Voor wat, hoort wat

Langzamerhand wordt duidelijk waarom Ierland zolang de schijn heeft opgehouden dat het zijn eigen budgettaire boontjes kon en wilde doppen. De regering zag in dat de hulpverleners uit Europa eisen zouden gaan stellen die haar beleidsvrijheid zo ingrijpend zouden beperken dat Dublin de bijl aan de wortel van het Ierse economische wonder zou moeten zetten.

Dat zou dreigen als Ierland door derden werd gedwongen om zijn belastingtarieven aan te passen. Maar de nood is nu zo hoog gestegen dat het land wordt verscheurd door zijn behoefte aan soevereiniteit en aan hulp van tientallen miljarden euro’s.

Gisteren arriveerden experts van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Europese Centrale Bank (ECB) om de boeken te bestuderen en te onderhandelen over een financieel saneringsplan. Maar tegelijkertijd bleek dat de grootste contribuanten van het pakket, Duitsland en Frankrijk, voorwaarden stellen. Zoals een aanpassing van de vennootschapsbelasting.

Ierland hanteert nu een tarief van 12,5 procent. Dat is circa twee keer minder dan in de rest van de eurozone. In Nederland, dat naar Europese maatstaven geen exorbitant hoge vennootschapsbelasting kent, gelden tarieven van 20 en 25,5 procent.

Dankzij het bodemtarief – en uiteraard ook dankzij de goed opgeleide en Engelssprekende beroepsbevolking – kon Ierland een aantrekkelijk vestigingsplaats worden. De lucratieve tarieven zijn volgens de regering de basis voor herstel. Tegelijkertijd kampt Ierland met een tekort van 10 procent en een staatsschuld van 80 procent van het bruto binnenlands product (bbp).

De Ierse overheid kan dus niet alleen gokken op economische groei, maar moet ook haar belastinginkomsten zien te verhogen. Dat is een paradox. Zeker in Ierland dat met zijn lage tarieven een economisch model heeft bevorderd dat na de kredietcrisis niet houdbaar bleek te zijn.

De eurodonoren zien nu hun kans om, in ruil voor hun geld, een einde te maken aan oneigenlijke concurrentievoordelen. De Ierse regering heeft echter ook een afschrikkingswapen in portefeuille: het besmettingsgevaar van haar crisis. Als Ierland zijn schulden niet kan afbetalen, komen banken in Groot-Brittannië en op het continent in problemen. Wat er kan gebeuren met de euro als de crisis overslaat naar bijvoorbeeld Spanje, dat een bbp heeft dat bijna tien keer groter is dan het Ierse, klinkt als een financiële én politieke nachtmerrie.

Door deze verstrengeling houden hulpbehoevenden en hulpverleners elkaar in een noodlottige greep. Maar dat wil nog niet zetten dat de eurozone, uit angst voor de grote kladderadatsch, geen eisen zou mogen te stellen. Als economische ‘offshore zone’ heeft Ierland bovendien geen echt duurzame toekomst.