De rechter loopt vast

Er zijn hoogleraren die met minder ophef hun leerstoel innemen dan dr. Rinus Otte, volgende week aan de Groningse universiteit. Hij balde vijftien jaar ervaring als rechter samen in een persoonlijk boek, De nieuwe kleren van de rechter, dat voorafgaat aan zijn oratie. Het gaat over vervreemding, stagnatie en verval in de rechtspraak. De strafrechtspraak is overbelast en de strafrechters zijn kennelijk overspannen. Daarnaast, zo blijkt, is er onder strafrechters gebrek aan „nijver en nederigheid”, een teveel aan eigendunk en een tekort aan dienstbaarheid.

Een stevige barst in het beeld van de strafrechtspraak dus. In veel gerechten zou de sfeer benauwd, het gezeur tomeloos en de kritiek mateloos zijn. Het personeelsbeleid zou een speelbal van persoonlijke voorkeuren zijn. Presidenten krijgen geen inzage in evaluatieverslagen, waardoor matige rechters niet of onvoldoende worden gecorrigeerd. De rechterlijke macht is de grip op de organisatie van het strafproces kwijt met achterstanden als gevolg. Gerechtsbestuurders zijn niet op hun taak berekend.

Oorzaak van de malaise is een afhankelijke, „verambtelijkte” strafrechter die vastloopt in een bureaucratische omgeving waarin voor rechterlijke eigen wijsheid geen plaats meer is. Het gevolg: het rechterschap als roeping verdwijnt. Het is een gewone baan voor tamelijk gewone mensen die er behoorlijk ongelukkig van kunnen worden.

De aanstelling voor het leven blijkt een handicap om een verstandig personeelsbeleid te kunnen voeren. Maar ook een last voor sommige rechters zelf, die het perspectief op hun dienende taak hebben verloren en zich onaantastbaar wanen. Dat is ernstig want die strikte onafhankelijkheid waarvoor de levensvaste aanstelling de garantie is, mag niet in gevaar komen. Op de onafhankelijke rechtspraak moeten ook de strafrechters zelf zuinig zijn. Noblesse oblige en dat vraagt om sterke schouders. Bij uitstek professionals moeten hun eigen problemen kunnen oplossen. En als dat niet lukt, dienen ze de eer aan zichzelf te houden, dan wel daarbij op een effectieve manier geholpen te worden.

Otte schreef een moedig boek dat niet genegeerd mag worden. Tegelijk ontkent de nieuwe hoogleraar ‘Organisatie van de rechtspleging’ dat hij een crisis op het spoor is. Hij meent dat de feilen van de rechter in alle organisaties voorkomen waar hoogopgeleide, autonoom werkende professionals werken. Dit zou dus een managementkwestie zijn. Dat helpen we hem hopen.

Maar of het waar is? Er zijn medische maatschappen te noemen waar de interne conflicten zich vertaalden tot mislukte operaties, wachtlijsten en grote maatschappelijke schade. De strafrechtspraak heeft altijd nog hoger beroep, cassatie en herziening als correctie. Maar als de bedrijfscultuur is verziekt, dan zal dat fouten bevorderen. Wie het heeft over ‘verval’, signaleert meer.