Broers vergeleken met Braque en Matisse

Het werk van Bram en Geer van Velde wordt voor het eerst sinds 60 jaar samen getoond. In het buitenland werden ze ‘meesters van het modernisme’ genoemd.

Wat had hij hier nog aan toe te voegen? Directeur Han Steenbruggen van Museum Belvédère in Oranjewoud vroeg het zich af toen hij dit voorjaar de grote tentoonstelling van de broers Bram en Geer van Velde in het Musée des Beaux-Arts in Lyon had gezien. „Gigantisch was het. Er werden 160 werken getoond en er lag een vuistdikke catalogus. Ik dacht: ik kan mismoedig in een hoekje gaan zitten, maar het biedt ons kansen het anders te doen.”

Steenbruggen, die al langer plannen had voor een expositie over de kunstenaars, stelde een „zuivere, kleine” tentoonstelling samen. Voor het eerst sinds zestig jaar is werk van beide broers weer samen te zien in Nederland. Bram van Velde (1895-1981) en Geer van Velde (1898-1977) werden in de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw vooral in het buitenland beschouwd als meesters van het modernisme. Ze werden in een adem genoemd met Braque en Matisse, maar in eigen land bleef hun faam aanvankelijk beperkt. In de jaren zestig van de vorige eeuw noemde de Volkskrant Brams werk zelfs ‘verwarrend’ en ‘afstotend. De Parijse pers roemt hem daarentegen als ‘een grote openbaring’.

De broers Van Velde vestigden zich in respectievelijk 1924 en 1926 in Parijs. Na een aanvankelijk gelijkopgaande artistieke ontwikkeling neigde Bram meer naar het abstract expressionisme, vergelijkbaar met dat van Van Gogh en Munch. Het gestructureerde werk van Geer van Velde met zijn harmonische geometrische composities doet denken aan dat van Cézanne en Braque. „Ik vind het werk van Bram dramatisch mooi”, zegt Steenbruggen. „De emotie druipt er vanaf. De schilderijen van Geer met zijn licht en ordelijke composities passen hier goed.” Het ontroert hem de broers bijeen te brengen, nadat ze op latere leeftijd om onopgehelderd gebleven redenen gebrouilleerd raakten. Mede dankzij Piet Moget, een kunstschilder die bevriend was met Geer en diens nalatenschap beheerde, en kunsthistoricus Erik Slagter kon de tentoonstelling worden ingericht.

De 27 schilderen en zeventien werken op papier van de Van Veldes worden in vier opeenvolgende ruimtes getoond. In de eerste zaal lijkt hun schilderstijl nog op elkaar. Stadsgezichten, draaimolens, stillevens, vrouwenportretten in een gematigd kubistische stijl. Ze gebruikten olieverf en gouache; Geer ook krijt en houtskool. Het werk van Bram kenmerkt zich door spontaniteit en gebruik van vitale kleuren, schrijft Slagter in de catalogus, dat van Geer door sfeer en concentratie. In zaal twee zie je dat de schilders vanaf 1952 verschillende stijlen ontwikkelen, waarna de ‘apotheose’ in de laatste zaal volgt. „Postuum brengen we ze hier als eerbetoon samen met sluitstukken die er niet om liegen.”

Hier hangen grote kleurige abstracte doeken zonder titels van Bram van Velde. Daarnaast evengrote oliefverfschilderijen met geometrische composities van Geer. Achter deze grote werken hangen als verscholen toegift tien, kleinere aquarellen, litho’s en gouaches op papier. Bram van Veldes schilderijen zijn een uitdrukking van een zoektocht naar het mysterie van het leven. Een expressie van emoties. Zoals hij zei: „Een schilderij komt niet uit het hoofd, maar uit het leven.” Geer ziet schilderijen als ‘een universum’. „Het gaat om de uiterste eenvoud”.

Bram van Velde/ Geer van Velde) T/m 13 febr. Inl www.museumbelvedere.nl