Het weer zorgt voor de sfeer

Laatst bedacht ik het ineens met schrik: het is wildtijd. Andere jaren helpt de fazantenhaan die plechtig de tuin in komt schrijden me daar altijd aan herinneren, maar dit jaar is het beest helemaal niet weggeweest en dan associeer je hem dus niet meer met een bepaald seizoen.

Gelukkig denken sommige andere mensen er wel om en toen ik hier en daar woorden als ‘hazenrug’ en ‘patrijs’ opving schoot het me dus te binnen. Wildtijd. En als je niet uitkijkt is die tijd zo weer voorbij, 31 januari is het afgelopen.

Dus het is zaak om als de bliksem eens iets leuks te braden.

In de immens herfstige sfeer die het weer weet te creëren past zoiets als zuurkool heel goed. En dan denk je vanzelf aan een onontkoombare klassieke combinatie: fazant met.

Nu is de fazant een moeilijk diertje. De smaak is prima, echt wild, maar als je niet oppast zit je met een droog borststuk en trek je verwoed met je tanden aan de al even droge boutjes waar bij een fazant irritante peesjes doorheen lopen.

Die peesjes zitten er nu eenmaal. Daar is niets aan te doen. Maar het scheelt wel als de boutjes goed gaar zijn. De borst daarentegen moet niet al te gaar worden, want dan heb je kurkdroog vlees. Dus gaan we de vogel na het braden in stukken verdelen om alle onderdelen tot hun eigen recht laten komen.

En dan is het opmerkelijk hoe makkelijk dit eigenlijk te maken is, en hoe weinig werk, en hoe weinig stress ermee gepaard gaat. En hoeveel genoegen.

Zet de oven op 150 graden.

Snijd het zuurkoolspek en de worst in plakken. Smelt wat boter in een royale braadpan. Leg daar een laag zuurkool op, daarop een laagje spek, worst, specerijen en laurierblaadjes, daarop weer zuurkool etc. Eindig met zuurkool.

Giet er zoveel witte wijn bij dat het geheel driekwart onder staat en laat een uur zachtjes stoven.

Braad in een pan die in de oven kan de twee fazanten aan, stuk voor stuk. Bestrooi ze met peper en zout. Doe het deksel op de pan en zet hem een half uur in de oven.

Haal na een half uur de pan uit de oven en snijd de poten los van het borstvlees. Het zal er daar nog heel ongaar uitzien. Leg de poten op de zuurkool.

Snijd intussen de borstfilets los van het karkas en leg die het laatste kwartier ook op de zuurkool, totdat alles in één keer gaar is.

Verwarm een platte dienschaal voor. Leg daar de zuurkool op, stal het spek en de worst een beetje uit en vis de jeneverbessen uit de kool. Schik naast de kool de stukken fazant en overgiet ze met een klein beetje van hun braadjus.

Geef er gestoomde aardappels bij die in de lengte in vieren zijn gesneden en die even omgeschud zijn met een klontje boter.

Voor een makkelijk en toch leuk weekenddinertje maak je een kopje heldere soep met paddestoelen vooraf en eet peren met bruine suiker en kaneel uit de oven toe. Die schuif je de oven in als de fazant eruit gaat.