Mijnbouwers kiezen nog voor Londen

Opportunistische mijnbouwconcerns volgen het spoor van het geld. De Russische aluminiumproducent Rusal heeft in januari de toon gezet door zijn beursgang voor 2,2 miljard dollar (1,6 miljard euro) in Hong Kong te laten plaatsvinden.

Nu zou het Australische mijnbouwbedrijf Resourcehouse dit voorbeeld kunnen volgen, en overweegt de Braziliaanse ijzerertsproducent Vale een tweede beursnotering in Hong Kong. Ondanks dit alles is Londen echter nog steeds nummer één.

De hoge beurskoersen in Azië zorgen voor aantrekkelijke beursintroducties, maar op de langere termijn is liquiditeit meer waard. De waarde op jaarbasis van de in Hong Kong verhandelde aandelen is in vijf jaar tijd ruim verdrievoudigd naar 1.500 miljard dollar in 2009, aldus de World Federation of Exchanges. Maar in hetzelfde onderzoek scoorde Londen twee maal zo hoog. Het aantal in Hong Kong genoteerde mijnbouwbedrijven ligt maar net iets boven de tien – en de meesten zijn gevestigd in China.

Daardoor schiet Hong Kong eveneens tekort op het punt van een andere waardevolle hulpbron waaraan mijnbouwbedrijven behoefte hebben: goede informatie. Zeer kundige analisten houden zich nog steeds liever op in Londen of het Australische Sydney, waar reusachtige concerns als Rio en BHP Billiton hun hoofdkwartier hebben en waar mondiale beleggingsfirma’s nog steeds veel belangrijke beslissingen nemen. Uit statistisch onderzoek blijkt bovendien dat waar analyses schaars zijn, de kapitaalkosten hoger dreigen uit te vallen.

Dan is er nog het punt van het ondernemingsbestuur. Krachtige normen doen ertoe in een bedrijfstak waar de corruptie zo welig tiert als in de mijnbouw. Hier heeft Hong Kong nog een hele inhaalrace voor de boeg. In Hong Kong is namelijk bijna geen sprake van kwartaalcijfers, en plaatselijke tycoons zijn er dikwijls veel machtiger dan hervormers. Kijk maar naar het percentage aandelen in de vrije verkoop: Rusal werd al toegelaten met slechts 11 procent, terwijl Londen in het algemeen minstens 25 procent eist. Slimme mijnbouwbedrijven kunnen overwegen het voorbeeld van Vale te volgen en voet aan de grond te houden in beide werelden.

De grondige kennis van de markt is in het voordeel van Londen, evenals de kapitaalkosten. Het is geen toeval dat de familie Bakrie uit Indonesië voor het in Londen genoteerde Vallar heeft gekozen, toen zij deze week bekendmaakte een nationale steenkoolkampioen in het leven te willen roepen. De handelsstromen van de mijnbouwconcerns bewegen zich in oostelijke richting, maar voor kapitaal is het westen nog steeds het beste.

John Foley

Vertaling Menno Grootveld