Een tweede Totilas, waarom niet?

Door de verkoop van dressuurpaard Totilas waren Edward Gal en Kees Visser vorige maand wereldnieuws. „We hebben er samen om gehuild.”

harskamp edward gall en dhr visser foto rien zilvold

Ze kunnen er uren over doorgaan. Misschien wel weken of maanden. Want over ’s werelds beroemdste paard Totilas raak je niet snel uitgepraat, zeker niet als je jaren in zijn nabijheid hebt verkeerd.

De een is diens voormalig berijder, de ander diens voormalig eigenaar. En voor het eerst sinds Totilas aan de Duitse paardenhandelaar Paul Schockemöhle werd verkocht, kijken Edward Gal (40) en Kees Visser (54) samen terug op wat dat wereldwijd heeft losgemaakt. „We zijn nog steeds bevriend”, meldt Gal. „Alle kwaadsprekerij ten spijt”, vult Visser aan.

Volgens de hippische pers heeft de verkoop van Totilas jullie relatie grote schade toegebracht. Dat beeld klopt niet?

Gal: „Absoluut niet.”

Visser: „Sommige mensen lijken er op uit onze vriendschap kapot te maken. Waarom is mij een raadsel, maar het gebeurt. Ik kan maar één ding concluderen: de sensatie overheerst.”

Toch moet de verkoop van Totilas hard zijn aangekomen bij Edward. In interviews verzekerde hij dat het paard niet verkocht werd zo lang hij hem onder het zadel had. Daar zouden duidelijke afspraken over zijn gemaakt.

Gal: „Kees kocht Totilas kort na het vertrek van Lingh [het vorige paard van Gal]. Mondeling is toen de verwachting uitgesproken dat we Totilas zouden klaarmaken voor de Olympische Spelen van 2012. Contractueel hebben wij echter vastgelegd dat Kees het paard kon verkopen als hij een mooi bod kreeg. Maar niemand kon vermoeden dat Totilas het fenomeen zou worden dat hij is geworden. Binnen twee jaar werden wij Europees kampioen, twee keer Nederlands kampioen, drie keer wereldkampioen. Zoiets verzin je toch niet?”

Visser: „Gezien hun snelle opmars hebben wij de verkoop nog lang kunnen uitstellen. Want na Totilas’ internationale debuut in Aken, tweeënhalf jaar geleden, kwamen de eerste biedingen al binnen. De een had interesse voor de reclamerechten, de ander wilde zijn sperma op de markt brengen.”

De hype rond Totilas zou in de jaren erna steeds grotere vormen aannemen. Omdat het sportieve succes voor een groot deel kan worden teruggevoerd op het vakmanschap van Gal, heeft Visser hem financieel rijkelijk gecompenseerd na de verkoop van het paard. Gal: „Wat in de paardensport absoluut niet gebruikelijk is. Ik ben daar erg blij mee.”

Een pleister op de wonde?

Visser: „Zo kun je het inderdaad zien. Die compensatie lag vast in het contract dat wij enkele jaren geleden hebben opgesteld.”

Gal: „Ik beschouw het niet als genoegdoening. Het is niet zo dat ik dacht: ‘Fijn dat geld, doe Totilas maar de deur uit.’”

Hield u Edward op de hoogte van wie wat bood?

Gal wendt zich tot Visser. „Eén keer, weet ik nog, rond het EK in Windsor [augustus 2009]. Het bod was toen dermate serieus dat je me bij je riep.”

Waarom ging de verkoop toen niet door?

Visser: „Het geld woog niet op tegen het genot. Kijk, op een gegeven moment hebben mijn vrouw en ik een bedrag afgesproken waarvoor we hem wilden verkopen. Een extreem bedrag, meer wil ik er niet over kwijt. In kleine kring was bekend dat wij die afspraak gemaakt hadden. Niemand wist om welk bedrag het ging, maar wel dat er zo’n afspraak bestond. Het heeft ons verbaasd dat Schockemöhle bereid was dat bedrag neer te tellen. Ik schat dat hooguit acht paardenhandelaren in de wereld zo’n som geld kunnen investeren.”

U heeft nooit een bedrag genoemd. Betekent dat dat Schockemöhle het bedrag geraden heeft?

Visser: „Inderdaad. Een paar dagen na de Wereldruiterspelen in Kentucky belde hij mij vanaf het vliegveld op. Het was meteen bull’s eye.”

Volgens Schockemöhle heeft u Totilas afgelopen voorjaar al eens aan hem aangeboden.

Visser veert op. „Het paard is de afgelopen vier jaar nog nóóit aan iemand aangeboden. Wel is het zo dat Schockemöhle regelmatig contact met ons heeft gezocht. Bedragen heeft genoemd. Maar als daar geen tegenbod op volgt, kun je wat mij betreft niet van onderhandelingen spreken.”

Gal: „Schockemöhle hield ons continu in de gaten. In Kentucky stond hij zó vaak in het Nederlandse kamp, dat ik even dacht dat hij door het Oranjevirus was aangestoken.”

Visser: „Ik ben op een gegeven moment op hem af gestapt met de vraag of hij daarmee wilde stoppen. ‘Als ik je een hand geef denken ze dat we een deal sluiten’, zei ik. ‘Als ik naar je lach, denken ze dat we in een biedingsproces zitten’. Het gaf mij en Edward een onbehaaglijk gevoel. Ik heb hem gevraagd na ‘Kentucky’ contact op te nemen.”

Heeft Edward nooit met zijn vuist op tafel geslagen: niet zeuren Visser, we gaan door tot de Olympische Spelen van 2012?

Visser: „Ik hoop dat-ie daarover gefantaseerd heeft. Het zou erg zijn als de verkoop hem koud had gelaten.”

Geen smeekbedes?

Visser wendt zich tot Gal: „Nee, maar hij zal best boos op mij zijn geweest.”

Gal: „Boos niet, wel verdrietig. Kees en ik hebben er samen om gehuild toen de verkoop rond was. Natuurlijk had ik graag met Totilas op de Olympische Spelen willen uitkomen. Maar wie zegt dat ik ‘Londen’ had gehaald? Hij had voor die tijd ook geblesseerd kunnen raken. Daarom was het ook niet realistisch om van Kees te verlangen dat hij zo’n bod [10 tot 15 miljoen volgens de geruchten] naast zich neer zou leggen. Op papier was Totilas veel waard. Maar er hoefde maar iets te gebeuren, of zijn fictieve waarde daalde.”

Het veelgehoorde argument dat Visser ‘het geld niet nodig had’ omdat hij vermogend is, snijdt volgens Gal geen hout. „Het is een persoonlijke afweging. Hoeveel geld iemand op zijn bankrekening heeft staan, doet niet ter zake.”

Visser: „Veel mensen hebben mij gevraagd waarom ik Totilas verkocht heb. Het antwoord is simpel: omdat hij van mij was. Simpel zat. Op advies van Edward en mijn vrouw heb ik destijds serieus geld gestoken in een zesjarig, explosief paard met veel potentieel. Vervolgens heb ik vier jaar lang in hem geïnvesteerd. Stalling, veearts, noem maar op. En al die tijd kon de wereld van hem genieten. Dan doet het pijn als ik nadien te horen krijg dat ik een geldduivel ben.”

U heeft hatemail ontvangen?

„Ja. Van ‘ik hoop dat u nooit meer een paard zult bezitten’, tot ‘u bent een slecht mens’. Maar wat mij nog het meest heeft verbaasd zijn de anti-Duitse sentimenten. Ik zou een ‘slechte Nederlander’ zijn omdat ik Totilas aan een Duitser heb verkocht. En dat terwijl Totilas voor meer dan de helft uit Duits bloed bestaat! Zijn vader is voor honderd procent Duits, bij zijn moeder stroomt ook Duits bloed door de aderen.”

Gal: „De overgang was enorm. Ik kan mij voorstellen dat het voor paardenfans even slikken was: drie gouden medailles in Kentucky, anderhalve week later het nieuws over de verkoop.”

Visser: „Er ontstond een beeld dat mijn vrouw en ik himmelhoch jauchzend door de kamer gingen na het sluiten van de deal. Maar nee. Bij ons heeft het ook veel losgemaakt, bij mijn vrouw zeker. We wisten wat we verloren. We hebben er vier jaar van genoten.

Heeft u overwogen de politie in te schakelen?

Kees Visser afwerend: „Nee. Je moet ook naar het taalgebruik van die anonieme afzenders kijken. Soms kwamen we zulke rare teksten tegen, dat het mij niet zou verbazen als er baldadige jongeren achter zitten. Bovendien droogde de stroom berichten na een paar dagen weer op.”

Nooit spijt gehad van uw beslissing?

„Nooit. Het is een rationele, goede beslissing. Ik zou het zo weer doen.”

Zou het kunnen dat er ergens een tweede Totilas rondloopt?

Gal: „Hopelijk wel.”

Visser: „Edward heeft met Totilas bewezen dat je succes kunt oogsten met een gedegen opbouw. Daarmee wil ik niet zeggen dat er kant-en-klare succesformules bestaan, maar waarom geen tweede Totilas?”

U bent bereid te investeren in een opvolger?

Visser: „Zeker. Edward en ik hebben samen fokkerijen in Spanje, Denemarken, Zweden, Zwitserland, Oostenrijk en Duitsland bezocht. We zoeken een soepel bewegend paard met drie gangen. Als iemand iets moois biedt, gaan we meteen kijken.”

Met Totilas 2 naar Londen?

Gal: „De druk is groot, het zal niet makkelijk worden. Maar met mijn ervaring en de passie van Kees, kan het misschien lukken.”