'Eerst die Nobelprijs overleven'

Nobelprijswinnaar Andre Geim wilde internationaal aanzien vergaren. Het maakte niet uit waar. Zo belandde hij in Nijmegen, en vertrok. ‘Ik had geen zin om dat provincietaaltje bij te schaven.’

Nobel prize winning physicist, Professor Andre Geim who won the 2010 Nobel Prize in Physics jointly with Konstantin Novoselov their discovery of graphene. Professor Geim is the Langworthy Professor and director of the Manchester Centre for Mesoscience and Nanotechnology at the University of Manchester. Professor Geim is holding a mug with frogs on it because he did an experiment where levitated a frog. Professor Geim is Russian-born but now holds Dutch citizenship.

Zucht. Andre Geim, fysicus, Nobelprijswinnaar, net 52 geworden, hijst zich uit zijn stoel en veegt met de rug van zijn hand over zijn voorhoofd.

„Oh, hello, hello. Goedemorgen.”

Hij loopt van zijn bureau naar zijn tafel (anderhalve stap) en schuift een stapel ongeopende brieven op een van de stoelen die er omheen staan.

Gefeliciteerd.

„Ah, ja, yes, bedankt.”

Zucht.

„It is a nightmare.”

Een kamer van twee bij drie in het Schuster Gebouw op de campus van de Universiteit van Manchester. Een net gelauwerde professor die door zijn zeven jaren in Nederland nog drie woorden Nederlands spreekt en heel erg moe is.

Valt het zo tegen?

„Ik dacht: dit is gewoon de zoveelste prijs. Ik had het verkeerd.”

Sinds 5 oktober, toen Stockholm belde, wil iedereen hem als eregast bij een diner, als spreker op een congres, als ondertekenaar van een petitie, als gezicht van een goed doel, als geïnterviewde in de krant. De president van Burkina Faso mailt hem: of hij zich wil uitspreken tegen vrouwenbesnijdenis. Een Nobelprijswinnaar heeft namelijk overal verstand van. „Ik ben nu een orakel.”

Zijn er ook mensen jaloers?

„Als je nooit jaloezie opwekt, haal je niet uit je leven wat erin zit.”

Eind 2003 haalde Geim samen met zijn 36-jarige collega Konstantin Novoselov (medewinnaar) met een stukje Scotch-tape een laagje koolstof van één atoom dik van een blokje grafiet: grafeen. Niemand dacht dat het kon, maar het kon. Grafeen: het platste materiaal in de kosmos, sterker dan het sterkste staal, onzichtbare geleider van elektriciteit. Hoopvolle verwachting: dat er lcd-schermen van kunnen worden gemaakt, minuscule sensoren, nieuwe kunststoffen, chips misschien.

Heeft u grafeen echt met z’n tweeën op een vrijdagavond ontdekt?

„Er zat natuurlijk veel meer werk aan vast. We deden het met z’n twaalven ongeveer, onder wie mijn vrouw. Maar het was mijn idee om het te gaan doen en Kostya was de leider.”

Zijn vrouw is Irina Grigorieva. Zij is hoogleraar bij dezelfde afdeling als Andre Geim: condensed matter (vaste stof). Haar werkkamer is een paar deuren verder.

Zij deelt niet in de prijs.

„Omdat ze alleen heeft geholpen met het schrijven van het artikel. Normaal werkten we nauw samen, maar toen grafeen werd ontdekt, was onze dochter klein, nog geen vier. Mijn vrouw werkte minder in die jaren. Ze was wat op de achtergrond geraakt.”

Vindt ze dat nu jammer?

„Als ze de keuze had gehad tussen de Nobelprijs en onze dochter, dan had ze gekozen voor onze dochter.”

Hij kent zijn vrouw van de bergsportclub waar ze lid van waren, nog in Rusland. ‘Russia’, zegt hij, met een rollende r. Hij maakt er een wegwerpend gebaar bij, alsof hij wil uitdrukken dat het leven daar ver achter hem ligt.

U bent geboren in Sochi aan de Zwarte Zee.

„Daar heb ik de eerste tien jaar van mijn leven gewoond, bij mijn grootmoeder.”

Waarom bij haar?

„Zo hadden mijn ouders het geregeld. Ze waren high flying ingenieurs, ze werkten allebei. Hun leven was ingewikkeld. Mijn broer woonde bij hen en ik woonde bij mijn grootmoeder.” De moeder van zijn moeder.

Wat was er zo ingewikkeld?

„Ze waren van Duitse afkomst. Na de Tweede Wereldoorlog werden veel Duitsers naar werkkampen gestuurd, naar Siberië. Ze werden als onbetrouwbaar gezien.”

Uw ouders ook?

„Zij ook. Het is bekend hoe de Joden hebben geleden onder de pogroms. Minder bekend is hoe hard andere minderheden werden aangepakt.”

Wat betekende dat voor uw jeugd?

„Mijn grootmoeder was Joods en ik had een Duitse naam. Op school werd ik uitgescholden voor nazi en fascist of voor bloody Jew. Rusland is een racistisch land. Maar ik kon mezelf verdedigen. De schok kwam pas toen ik twee keer werd afgewezen door de universiteit waar ik wilde studeren, in Moskou.”

Een schimmenspel. Was het omdat hij geen toegang tot strategische kennis (kernfysica) mocht krijgen? Of was hij gewoon niet goed genoeg? Een jongen uit de provincie, die vanaf zijn tiende met zijn ouders in Kabardino Balkaria woonde, in de Kaukasus, en voor wie Moskou het centrum van de beschaving was. Hij was onzeker over zijn niveau.

Maar hij dacht niet: laat maar zitten. Hij dacht: ‘Hell. Let me then try for the crème de la crème.” Crream de la crream.

Zo kwam Andre Geim op de beste technische universiteit van de Sovjet-Unie, het Moscow Institute of Physics and Technology, jaren zeventig. Daar konden ze het zich veroorloven om niet mee te doen aan discriminatie. Alleen de resultaten van de toelatingsexamens telden. En Andre Geim had hoge cijfers gehaald.

Als jongen van vijftien wilde hij op zoek naar de antwoorden op de grote vragen: hoe zit de kosmos in elkaar. Astrofysica. Deeltjesfysica. Later schreef hij zijn proefschrift over de fysica van metalen. Saai. Boorring. Maar daarna begon het leuk te worden. „Ik had me de basiskennis eigengemaakt, nu kon ik mijn eigen onderwerpen kiezen, fantaseren, denken, spelen.”

En de grote vragen?

„Hoe meer je weet, hoe beter je inziet dat vragen over de kosmos niet interessanter of dieper hoeven zijn dan vragen over vaste stof.”

Hij was niet van plan om naar het Westen te gaan. De perestrojka was al begonnen. Maar een fellowship van zes maanden aan de Universiteit van Nottingham, Groot-Brittannië, bracht hem op andere gedachten. „In drie maanden deed ik meer dan in de acht jaren daarvoor in Moskou.”

U kwam in het paradijs?

„Dat is het woord niet. Maar ik kon opeens veel meer bijdragen aan de wetenschap. Ik hoefde niet meer tegen windmolens te vechten.”

Windmolens?

„Gebrek aan geld, gebrek aan apparatuur, gebrek aan onderzoeksmateriaal, gebrek aan alles.”

Na het fellowship werd hij post-doc, in Nottingham. In Rusland had hij een zeker prestige opgebouwd, maar hier moest hij op zijn tweeëndertigste weer van de grond af beginnen. Een nobody met een H-index van 1: één artikel, één keer geciteerd. Russische artikelen tellen in het Westen niet mee, want wie leest er nou Russisch? Vier jaar later ging hij naar Nijmegen.

Waarom Nijmegen?

„Ik voelde me ontheemd en in Nijmegen kon ik een vaste baan krijgen.”

Maar u koos ook voor het onderzoek daar?

„Nee, het belangrijkste was die vaste plek. Zo kon ik eindelijk een onderzoekslijn uitzetten.”

En dat kon van alles zijn?

„Ja. Ik wilde internationaal aanzien krijgen in wat voor onderzoek in de fysica dan ook. Een expert worden, een smart guy, gerespecteerd door vakgenoten.”

Irina Grigorieva werkte eerst nog in Bristol, later in Leuven. Ze was in de weekends in Nijmegen. Ze hadden het naar hun zin: lieflijke omgeving, aardige buren, mountainbiken, uitstapjes naar Limburg. Toch gingen ze na zeven jaar weg. Te veel hiërarchie aan de universiteit, zei hij in eerdere interviews. „Maar als ik niet dacht dat er iets veranderd was, was ik geen bijzonder hoogleraar in Nijmegen geworden.” Hij werd benoemd in februari van dit jaar, nog voor de Nobelprijs.

Het was het onderscheid tussen senior en junior dat gemaakt werd, tussen hoogleraar en medewerker, tussen promovendi en post-docs. „Voor mij bestaat alleen stupid en not so stupid.”

Het was ook de sollicitatiebrief die hij in het Engels schreef, voor een post als persoonlijk hoogleraar (zonder vakgroep). De decaan zei: je bent een goede wetenschapper, maar waarom schrijf je niet in het Nederlands? Toen bleek dat Geim een post in Eindhoven kon krijgen, was het opeens geen probleem meer.

Maar wat Geim écht wilde, was hoogleraar worden met een eigen vakgroep. En dat lukte niet. „Ik paste niet in het systeem, ik wilde niet in het systeem passen en ik had geen zin om mijn Nederlands bij te schaven.” Provincietaaltje, plaagt hij. Zoiets als het taaltje van Kabardino Balkaria.

Geim ging naar Manchester. Tot zijn verbazing vroegen ze of zijn vrouw er ook hoogleraar wilde worden. ‘Wow.’

Een reputatie van speelsheid had hij toen al. Hij had zijn hamster Tisha laten zweven in een ultrasterk magneetveld. Niemand had er eerder aan gedacht om het te proberen. De hamster had hij co-auteur gemaakt van het artikel dat hij erover schreef. H.A.M.S. Ter Tisha. Hij had ook kikkers laten zweven, en daar de IgNobelprijs mee gewonnen, in 2000. Die prijs is voor onderzoek dat mensen aan het lachen maakt en daarna laat nadenken. Niet alle onderzoekers zijn er blij mee: het kan hun reputatie beschadigen.

Heeft u overwogen om de prijs te weigeren?

„Ja. Ik belde Michael Berry op om te vragen of hij de prijs met me wilde delen.” Michael Berry is hoogleraar in Bristol. Hij had meegeholpen aan de levitatie van de kikkers en de hamster en hij wilde best Geims ‘vijgenblad’ zijn. Nog vaak, zegt Geim, komen er mensen op hem af: ah, ik ken u. „Niet vanwege grafeen, maar vanwege de kikker.”

De kikker is in de natuurkunde een icoon geworden. Het laat zien dat er tegen alle intuïtie in geen buitenissig sterke magneetvelden nodig zijn om kleine levende wezens in de lucht te houden.

Hoe komt het dat u dingen doet die andere fysici over het hoofd zien?

„Er is een onderzoeksstijl die ik Duits noem: je krijgt van je professor een project toegewezen en de rest van je leven blijf je op dat spoor zitten, van je wetenschappelijke wieg tot je wetenschappelijke graf.” Boorring. „De kans dat je naast dat spoor iets nieuws vindt, is erg klein. Ik neus liever rond. Je moet kennis en apparaten zien als legoblokjes. Hoe meer je ervan verzamelt, hoe meer mogelijkheden je hebt om iets nieuws te bouwen.”

Dat verklaart uw succes?

„Ja, en hard werken. Je vergroot je kans op geluk als je meer uren maakt. Voorheen werkte ik zestig, zeventig uur. En nu eh … honderdachtenzestig uur. Ik slaap tijdens interviews.”

Gaat u hierna nog wat ontdekken?

„Eerst moet ik die Nobelprijs overleven. Verder is het moeilijk te voorspellen. Zoveel mensen waren op zoek naar grafeen en ik struikelde er haast zomaar over. Dat is niet te voorspellen. Het enige wat ik kan doen, is proberen om de kleine kans te vergroten dat ik weer over iets struikel.”

Wie gaan er rijk worden aan grafeen?

„IBM is betrokken bij de ontwikkeling van elektronische toepassingen. Hier in Manchester zijn twee oud-promovendi een bedrijfje begonnen. Samsung zal, als eerste, met grafeen-lcd-schermen op de markt komen. De verwachtingen zijn hoog. Soms denk ik: zal ik aandelen kopen?”

U doet het niet?

„Tien jaar geleden heb ik het wel eens gedaan. Maar ik had geen tijd voor dat soort gedoe.”

U heeft ook geen patent?

„Nee. Ik heb het wel overwogen. We waren er al mee bezig, samen met de universiteit, maar het was duur. Ingewikkeld. We hadden een industriële partner nodig. Toen kwam ik op een congres een vertegenwoordiger tegen van een van de grootste multinationals in elektronica, ik noem de naam maar niet. Ik zei: willen jullie meedoen? Ik hoef er niet veel voor te hebben, een heel klein percentage aan royalties is genoeg.

„Die man zei: tegen de tijd dat de toepassingen op de markt komen, zullen we honderd juristen honderd patenten per dag laten schrijven om jouw patent te omzeilen. En jij zult de rest van je leven en het bruto nationaal product van dat kleine eiland waar je op woont nodig hebben om ons voor het gerecht te slepen.”

Na anderhalf uur praten loopt hij naar het keukentje aan het eind van de gang om koffie te halen. Hij pakt een paar mokken van het aanrecht, spoelt ze om en pakt de kan koffie van het warmhoudplaatje. Zelf neemt hij oploskoffie. Ondertussen vertelt hij over de parkeerplaats die hij net gekregen heeft, bij de ingang. Eindelijk niet meer elke ochtend twintig minuten rondjes rijden voordat hij een plek gevonden heeft. Drie jaar geleden dacht hij al: als ik de Nobelprijs win, is dat het eerste waar ik om vraag. Twintig minuten tijdwinst, alle werkdagen – het scheelt hem zeker honderd uur per jaar.

U rekende op de Nobelprijs?

„Ja, natuurlijk. Iedereen rekende erop. Alleen al dit jaar zijn er 3.000 publicaties over grafeen. Er werken duizenden onderzoekers aan.”

U zat op 5 oktober te wachten bij de telefoon?

„Nee, ik verwachtte hem dit jaar nog niet. Ik was vergeten dat het de dag van de bekendmaking was. Het gekke is dat ze je pas vijfentwintig minuten van tevoren inlichten. Eerst belden ze het instituut, toen mijn vrouw en toen Kostya. Ze konden me niet vinden. Ik had net zo goed nog in de auto kunnen zitten, op zoek naar een parkeerplaats en mijn mobiel kunnen laten rinkelen.”

Krijgt u nu veel aanbiedingen van andere universiteiten?

„Die kreeg ik voor de Nobelprijs ook al. Maar ik ga niet weg uit Manchester. Ergens anders zou ik wéér van de grond af moeten beginnen. Dat kost me zeker vijf jaar. Dat is veel op de twintig jaar waarin ik nog wat kan betekenen voor de wetenschap.”

En Konstantin Novoselov?

„Kostya dacht erover om weg te gaan en dat begreep ik. Mensen hier bleven hem zien als mijn promovendus, mijn luitenant. In Nijmegen was ik zijn begeleider en hij is mij gevolgd naar Manchester. Hij krijgt ongelooflijk goede aanbiedingen. Maar misschien is de noodzaak om van mij te scheiden nu verdwenen.”

Is uw dochter goed in natuurkunde?

„Dat heeft ze nog niet op school, maar ze is goed in wiskunde. Ik heb haar IQ getest op internet. Ze scoorde 110, niet slecht voor een meisje van tien.”

Als ze veertien is, wil Andre Geim met haar de Kilimanjaro beklimmen. Hamster Tisha leeft niet meer, maar ze is heel oud geworden, drie jaar, ondanks de levitatie. Of dankzij. Andre Geim heeft nog steeds hamsters thuis. Russische dwerghamsters.