DEBAT VAN DE WEEK

Congres: Social Media in ggz en ouderenzorg. Door: ReedBusiness Events. Meervaart Amsterdam, 18 november.

Last van de onderbuik? Twitter het de wereld in

Elke ochtend om 09.00 uur kruipen verpleegkundigen van het UMC ST Radboud in Nijmegen achter de computer om vragen uit de chatroom van het ziekenhuis te beantwoorden. Nu beantwoorden ze alleen vragen tijdens kantooruren, maar binnenkort zal dat 24 uur per dag gebeuren, belooft Lucien Engelen in een benauwd zaaltje in Amsterdam-Osdorp. Engelen is de zelfbenoemd „Health 2.0 Ambassador” van het UMC St Radboud, een pionier die zorgverleners enthousiast vertelt over het gebruik van e-mail, internetcommunity’s, YouTube en Hyves in de zorg. De chatberichten die verpleegkundigen in het St Radboud beantwoorden zijn nog maar een begin, het toekomstbeeld van Engelen is dat patiënten zich via sociale media zelf bij een ziekenhuis aanmelden voor zorg. ‘Doorbreek het isolement van uw cliënt’, heet zijn presentatie. De vraag is alleen waarom mensen aangemoedigd moeten worden hun gezondheidsproblemen via Hyves en Twitter te melden, en niet bij het ziekenhuis zélf.

Engelen is echter al een stap verder. Als een profeet zweept hij de zaal op om haast te maken met het gebruik van sociale media. In Nijmegen maken 15 poliklinieken gebruik van een online community met chatmogelijkheden. Vanaf februari zal het St Radboud beginnen met consulten via Skype. Skype is ook zeer geschikt voor ouderen, gaat Engelen verder. Grootouders vertellen hem dat ze hun kleinkinderen dankzij de gratis internetgesprekken van Skype vaker dan ooit zien. Een vrouw van middelbare leeftijd, werkzaam in de zorg, steekt haar hand op, verexcuseert zich en vraagt of iemand misschien kan uitleggen wat Skype precies is.

Maar Skype is voor Engelen slechts een tussenstation. Het St Radboud gaat via Hyves, Facebook en Twitter actief contact zoeken met patiënten. Een mooie kans voor slechthorenden en laaggeletterden, meent Engelen. Die laatste groep is volgens hem „by far de grootste groep gebruikers van Hyves en YouTube”. Of u wilt of niet: online en offline gaan de komende vijf jaar in elkaar op, voegt hij eran toe. „U kunt er niet omheen. Patiënten zijn zelf expert van hun ziekte. Daar moeten we meer gebruik van maken.” Waarna hij de zaal snel vertelt over de groeiende neiging om ziekenhuizen te ranken. In de Verenigde Staten, waar ziekenhuislijstjes al veel langer bestaan, laat 1 op de 4 patiënten zijn keuze voor een ziekenhuis inmiddels bepalen door de berichtgeving op sociale media. Denk eens in, zegt Engelen, het Radboud en Hyves samen: wat een ongelooflijk potentieel aan patiënten.

Ook Heleen Riper, klinisch psycholoog werkzaam bij de VU, is om. Ze is een fervent Twitteraar en ziet in het medium een middel tot empowerment van de patiënt. Op online fora, chatrooms en Twitter moet de patiënt het initiatief nemen, zijn klacht onder de aandacht brengen en de zorgaanbieder zal vervolgens aandachtig luisteren. Het ‘paternalisme’ dat in de zorg heerst, zal verdwijnen, denkt Riper.

Overigens heeft het digitale contact ook kostenvoordelen: het aantal arbeidsuren voor verpleegkundigen en specialisten zal afnemen. En, ook prettig: een kopje koffie in de wachtruimte is niet meer nodig.

Online gemeenschappen, zoals het St Radboud een online ontmoetingsplek voor kankerpatiënten aanbiedt, kunnen nuttig zijn voor het delen van ervaringen, juist vanwege het laagdrempelige karakter. Maar wat is de winst als een diabetespatiënt via Twitter meldt dat hij zich niet lekker voelt? En wie luistert er dan?

GGZ Friesland experimenteerde eerder met embedded health voor bewoners van de Waddeneilanden. Miljoenen euro’s stopte GGZ Friesland volgens Riper in een telefoonproject om hulp op afstand te bieden. Het werd een „totale mislukking”. Waarom? De bewoners van de Waddeneilanden zaten helemaal niet te wachten op telefonische hulp vanuit Friesland. Ze bleken het juist heerlijk te vinden om af en toe een bezoek te brengen aan een arts op het vasteland en het eiland even te verlaten.

Huib Modderkolk