco Borsato kwam vorig jaar zomer in het nieuws toen The Entertainment Group (TEG), waarvan hij aandeelhouder was, failliet ging. TEG, dat Borsato’s zaken regelde, hield zich bezig met allerlei aspecten van de vermaakssector. Het trad op als manager van artiesten, organiseerde concerten, fungeerde als platenmaatschappij, uitgever en evenementenbureau.

Ten tijde van het faillissement werd Borsato in sommige media ervan beschuldigd dat hij op de hoogte zou zijn geweest van de risicovolle miljoenenleningen en de roekeloze overnames die het bedrijf had gepleegd. Tijdens een persconferentie op televisie vertelde Borsato geëmotioneerd over zijn financiële situatie en over de verdachtmakingen aan zijn adres. Deze zomer werd zijn naam gezuiverd door een curator, die rapporteerde dat de zanger niet betrokken was bij het financiële beleid van TEG.

Borsato’s gisteren verschenen, negende cd, Dromen Durven Delen, ontstond naar aanleiding van de gebeurtenissen van het afgelopen jaar. Hij noemt deze periode een ‘emotioneel wak’. Maar op Dromen Durven Delen horen we Borsato zoals we hem van eerdere cd’s kennen, met hemelbestormende instrumentaties en zijn stem die daar krachtig bij uithaalt. In ballades en uptempo meezingers zingt hij zijn teksten die verwijzen naar verlies en verdriet. In andere nummers treft juist het ijzeren optimisme. Net als op eerdere cd’s, zingt Borsato op Dromen Durven Delen de liedjes die producer John Ewbank voor hem schreef.

Wie nam het initiatief voor Dromen Durven Delen?

„Na het afgelopen jaar had ik tijd nodig om te recupereren. In die periode kon ik niet bij mijn gevoel, dan is het lastig om een plaat te maken. Toen belde John en hij zei ‘Marco, er is maar één manier om hier uit te komen en dat is door te laten zien wie je bent en wat je kan. Te beginnen bij de muziek.’ Toen zijn we een keer bij elkaar gekomen. Daar, bij hem aan de piano, begon de liefde weer te borrelen. Hij speelde wat, en dan stond het kippenvel op mijn armen, soms zelfs tot aan mijn scheenbeen, en ik dacht ‘Dit is intens’.”

Hoe is uw relatie met liedjesschrijver John Ewbank?

„John en ik gaan al twintig jaar met elkaar om en we maken al twintig jaar muziek. Dat is altijd een strijd geweest, tussen mijn manier van werken, van mouwen opstropen en zeggen ‘Het is half negen, laten we beginnen’ en John, die kijkt of de sterren en de maan in de goede stand staan en gewoon afwacht wat er binnenkomt. Dat spanningsveld van karakters levert altijd vuurwerk op. Maar aan het eind van zo’n opname-periode waren we elkaar helemaal zat. Deze keer hebben we het anders aangepakt, we hebben meer gekeken naar wat we gemeen hebben.”

Hoe deden jullie dat?

„Na dat turbulente jaar zag John dat alle vanzelfsprekendheid voor mij verdwenen was, dat ik door het gedoe in de media in mijn integriteit was aangetast. We overlegden over de onderwerpen waarover we het wilden hebben. Hij heeft dan vaak een kreet of een melodie, of een paar regels tekst. Het onderwerp is bijvoorbeeld ‘verlies’, en dan bespreken we vanuit welke invalshoek we het willen belichten: vanuit hem, vanuit haar, of uit een derde persoon. Over al die details konden we nu meer en beter discussiëren. John liet me toe in de keuzen.

„Zo legden we de basis, die hij vervolgens uitwerkte. Hij belde me weleens op, zelfs midden in de nacht: ‘Moet je dit horen!’ En dan reageerde ik er op. Soms zei ik ‘oh nee, dat gaan we zeker niet doen’.”

Wanneer bijvoorbeeld?

„Johns vaart sinds zijn scheiding een bepaalde route. Maar ik zit op een heel ander pad. Bij allebei gaat het over verlies en over vriendschap. Maar soms is een woordkeuze van hem toch niet herkenbaar voor mij. Dan zeg ik ‘Dit kan ik niet de rest van mijn leven gaan zingen’, want dit gevoel ken ik niet. Dat snapt hij dan.”

Zijn teksten zijn vaak cryptisch. Er is onheil, maar de aard van het onheil is onduidelijk.

„Naar mijn idee gaat het niet zozeer om wat je zegt, maar om wat je bedoelt. Die gelaagdheid vind ik lekker. Mensen kunnen vissen in mijn muziek, ze halen er uit wat naar hun gading is.”

Kunt u een voorbeeld geven van die gelaagdheid?

„Neem ‘Waterkant’, waarin ik zing over ‘oude kleren van je afwerpen’ en de mogelijkheid om opnieuw te beginnen. Zieke mensen, voor wie ik het onlangs zong, geven er hun eigen invulling aan: de wens om zorg en pijn achter zich te laten. Voor mij kan het gaan over mijn bedrijf.

„Het nummer ‘Branden aan de zon’, gaat voor John over de behoefte om te kijken wat er nog meer is in dit leven. Zo begint de tekst met ‘Op een bed van goud kan ik niet rusten/ als de rust niet in mij zit’.’ Voor mij gaat het over je vleugels uitslaan, kijken hoever je je grenzen kunt oprekken. Soms brand je je aan de zon, net als Icarus, Maar dat is niet erg, iedereen maakt fouten.”

Het verhaal van Icarus gaat ook over hoogmoed. Het liedje lijkt te gaan over de artiest die tot grote hoogte is gestegen en dan overmoedig wordt.

„Als mens probeer ik altijd de grenzen van mijn talent verder op te rekken. Als ik niet zo was, zou ik nu nog steeds in de keuken staan. Dus in dat opzicht vind ik dat je altijd moet blijven reiken naar méér. Maar als je het hebt over mijn zakelijke avontuur, kun je wel zeggen dat ik de grens van mijn talent inmiddels heb gevonden.”

Is dat hoogmoed?

„Nee, volgens mij niet. Want daarmee bedoel je dat je alles zomaar denkt te kunnen. Voor mij ging deze kwestie over vertrouwen. Ik wist exact dat ik het niet zelf kon, daarom heb ik mijn financiële heil in handen van andere mensen gelegd. Als zij daar vervolgens mee aan de haal gaan, dan lijkt het voor het publiek alsof het míjn ambitie was. Maar dat was het niet.”

Dus u bent het slachtoffer van andermans hoogmoed?

„Ja.”

En die Icarus-figuur?

„Dat zijn anderen.”

U noemt het afgelopen jaar een ‘emotioneel wak’. Wat was het ergste dat dit jaar gebeurd is?

„Dat de onvoorwaardelijkheid van vriendschap verloren ging. Fouten kun je maken, maar dan gaat het erom hoe je daarmee omgaat. Ik was met een stel mensen aan een avontuur begonnen, en een aantal daarvan maakt het niet af. Ik heb geen verwijten, maar heb wel ervaren dat de vriendschap die ik voor mensen voelde, niet onvoorwaardelijk wederzijds was. Dat is een onvoorstelbaar gemis.”

Bent u nu wantrouwender?

„Ik ben het geloof in mensen niet kwijtgeraakt. Door mijn aard loop ik nu eenmaal risico om beschadigd te raken, omdat ik me open opstel. Van de recente gebeurtenissen heb ik geleerd om beter te luisteren naar mijn intuïtie. Die was in de loop van de tijd een beetje verdoofd geraakt. Door het succes, wellicht.”

Hoe bent u uit het wak gekomen?

„Mijn therapie was muziek. Muziek geeft kracht, houvast en troost. Dat wíst ik wel, niet voor niets gebruiken we muziek voor de workshops van War Child. Maar het werkt ook voor mezelf, bleek het afgelopen jaar.”

Wat zijn de concrete gevolgen van uw faillissement?

„De volle materiële omvang laat zich nog niet schetsen, maar we moeten drastisch anders leven. En dat doen we ook. Toch ben ik niet minder gelukkig. Toen ik begon als zanger was financiële onafhankelijkheid heel belangrijk voor me. Maar destijds bleek al dat je problemen niet voorbij zijn, zodra je alles kunt kopen wat je wilt. Nu blijkt dat het omgekeerde ook geldt. Nu de financiële onafhankelijkheid is weggevallen, is mijn geluk er niet minder om. De vanzelfsprekendheid van succes en van vriendschap is weg. Maar ik ben nog net zo gelukkig.”

Toch heeft het liedje ‘Vrij’ een nogal agressieve tekst.

„Ik zing ‘Pek en veren op mijn lijf/ zet dat zwaard maar op mijn keel’. Daarmee bedoel ik: wat er ook gebeurt, niemand kan me mijn waardigheid afpakken.

„Bij die tekst denk ik aan de Martin Luther Kings en de Mandela’s van deze wereld. Hoe Mandela na een half leven in de gevangenis te hebben gezeten, naar buiten komt lopen en omkijkt zonder wrok; iemand die alle reden had om boos en gefrustreerd te zijn, en in plaats daarvan een heel volk op sleeptouw neemt.

„Het nummer is een aansporing voor iedereen: wat je ook gebeurt, laat het niet je waardigheid ontnemen.”

U stond bekend om uw optimisme. Is dat er nog?

„Voor mij is het glas altijd halfvol, ja, maar het afgelopen jaar was er soms twijfel. Plotseling was het bon ton om tegen Marco aan te piesen. Dat verbaasde me niet, maar het fanatisme waarmee het gebeurde, verbaasde me wèl. Er zijn momenten geweest dat ik dacht ‘Als dit te lang duurt, weet ik niet of ik nog zin heb in dit vak’.

„Maar door met John achter de piano te zitten, de manier waarop hij zijn vingers zette en me een melodie liet horen, dan dacht ik ‘Ja, hier gaat het om’.”

Wat vindt u zelf het thema van de nieuwe cd?

„Het is zeker geen deprimerende plaat. Hij gaat over verlies, maar ook over hoop en solidariteit. Een nummer als ‘Als rennen geen zin meer heeft’ verwoordt hoe ik ben – of hoe ik wil zijn. Anderen moeten maar zeggen of ik het ook werkelijk bén. Het gaat over ‘als de goden aanvallen’ en je weet ‘die wedstrijd ga ik verliezen’. Maar dat er dan toch iemand zegt ‘Ik ga naast je staan, ik hou je hand vast en we gaan net zolang bouwen tot er weer iets staat’. Dat is vriendschap. Dat is zoals ik wil zijn.”

En bent u het ook?

„Dat kun je wel zeggen, ja. Zo’n soort vriend ben ik.”

Dromen Durven Delen is nu uit bij Universal Music.