Miljarden voor schone stroom

In 2020 moet Nederland 14 procent van zijn energie uit duurzame bronnen halen. Windenergie wordt fors gesubsidieerd om dat doel te bereiken.

Een subsidiepot van 4,5 miljard euro. En dat in tijden van harde bezuinigingen. Waarom zoveel geld voor windmolenparken? Het opwekken van duurzame energie was een speerpunt van het vorige kabinet. Het is beter voor het milieu dan conventionele centrales en het maakt Nederland minder afhankelijkheid van het Midden-Oosten en Rusland voor olie en gas.

De Europese Unie heeft alle lidstaten bovendien een doelstelling opgelegd voor duurzame energie. In het jaar 2020 moet Nederland van alle verbruikte energie 14 procent uit duurzame bronnen halen. Of dat gehaald wordt? Vorig jaar stond de teller op bijna 4 procent, en het aandeel duurzame energie groeit maar langzaam. Nederland blijft achter bij andere Europese landen, stelde het Centraal Bureau voor de Statistiek vorig jaar vast.

Een grote bijdrage wordt verwacht van windenergie. Maar er is veel weerstand tegen de bouw van windmolens op land. Daarom wordt gekeken naar de Noordzee. Daar vallen de windparken, voor landbewoners, niet in het oog. En ze zorgen niet voor horizonvervuiling. Bovendien waait het op de Noordzee harder en constanter dan boven land. En de Noordzee is vergeleken met andere wateren relatief ondiep, tussen de 25 en 40 meter.

Nadeel is dat de technologie nog betrekkelijk duur is. Naar verwachting is hij over tien à vijftien jaar concurrerend, afhankelijk van de olie- en gasprijzen. Nu moet er nog subsidie bij.

Wel biedt windenergie op zee voor Nederland een goede economische kans, zo stelde het Innovatieplatform eerder dit jaar vast. Er is een sterke offshore sector. Met het teruglopen van de olie- en gaswinning in de Noordzee is deze sector op zoek naar nieuwe markten. Met het bouwen en onderhouden van windparken op zee zijn duizenden nieuwe banen te creëren. Bedrijven als baggeraar Van Oord, scheepsbouwer IHC Merwede en turbinebouwer XEMC Darwind proberen zich op deze markt te vechten.

Het vorige kabinet had zich tot doel gesteld om in 2020 in totaal 6.000 megawatt aan opgesteld vermogen op zee te hebben staan. Dat is naar verwachting goed voor zo’n 15 procent van het landelijk elektriciteitsverbruik. Of dat doel gehaald gaat worden is zeer de vraag. Er zijn tot op heden pas twee windparken op de Noordzee gebouwd, samen goed voor 228 MW aan opgesteld vermogen. De nieuwe subsidieregeling moet leiden tot de bouw van drie nieuwe windparken. Voor het grootste deel, 3,5 miljard euro, is begin dit jaar een tender uitgeschreven. Er waren vijf partijen in de race voor deze miljardensubsidie.