Wees niet bang voor de lust

Is de preutsheid terug in de literatuur? In Groot- Brittannië, het land van de Bad Sex Award, lijkt het erop.

Maar hoe staat het er bij ons voor?

Feet of couple lying together emerging from under blanket, cropped view PhotoAlto

Seks is niet meer en vogue als onderwerp bij literaire schrijvers in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, en ook hier niet meer. Literair Nederland hield zich de afgelopen maand bezig met De grote zaal van Jacoba van Velde uit 1951. Een prachtige, maar vast de meest seksloze roman ooit in dit land verschenen. In het boek wacht een oude vrouw in een verpleegtehuis op haar dood. Onderwijl bedenkt ze dat haar vrijwel seksloze huwelijk weinig verschilt van het saaie leven dat ze nu leidt. De vrouw schaamt zich ervoor dat ze haar echtgenoot seks weigerde. Ze wijt dit aan het feit dat er in haar jeugd geen boeken over voorhanden waren.

Zijn de jaren vijftig – waar Jacoba van Velde zich in De grote zaal over beklaagt – weer terug in de literatuur? In Groot-Brittannië lijkt het er sterk op. Naar aanleiding van de op 29 november uit te reiken jaarlijkse Bad Sex Award door de Literary Review is een discussie losgebarsten over de onmogelijkheid en onwenselijkheid van de combinatie seks en literatuur. In goede seks zit nu eenmaal geen verhaal en slechte seks staat gelijk aan ranzigheid of porno, zoals Martin Amis vorige maand op een literair festival verkondigde. „Het is hoe dan ook onmogelijk voor een romanschrijver om over echte seks, niet zijnde pornografie, te schrijven.”

Misschien zijn gevestigde literatoren tegenwoordig gewoon bang om hun seksuele fantasieën of frustratie op papier uit te leven, alsof, zoals in de jaren vijftig nog algemeen werd gedacht, het omverschoppen van seksuele taboes ondermijnend zou zijn voor het gezin, de samenleving en uiteindelijk het individu.

In Jonathan Franzens veelbesproken roman Freedom lopen de personages aan tegen het ideaal van gelijkwaardigheid in het volmaakte huwelijk met saaie seks. Zij kunnen alleen maar echt lust beleven als zij zichzelf opgelegde taboes, zoals huwelijkstrouw, overschrijden. Maar gelukkig worden ze daar niet van en hun relaties gaan eraan ten onder. Freedom is een moralistisch appèl om korte metten te maken met de ongebreidelde seksuele vrijheid.

Opwindende literatuur over seks – in onderscheid van erotische lectuur – gaat vanouds over het doorbeken van seksuele taboes. Dat spreekt tot de verbeelding, maar er zijn bijna geen taboes meer. Of het moet een geval betreffen als de Clinton-Lewinsky affaire. Die leverde behalve veel roddel ook grandioze literatuur op, zoals The Human Stain van Philip Roth. In feite hebben alle klassieke romans van Madame Bovary en Lady Chatterley’s Lover tot Lolita en Portnoy’s Complaint verboden seks tot onderwerp.

De literatuur bestaat bij de gratie van het taboe. Verhalen uit het echtelijke bed: die zijn pas pervers, lijkt het. Niet toevallig is voor de in Groot-Brittannië gevreesde Bad Sex Award nu uitgerekend Tony Blair genomineerd. Hij is voorgedragen wegens deze weeë passage uit zijn autobiografie: ‘That night she cradled me in her arms and soothed me; told me what I needed to be told; strengthened me. On that night of 12 May 1994, I needed that love Cherie gave me, selfishly. I devoured it to give me strength. I was an animal following my instinct.’

Het lijkt erop dat men het in Engeland gênant vindt als mannen tegenover echtgenotes hun ‘instinct’ volgen en zich als beesten gedragen. Dat kunnen ze maar beter doen bij hoeren, stagiaires, of vroegere kostschoolvriendjes, zodat de tabloids er ook nog wat aan hebben. Tegenover een hoogstaand iemand als ‘de moeder van je kinderen’ hoort men zich in te houden.

In Nederland publiceerde Piet Calis (1936) het overzichtswerk Venus in minirok. Seks in de literatuur na 1945. Ook hier leeft volgens hem ondanks de seksuele revolutie van de jaren zestig de angst om in pornografie te vervallen. ‘Het is niet gemakkelijk over het orgasme te schrijven. De ervaring van een zo intens gebeuren dat bovendien met één of meer partners gedeeld wordt is zo persoonlijk dat het weergeven ervan een groot observatievermogen, gepaard aan een subtiliteit van uitdrukking vraagt.’

Volgens Calis heeft de seksuele bevrijding van de jaren zestig weliswaar de literatuur in positieve zin beïnvloed en heeft de literaire seksuele losbandigheid ook onze beleving van seksualiteit veranderd, maar uit zijn boek blijkt dat dit maar zeer ten dele het geval is. Hij laat aan de hand van smakelijke en minder smakelijke fragmenten zien dat er de afgelopen zeventig jaar niet veel meer is gebeurd dan het slechten van taboes als initiatie, masturbatie, homoseksualiteit, feminisme, multiculturaliteit, incest en sadomasochisme. Naarmate Calis de huidige tijd dichter nadert, worden zijn fragmenten oninteressanter. Uit Gipharts Giph (1993) Grunbergs Blauwe maandagen (1994), Bouazza’s Paravion (2003) en Robert Vuijsjes Alleen maar nette mensen (2008) plukt hij beschrijvingen van aandoenlijke maar brave seks waarvoor de avonturen van Tony Blair met zijn echtgenote niet onder doen.

Spannend wordt het bij Calis alleen als er grenzen worden overschreden die nog altijd taboe zijn, bijvoorbeeld in toneelstukken en romans over incest. ‘Het taboe zit kennelijk zo diep’, schrijft hij , ‘dat ook in de literatuur daar zelden over geschreven wordt.’ Hetzelfde geldt voor seks tussen volwassenen en minderjarigen, ook daar wordt nauwelijks over geschreven uit angst in pornografie te vervallen. Calis trakteert ons weliswaar op seks tussen minderjarigen met een fragment uit Han B. Aalberses De liefde van Bon en Daphne uit 1955, hetzelfde jaar waarin Nabokovs Lolita uitkwam, maar een Nederlandse Lolita heeft hij niet in de aanbieding.

Misschien is schrijven over seks gewoon te moeilijk. Dat is de mening van de Britse succesauteur Martin Amis, die voor Lolita een uitzondering maakt, omdat Nabokov zo’n extreme versie van de seksuele daad beschrijft dat hilariteit en afschuw om de voorrang strijden. En Nabokov was bereid een hoge ‘morele prijs’ te betalen. Amis schijnt zo’n hoge prijs toch wel het minste offer te vinden dat een schrijver brengen moet. Dat is pure lafheid en angsthazerij. Adam Thirlwell, die debuteerde met Politics , een expliciete roman over seksueel gedrag, merkt dan ook op: ‘We leven in een buitengewoon conservatief tijdperk, in literaire zin.’ Hij betreurt het dat er maar weinig hedendaagse schrijvers zijn die het risico willen nemen pure geilheid te laten zien, zoals John Updike of Philip Roth.

Maar pure geilheid is ontwrichtend en boezemt angst in en slechts weinig schrijvers durven zich daaraan te wagen. In de Nederlandse literatuur is het, enkele uitzonderingen daargelaten, momenteel niet anders.

Welke passages uit Nederlandstalige romans van dit jaar komen in aanmerking voor het predicaat ‘slechte seks’? Stuur ze aan: boeken@nrc.nl.

Piet Calis: Venus in minirok. Seks in de literatuur na 1945. Meulenhoff, 384 blz. € 19,95