Krijg de kleren en vind een baan

Wie solliciteert, doet dat in zijn mooiste pak. Maar wie lang werkloos was, heeft geen geld voor mooie kleren. De vrijwilligers van Dress for Success steken werkzoekenden gratis in een merkpak. ‘Mag ik dit echt houden?’

De winkelmedewerkers wachten. Over vijf minuten komt hun klant. Nog maar eens de lippen bijstiften. De herfstblaadjes in de etalage schikken. Een van hen controleert in de passpiegel of haar rok recht zit. Om half elf precies rinkelt het deurbelletje, de drie dames veren op. Een kleine, donkere man in een verwassen bloesje en oude spijkerbroek staat in de deuropening. Hij aarzelt even en zegt dan: „Hallo ik afspraak?” Gretig knikken de dames en ze steken hun hand naar hem uit. Wil hij soms een kopje thee?

Amsterdam, Geuzenveld. Daar waar de stad bijna overgaat in weilanden, aan een lange Turks-Marokkaanse winkelboulevard, ligt Dress for Success. De kledingwinkel lijkt op een chic modehuis, met overvloedig en kundig personeel, uitgebreide kledingrekken en een mooie etalage. Toch is de cliëntèle bepaald niet gegoed: Dress for Success kleedt alleen mensen met een minimuminkomen. Mensen die gaan solliciteren naar een baan, maar geen geld hebben voor een nette outfit.

Zoals Nadeem Shahzad. Zes jaar geleden kwam hij vanuit Pakistan naar Nederland. Tot voor kort mocht hij nog geen betaald werk verrichten, hij deed vrijwilligerswerk. Morgen solliciteert hij voor het eerst. Het is een baan als sales executive bij een internationaal bedrijf in Amsterdam Zuid-Oost. Hij schuift de uitnodiging voor het sollicitatiegesprek naar de winkelmedewerkers toe. ‘Dress code: business attire’, staat er. „Het is een formeel bedrijf”, zegt Nadeem. En dan zacht: „Ik ben niet formeel.”

„Mensen die representatief naar een sollicitatiegesprek gaan, hebben meer kans op een baan”, zegt Ine de Haas, bestuurslid van de Amsterdamse winkel Dress for Success. „Niet in de laatste plaats omdat ze er zelfverzekerder van worden. Het lastige is dat mensen die van een minimum moeten rondkomen vaak geen geld hebben voor zulke kleren. Daarvoor komen ze bij ons.” Op de winkelcoördinator na drijft Dress for Success op vrijwilligers.

De Haas: „We hebben oud-secretaresses die ervaring willen opdoen in het modevak, allochtonen die de taal goed willen leren spreken en een netwerk willen opbouwen, maar ook een voormalig verkoopster van de Bijenkorf.” Eén ding hebben ze gemeen: ze hebben affiniteit met mode. Volgens De Haas adviseren de vrijwilligers niet alleen in de kledingkeuze, maar bereiden zij de klanten ook voor op de sollicitatie. „Mensen die lang thuis hebben gezeten zijn vaak zenuwachtig voor het eerste sollicitatiegesprek. Wij fungeren als een tussenstation.”

In de kledingrekken hangen kleren van chique merken als Armani. „We zijn bepaald geen kringloopwinkel”, zegt De Haas. De stichting heeft een aantal vaste donateurs, zoals Tommy Hilfiger en Suit Supply die alle niet-opgehaalde maatpakken en overhemden aan de winkel schenkt. Damesmerk Kyra & Ko doneert de restanten van oude collecties. Ook particulieren en bedrijven als KPMG en Clifford Chance geven kleren. „Maar we selecteren streng”, zegt De Haas. „Alles wat we krijgen moet zo goed als nieuw zijn. Broeken met glimmende zitvlakken en hemden met groezelige boorden sturen we door naar de Kledingbank.”

Nadeem heeft in zijn eigen kast één oud jasje hangen, voor de feestdagen. Als hij wordt aangenomen zal hij elke dag een pak moeten dragen. En Engels moeten spreken. „Can you still breath?” Vrijwilliger Marcin komt uit Londen en oefent alvast met Nadeem. Het bovenste knoopje van Nadeems overhemd gaat maar net dicht. Nadeem knikt. „Yes.” Het is een lichtblauw overhemd van dikke zijde. Op het borstzakje zijn de initialen ‘B.F.’ geborduurd. Marcin vertelt dat de overhemden van Dress for Success grotendeels tailor made zijn. „Het nadeel is dat het vaak afwijkende maten zijn”, zegt hij. Lange overhemden met heel korte mouwen bijvoorbeeld, of een smal hemd met ruime boord. „Maar als het past, dan past het ook perfect.” Er gebeurt iets merkwaardigs. Nadeem is met een donkergrijs krijtstreeppak in zijn pashokje verdwenen. Zodra het gordijn opengaat, komt er een andere man uit het pashokje. Een sales executive. Als Nadeem zichzelf in de spiegel ziet, deinst hij even achteruit. Dan lacht hij verlegen. „Mooi.” En dan: „Mag ik dit echt houden?” Marcin knikt: „Die B.F. moest eens weten hoe wij zijn laksheid waarderen.” Nadeem strijkt zacht over zijn stoppelbaard. „Ik zal me ook scheren.” Zijn vriendin wees hem op Dress for Success. „Anders had ik waarschijnlijk in mijn normale kleren gesolliciteerd.”

Julius Thyssen werkte als systeembeheerder bij BNR Nieuwsradio en de UvA, maar toen hij probeerde een eigen bedrijf op te zetten liep het mis. Inmiddels zit hij in de bijstand. Morgen heeft Julius een sollicitatiegesprek bij een werving-en-selectiebureau. Zijn enige pak, ooit gekregen van zijn schoonvader, zit hem veel te ruim en hij draagt het alleen naar begrafenissen. „Eerlijk gezegd heb ik nog nooit gesolliciteerd in pak”, zegt hij. „Misschien helpt zoiets toch.” Volgens vrijwilligster Fatima heeft Julius een mooi slank lichaam en lange armen. „Lastig voor pakken”, zegt ze. Ze trekt een paars overhemd uit het rek. Julius zou zelf nooit paars dragen, zegt hij. Maar hij wil het best passen. „Ook het jasje erover, hè”, zegt Fatima. Als Julius het pashokje uitkomt, kijkt Fatima voldaan. Ze duwt hem naar de spiegel. „Kijk maar, paars haalt je op.” Hij mag ook een paar schoenen uitkiezen. Dat vindt hij nog de grootste verrassing. „Ik heb zelf allesbehalve nette schoenen.” Volgens Fatima is hij nu een echte ICT’er. Julius rommelt aan de knopen. „Hoe is de etiquette ook alweer, met open en dicht?” vraagt hij. Volgens Fatima is het vooral belangrijk dat hij een stevige hand geeft. „En niet je armen over elkaar”, zegt ze. Julius kijkt nog eens naar zichzelf, trekt zijn schouders naar achter. „Het gaat natuurlijk om de inhoud”, mompelt hij. „Maar dit voelt toch wel goed.”

Je moet haar niet achter de kassa zetten, want dan krijgt ze de zenuwen, zegt ze. Edith Mandjes zit sinds januari in de ziektewet. Ze heeft veel erva- ring als winkelmedewerker, vertelt ze. In kledingwinkels, schoenenwinkels en bij bouwmarkten. Door verkeerde medicatie voor haar schildklierafwijking kreeg ze concentratieproblemen en stopte ze met werken. Nu gaat het beter en wil ze weer aan de slag. En dus niet achter de kassa, zegt ze, maar als adviseur. „Ik zeg altijd: laat mij maar babbelen.” Edith is uitgenodigd voor een sollicitatieworkshop van het CWI. Op de uitnodiging staat: „Kom in uw sollicitatiekleding, dan profiteert u het meeste van uw workshop.” Edith hoopt goede tips te krijgen voor sollicitatiegesprekken. „En weer goede moed, want die was ik even kwijt.” Vrijwilligster Tayebeh uit Iran zoekt secuur tussen de rokken. Edith is gek op korte rokjes. „Jammer dat ik er de benen niet voor heb.” Dus zoeken ze langere modellen. Edith zoekt zelf ook mee. Edith past een zwart exemplaar. „O nee!” roept ze vanuit haar kleedhokje. Met de rokband om haar middel gesnoerd, schuifelt ze naar buiten. „Ik moet aan de ramadan”, zegt ze. Tayebeh grinnikt. Tientallen rokken en jurken passeren de revue. Te lang, te tuttig, een oubollig stofje. „Trek anders even hakken aan”, zegt vrijwilligster Christien. „En dit sjaaltje. Zonder accessoires kun je een rok niet beoordelen.” De lakschoenen waar Tayebeh mee aan komt zetten vindt Edith „spuuglelijk”. Bovendien hebben ze een slechte pasvorm. „Een vakvrouw”, zegt Christien. „Zeker ervaring in de schoenenbranche?” Plotseling is daar de strokenrok. Iedereen ziet het al voordat ze hem heeft gepast. Als Edith het gordijn theatraal openslaat, krijgt ze een applausje van Tayebeh en Christien. „Werkgevers, kom maar op.”

Een zelfbewuste man met mooie pullover wandelt de winkel binnen. Vrijwilligster Paula kijkt kort naar Karel Blanksma, de winkelcoördinator. Die trekt even haar wenkbrauwen op. „Wat zie jij er goed uit”, zeggen de dames tegen Michael Conrad. Michael had tot een paar dagen geleden nog een contract. Maar dat is nu beëindigd. Overmorgen heeft hij een sollicitatiegesprek als accountmanager bij een bank. Hij had nog wel een pak in de kast hangen. „Maar ik wist dat ik hier een nieuwe kon krijgen”, zegt hij. Schoenen heeft hij nog. „Heb je je doorverwijzing mee?” vraagt Karel. Ja, die heeft hij. Dan vraagt Karel of hij thee wil.

Dress for Success vraagt nooit om salarisstrookjes. Een sollicitatie-uitnodiging en doorverwijzing van UWV of andere gerelateerde instantie zijn genoeg. „Natuurlijk wordt er wel eens misbruik van onze diensten gemaakt”, zegt bestuurslid Ine de Haas. „Maar vrijwel iedereen die hier komt, heeft meer dan een half jaar geen werk.” Karel en Paula laten Michael eindeloos pakken passen. De meeste pakken zijn Michael te groot. „Nederlandse heren die een pak op maat laten maken, zijn doorgaans wat forser dan onze klanten”, zegt Karel. Een grijs krijtstreeppak zit hem uiteindelijk als gegoten. De brede rode stropdas maakt het volgens de dames ‘helemaal af’. Karel zegt later dat ze nooit op uiterlijk probeert te oordelen. „Armoede heeft vele gezichten. Zelfverzekerdheid en een mooie trui zeggen niets.”

Wie slaagt, wordt beloond. Elke sollicitant die is aangenomen, mag een tweede outfit komen uitkiezen. Zodat ze voldoende representatieve kleren hebben tot hun eerste salaris wordt gestort. „Dag dames, daar ben ik weer!” Bernard Fabry is vorige week aangenomen als monteur bij een autobergingsbedrijf. „Het gesprek was met een vrouw”, vertelt hij. Eenenzeventig minuten duurde het. „Toen zei ze: ‘Wat een mooi pak draagt u. Maar vindt u het erg om ook af en toe een overall te dragen?’” Een tweede pak heeft Bernard dus niet nodig. Wel iets moois om cursussen in te volgen. „Wat heeft u zelf nog aan casual kleding?” vraagt vrijwilligster Marije. Bernard wijst op zijn polo en spijkerbroek. „Is dat alles? Heeft u wel een winterjas?” Bernard schudt zijn hoofd. Al zijn geld geeft hij uit aan de kinderen. Dan verdwijnt hij in het pashokje. Alleen zijn hand steekt er af en toe uit, om alle overhemden, bandplooibroeken en pullovers aan te nemen. En dan staat Bernard daar. Loafers van Tommy Hilfiger, ecru broek, lamswollen trui, winterjas met zijden voering en een Schotse sjaal. Een heer. „Zal ik de kleren terugbrengen als ik weer geld verdien?” vraagt Bernard. Daar valt niet over te praten, zegt Marije. Ze vouwt de nieuwe kleren voorzichtig op en doet ze in een glimmende tas. „Meneer Fabry, het allerbeste.” Bij de deur draait Bernard zich om en grijnst. „Hoe jullie naar mij kijken. Zulk winkelpersoneel is net sciencefiction.”

Van de sollicitanten die door Dress for Success zijn gekleed, wordt meer dan de helft aangenomen. Hoe dat percentage zich verhoudt tot andere reïntegrerende sollicitanten is onbekend. Nadeem is niet door naar de volgende ronde, Julius wacht nog op de uitslag, Edith stond per abuis niet op de aanwezigheidslijst en heeft de cursus gemist, Michael is door naar de tweede ronde en Bernard begint aanstaande maandag zijn eerste werkdag als monteur.