De stelling van Klaas van Egmond: alleen Kamerbrede politiek kan een consistent milieu- en klimaatbeleid garanderen

Dit kabinet maakt het milieu ondergeschikt aan economisch rendement. Men vindt het logisch als je straks een kaartje moet kopen voor het bos. Dat is echt dramatisch, zegt Klaas van Egmond tegen Maartje Somers.

Den Haag, 18-11-2010. Prof.Ir. Klaas D. van Egmond, hoogleraar geowetenschappen aan de Universiteit van Utrecht. (Opinie). Foto Leo Van Velzen NrcHb.

U gaat zo naar de opheffingsreceptie van het ministerie van VROM. Wat is de sfeer daar, verwacht u?

„Het zal een feestelijke, maar ook wel een rare bijeenkomst zijn. VROM is achtentwintig jaar als milieubeheerder een heel nuttig ministerie geweest, een gezond tegenwicht tegen de milieugebruikers Economische Zaken en Verkeer en Waterstaat.”

In uw boek wijst u op de complexiteit van bestuur die leidt tot bestuurlijke verlamming. Bevalt het u dat Economische Zaken en Landbouw worden samengevoegd en dat milieu voortaan onder Infrastructuur en Milieu valt?

„Het opheffen van VROM laat zien wat er onder dit kabinet met milieu gebeurt. Het verdwijnt uit het zicht en het wordt ondergeschikt gemaakt aan economisch rendement. Infrastructuur en Milieu in één ministerie kan niet. Dan is er geen tegenwicht. Dan kan één minister zeggen: ik heb gisteravond even de afweging gemaakt, we leggen die weg daar neer. De balans is zoek.”

Dit kabinet brengt het aantal ministers terug van zestien naar twaalf. Zelf hield u het een aantal jaren geleden zelfs op een handvol ministeries: een voor People, een voor Planet en één voor Profit.

„De voortvarendheid van dit kabinet vind ik geen slechte zaak. Het is goed dat ze het bestuur proberen te vereenvoudigen. Maar dat is iets anders dan de balans tussen economie en ecologie zo verstoren als nu gebeurt. Dit kabinet negeert en privatiseert het milieu, dat is echt dramatisch.”

Wat is er toch met Groen Rechts gebeurd?

„Dat is er nog steeds, hoor. Aan de regering-Cameron, van Groot-Brittannië, kun je zien dat het werkt. Heel voortvarende plannen als het gaat om windenergie. Dat verbaast links hier ook.

„Dit Nederlandse kabinet is erg slecht voor het milieu. Bij het CDA is het het ergst: het begrip rentmeesterschap omvat daar nu bijvoorbeeld een pleidooi voor kernenergie. Hoe je die twee dingen in één adem kunt noemen, is mij een raadsel. Toch zitten er wel mensen in deze regering die op groen gebied hun sporen hebben verdiend. Op hen is mijn hoop gevestigd. Melanie Schultz van Haegen heeft met Pieter van Geel indertijd een einde gemaakt aan het met telkens nieuwe modellen wegrekenen van de milieuschade door Schiphol. Henk Kamp was een doortastende minister van VROM. Wie weet wat er dus nog uit de hoge hoed komt.”

Wat vindt u het ergst? Het stopzetten van de Ecologische Hoofdstructuur waar twintig jaar aan is gewerkt, of toch het niet-duurzame energiebeleid?

„Achter die twee zaken ligt dezelfde instelling, en die baart mij het meeste zorgen. Alles van waarde wordt geëconomiseerd en vervolgens geprivatiseerd. De balans tussen publiek en privaat is zoek. Ik bedoel, men voert hier langzamerhand discussies over de vraag van wie het strand is. Men vindt het logisch als je straks een kaartje moet kopen voor het bos. Ik vind dat schandalig. Er is geen visie meer op wat voor soort zaken gemeenschappelijk moet zijn. Het gaat mij dus niet alleen om energie besparen of de natuur redden, het is ook een cultuur, een geesteshouding waartegen ik mij verzet.”

Waar komt die in uw ogen vandaan?

„Politici zijn nog steeds bezig de vorige vijand te bestrijden: het communisme. In mijn tijd in Den Haag, als directeur van het Milieu- en Natuurplanbureau, later het Planbureau voor de Leefomgeving, heb ik gezien hoezeer die overigens terechte weerzin tegen het communisme nog doorwerkt. Minister van der Hoeven van Economische Zaken sprak bijvoorbeeld van Sovjet-Russische praktijken als het ging om de energiebedrijven. Men heeft het over Staatsbanken, Staatsnatuur. Die terminologie verwijst naar het communisme als grote vijand. Maar uit frustratie daarover hollen politici blind naar het andere uiterste en daarmee naar de volgende crisis.

„Het privatiseringsmodel is zo dominant geworden dat we ons er niet aan lijken te kunnen onttrekken. Ik begrijp bijvoorbeeld niet dat mensen accepteren dat het falen van de private sector wordt afgewenteld op het publiek belang. Verwacht wordt dat alleen al de crisis van ABN Amro elke Nederlander duizend euro zal kosten. Het Malieveld staat hier in Den Haag al vol als het over kleinere bedragen gaat, maar kennelijk accepteren we dit als onvermijdelijk.”

En dus zegt u: het evenwicht is zoek.

„De mens heeft een collectieve en een individuele kant, en spirituele en materiële behoeften. Het gaat erom, ook recht te doen aan andere kwaliteiten van het leven dan alleen de economische. Dat kan met een regering die al die aspecten vertegenwoordigt. Daarom heb ik tijdens de formatie intensief gepleit voor een Kamerbreed kabinet, wat ik noem het Zwitserse model, en doe ik dat in mijn boek opnieuw. Elke partij in de Tweede Kamer zou in het kabinet mogen plaatsnemen, zodat alle stromingen vertegenwoordigd zijn. Een Paars-plus-plus-plus-plus, zeg maar. Dat voorkomt uitwassen, populisme en polarisatie. Iedere groep voelt zich erkend en vertegenwoordigd. Tegenstellingen worden overbrugd, want iedereen heeft er belang bij dat het werkt. Nu praat het rechtse kabinet tot drie uur ’s nachts tegen de linkse oppositie, die liefst wil dat het níét werkt. Dat helpt de zaken niet vooruit. Onderwerpen als natuur of duurzame energie zijn zwaar gepolitiseerd. Ieder nieuw kabinet is erop uit om het nu eens even helemaal anders te doen of om besluiten van het vorige kabinet te herroepen. De boot slingert van de ene kant naar de andere kant.”

Is dat niet juist het idee? Het eindresultaat na afloop is dan het midden.

„Juist niet, want bootjes die slingeren, komen niet vooruit. Alle energie gaat zitten in het slingeren, in de strijd om de macht. Zie Amerika.”

Maar dit kabinet zit er toch juist omdat de middenpartijen CDA en PvdA niet meer met elkaar door één deur konden?

„Als iedereen er zit, werkt dat anders. Bilaterale verschillen spelen dan veel minder een rol.”

Is zo’n Kamerbreed kabinet niet juist een recept voor bestuurlijke verlamming?

„Veel van de complexiteit komt voort uit goede bedoelingen en het helemaal dichtregelen van dingen. We missen een doel: waar willen we heen met het land. In plaats daarvan metselen we de details dicht. Rondom de nu zo aangevallen Ecologische Hoofdstructuur zeg ik bijvoorbeeld: bepaal niet precies welke soorten je daar wilt hebben, laat de natuur zijn gang gaan. Dat is iets anders dan de maakbaarheidsgedachte dat je iedere veldmuis kunt regelen.”

Laten we een concreet voorbeeld noemen. Voor de PVV is straatvuil zo ongeveer het enige milieuprobleem. Voor GroenLinks gaat de planeet ten onder. Hoe kunnen die twee partijen ooit zaken met elkaar doen?

„Je kunt ook zeggen dat hun wereldbeelden complementair zijn. De PVV is een dicht-bij-huis-partij, die soms heel terecht zorg heeft voor wat er in de straat gebeurt. De passage over dierenleed in het regeerakkoord maakt duidelijk dat ze zich in elk geval bezorgd maken over hun omgeving. Dat het woord bio-industrie er niet in voorkomt, heeft te maken met het CDA, dat grote belangen heeft in die sector. GroenLinks is een veraf-partij, die kijkt naar het grote geheel. Wil je iets aan verduurzaming doen, dan zul je samenhang moeten benadrukken in plaats van verschillen. Veraf en dichtbij, individualistisch en collectief, de wereldgeschiedenis slingert heen en weer tussen die twee polen. Het is nu juist zaak het evenwicht te zoeken. Je hebt een beleidsdoel nodig, waar je je samen op kunt richten.

„Ik zat ooit in een kort debat met de toenmalige staatssecretaris Jetta Klijnsma (PvdA) van Sociale Zaken en ik vroeg haar wat nu eigenlijk haar doel was: volledige werkgelegenheid, of verhoging van het bbp? Ze had er geen antwoord op. Als je niet weet wat je doel is, hoe kun je dan een samenhangend beleid ontwerpen?”

U zoekt naar een Groot Verhaal. Maar daar hadden we nu juist een beetje genoeg van na de twintigste eeuw.

„Ja, maar is onze postmoderne reactie dat grote verhalen niet meer mogen inmiddels niet net zo dogmatisch? Het grote verhaal is nu dat het grote verhaal dood is.”

Wat zou er in uw ideale wereld gebeuren?

„Behalve een Kamerbreed kabinet ook een onmiddellijke hervorming van het financiële systeem. Banken horen bij de infrastructuur van een land. Die horen niet beursgenoteerd te zijn. De relatie tussen de financiële uitwassen en de ecologische crisis is onderbelicht, maar helder. Als de hoeveelheid geld de reële werkelijkheid overstijgt, volgt onvermijdelijk een uitverkoop van de publieke ruimte; anders lijk je een dief van je eigen portemonnee. Er komt een steeds grotere druk om wat gemeenschappelijk is, te gaan verhandelen. Dat leidt dus nu tot land grab, het snel onteigenen en opkopen van grond in Afrika en Latijns Amerika. Het leidt tot grondspeculatie in Nederland. Funest voor het natuurbehoud.”

Ik ken mensen die het woord verduurzaming niet meer kunnen horen.

„Het is ook een vreselijk modewoord. Het wordt bijvoorbeeld ook gebruikt voor duurzame groei. Dat betekent dus de economische groei tot in de hemel, die juist zo onverantwoord is. Ik gebruik het zo min mogelijk. Praten erover heeft ook weinig zin zolang we menselijke ontwikkeling synoniem laten blijven met economische ontwikkeling.”