Mier is liever moe dan lui

Op het schoolplein leer je dat het niet stoer is om te knokken met kinderen die kleiner zijn dan jijzelf. Maar dat zijn wij, mensen. Dieren hebben daar weinig mee te maken. Zo eten roofdieren het liefst oude, zieke of piepjonge dieren. Dat kost minder moeite. Ze nemen ‘de weg van de minste weerstand’, heet dat. De natuur is liever lui dan moe.

Nou ja, dat dachten de biologen. Tot Duitse onderzoekers een mierensoort ontdekten die iets deed wat daarmee niet klopte. De zogeheten slavenmier rooft jonge miertjes van een andere soort uit nesten om die als slaven te gebruiken, en de slavenmieren vallen bij die rooftocht juist stérke mierenkolonies aan. Zwak verdedigde kolonies laten ze links liggen. Deze mierensoort is dus liever moe dan lui!

Maar wacht eens even, dachten de onderzoekers, zo’n strooptocht is wel heel gevaarlijk, maar misschien is de mogelijke beloning des te groter.

De kolonies van de slavenmier zijn heel erg klein, met soms maar vijftig stuks. Ze passen met z’n allen in een druif. Soms heeft een kolonie maar twee verkenners, die er op uit moeten om slaven te zoeken.

Als die verkenners sneuvelen, dan sterft het hele volk van slavenmieren. En als de verkenners met lege pootjes terugkomen, dan loopt het met de kolonie ook verkeerd af.

De verkenners kunnen dus maar beter meteen een grote buit proberen binnen te halen. Maar als je een zwakke kolonie aanvalt, wat nog altijd een gevaarlijke onderneming is, kan het gebeuren dat je niet één miertje aantreft. Zwakke kolonies hebben meestal veel minder jonge dieren.

Als die slavenmieren toch op plundertocht gaan, kiezen ze dus liever een sterke kolonie uit: met goede verdedigers, maar met óók een heleboel jonge miertjes.

Slavenmieren zijn dus wel liever lui dan moe. Ze nemen alleen niét de weg van de minste weerstand.

    • Menno Steketee