Het was niet de leukste week om PVV'er te zijn

In het bastion van de PVV komen barstjes door het rumoer rond het verleden van fractieleden. Wilders verloor even zijn harde en vastberaden toon.

Den Haag : 17 juni 2010 PVV fractie. foto © Roel Rozenburg

In een donkere nis van het Tweede Kamergebouw staat PVV-Kamerlid Richard de Mos aan zijn telefoon te friemelen. Hij heeft een rothumeur. De avond daarvoor liet een tv-omroep een filmpje zien waarop De Mos vertelt dat hij ooit schooldirecteur was. Probleem: dat is niet zo. De leraar was daartoe slechts opgeleid. De Mos: „Het is niet de leukste week om PVV’er te zijn. Als Geert niet zo blond was, zou hij nu een hoop grijze haren hebben.”

De PVV-leider heeft het ook niet makkelijk. Wilders beheerst graag het gedrag van al zijn Kamerleden, wat moeilijker is met de 24 Kamerleden van nu, dan met de negen van voor juni. Op een enkel voorval met de kleurrijke oud-politieagent Hero Brinkman na, toonden die acht mannen en één vrouw zich binnen én buiten het parlement uiterst gedisciplineerd: voor vragen over de partij en de politieke strategie verwezen zij netjes naar ‘Geert’. Ook verder geen LPF-toestanden: in de Kamer wisten ze hoe te handelen en waar het over ging. Niet iedereen had dat voorspeld. Voor de verkiezingen van 9 juni verklaarde Wilders trots dat hij een ploeg had gevonden „om een puntje aan te zuigen”.

De afgelopen week zal hij niet altijd zo over zijn 24-koppige fractie hebben gedacht. Het leugentje van Richard de Mos over zijn verleden was immers nog maar een kleinigheid vergeleken met andere problemen waar de fractie de afgelopen anderhalve week tegenaan liep. De argumenten in de interne strijd over partijdemocratisering van Martin Bosma (tegen) en Hero Brinkman (voor) lekten uit. James Sharpe bleek ooit beschuldigd van geweldpleging en zijn bedrijf recentelijk verscheidene keren beboet voor misleiding van klanten. Toen ook zijn ex zich meldde, besloot hij zijn zetel ter beschikking te stellen. Kamerlid Eric Lucassen weigerde zijn zetel op te geven, ondanks onthullingen over boetes voor „baldadig” gedrag tegen buurtgenoten en een veroordeling wegens ontucht. En gisterenavond meldde de NOS ook nog dat op camera is vastgelegd hoe PVV-Kamerlid Marcial Hernandez bij een café in Den Haag iemand op zijn gezicht sloeg.

Partijleider Wilders leed zichtbaar onder de stroom slecht nieuws. In het Kamerdebat dat de oppositie deze week had aangevraagd, was weinig meer te zien van zijn harde en vastberaden toon. Buiten de Kamer viel hij terug op een oude, beproefde methode: mediastilte. Op de wandelgangen duwden beveiligers cameraploegen en journalisten grofweg opzij. Afgelopen donderdag, tijdens een ingelaste fractiebijeenkomst, verordonneerde Wilders zijn fractie hetzelfde te doen, in ieder geval tot maandagavond. Ook niet achter de schermen.

Want PVV-Kamerleden doen dat sinds enige tijd wel af en toe. Dan vertellen ze, op voorwaarde van anonimiteit, over hun werk, over de manier waarop Wilders de zaak leidt, over de nieuwe politieke verhoudingen – de partij is gedoogpartner van het kabinet – en over de spanningen in de fractie. Met 24 leden, zo blijkt uit de gesprekken, kan Wilders’ wil onmogelijk altijd wet zijn. Zo ontspon zich op dinsdagochtend 7 september in de fractie een heftige discussie over de rol van de fractie. Vier dagen eerder had Wilders de formatiebesprekingen afgebroken. Een dissident als Ab Klink, zo was Wilders’ argument, maakte de vorming van een minderheidsregering met gedoogsteun van de PVV onmogelijk. Maar Ab Klink had inmiddels zijn vertrek toch aangekondigd? Tijd om door te onderhandelen, zei de meerderheid van de fractie. Een enkeling verzette zich. De basis van 76 zetels was volgens hen te klein. En bovendien, juist in de oppositie zou de partij groeien. Nee, zeiden de voorstanders. Wij zullen de schuld van de breuk krijgen, kijk maar naar de koppen in De Telegraaf van vanmorgen. En juist als de partij als gedoogpartner pijn incasseert, kan ze uiteindelijk de grootste worden. De PVV-leider besloot de formatiebesprekingen te hervatten.

Over fractievergaderingen mogen PVV’ers niet praten. Logisch. Maar zelfs de meest eenvoudige vragen, zoals wat de PVV ergens van vindt, willen zij vaak niet beantwoorden. „Laten we even schieten”, is een veelgehoorde kreet van de fractievoorlichters. Vaker hoor je niets. Brinkman noemt het mediabeleid „knechtend” en „hopeloos vertragend”. Journalisten moeten hun verzoek indienen bij de voorlichters. Die sturen deze door aan Fleur Agema, de vicefractievoorzitter. En zij beslist vervolgens – soms na overleg met Wilders of een portefeuillehouder – wat ermee gebeurt.

Maar nu de PVV gedoogsteun verleent aan het minderheidskabinet van VVD en CDA, krijgen de PVV’ers een andere rol. Een constructievere houding als het kan en wat genuanceerdere standpunten dan voorheen. Zo kan het gebeuren dat Brinkman tijdens een debat over de politie het verwijt krijgt ambtelijke taal te gebruiken. En dat SP’er Ronald van Raak bij het debat over de begroting van het Koninklijk Huis mopperde dat de PVV te vaag bleef. „De PVV begint steeds meer op de PvdA te lijken.”

Daar hoort ook een ander mediabeleid bij. En al voordat Brinkmans notitie uitlekte, had Wilders een soepeler persbeleid aangekondigd. Dat moet onder meer voorkomen dat een nieuw Kamerlid naar een voorlichter verwijst wanneer een journalist vraagt om een kennismakingsafspraak: „Anders krijg ik trammelant.”

Opvallend, zo’n verwijzing, want voor zij de Kamer ingingen, kregen alle PVV-Kamerleden onder andere debat- en mediatraining. En nog steeds. Al worden die tegenwoordig lang niet meer alleen door Wilders gegeven. Daarvoor is de partij nu te groot. Voor de Provinciale Statenverkiezingen hebben Kamerleden in duo’s provincies ‘geadopteerd’. Het klasje in Noord-Holland staat bijvoorbeeld onder leiding van Brinkman en Lucassen. Twee keer in de maand geven zij les. Zo spelen ze Barend en Van Dorp na met de aspirant-kandidaten. In Noord-Brabant doet De Mos iets vergelijkbaars. Voor een draaiende camera laat hij zijn kandidaten in twee minuten hun verhaal doen.

De huidige Kamerleden vertelden ook over klasjes Nederlandse geschiedenis. „Het zou toch lullig zijn als wij niet weten wie Willem van Oranje is”, zei één van hen. „Juist onze partij wil Nederlandse tradities en gebruiken in stand houden.”

Die klasjes noch de straffe hand van Wilders, waren nodig om loyaliteit aan de leider af te dwingen. Daarop, zo zeggen sommige Kamerleden ook met zoveel woorden, was al toegezien bij hun selectie. Het moet gezegd: een gebrek aan loyaliteit aan Wilders is ook niet oorzaak geweest van de problemen van deze week. Toch kan een voorzichtige conclusie luiden dat Wilders bij zijn speurtocht naar loyale fractiegenoten sommige andere kwaliteiten over het hoofd zag. Loyale strijders zijn niet altijd de beste. En zeker niet altijd van onbesproken gedrag.