Voor rund of varken heeft de Chinees geen geld

De Chinese inflatie stijgt, met name voedsel wordt steeds duurder. De regering neemt maatregelen, maar kan de toenemende stroom aan geld niet stuiten.

Truck drivers play cards as they wait in a queue for diesel near a gas station in Suining, Sichuan province November 18, 2010. Almost every winter, China's energy market suffers a new variant of the same no-win situation as state controls exacerbate supply shortages that only urgent and pricey imports can relieve. This year it is diesel that is scarce. To match Analysis CHINA-ENERGY/ REUTERS/Stringer (CHINA - Tags: TRANSPORT ENERGY BUSINESS) CHINA OUT. NO COMMERCIAL OR EDITORIAL SALES IN CHINA REUTERS

Het is om zes uur ’s ochtends op de Cao’an-markt, de grootste levensmiddelenmarkt van Shanghai, nog drukker dan normaal voor het weekend. Oma Zhang zeult in het ochtendgloren met eieren, sla en mandarijnen. Meneer Ding heeft uitdijende tassen met sla, spinazie aan zijn fietsstuur hangen. „Voor het eerst in maanden zijn de prijzen als ik naar de markt ga niet gestegen”, zegt hij als hij zich naar de uitgang wurmt. Een verrassende uitspraak na het nieuws dat de inflatie gemiddeld 4,4 procent is en dat de groenteprijzen met 11,3 en sommige varkens- en rundproducten zelfs met 62,3 procent omhoog gingen in 2010.

Maar het klopt wat hij zegt. Vandaag zijn de maatregelen in werking getreden waardoor armen en gepensioneerden worden beschermd tegen de voedselprijsstijgingen. Zij kunnen in Shanghai tussen 5 en 7 uur ’s ochtends sommige producten tegen gereduceerd tarief kopen. „Een kilo eieren kostte vorig jaar 60 cent, deze week was dat 1 euro”, vertelt mevrouw Zhang, die vandaag de gesubsidieerde eieren voor 75 cent meekreeg. Met een maandelijks weduwenpensioen – haar man was bij de politie – van 150 euro kan zij geen rund of varken betalen.

Het liefst wil zij dat de autoriteiten vandaag nog alle prijzen bevriest, net als in 2007 en 2008. Een wens die ongetwijfeld wordt gedeeld door tientallen miljoenen Chinezen. Maar de Nationale Hervormings- en Ontwikkelingscommissie, de economische regering, heeft dit socialistische paardenmiddel nog niet aangesproken.

Er wordt wel mee gedreigd, maar aangezien de gemiddelde prijsstijging van levensmiddelen (10 procent) nog niet tot openlijke protesten en rellen heeft geleid, zoals in 2008, wordt daar nog mee gewacht. Maar het geduld begint op te raken. De klaagzangen bij de dieselpompen, waar al wachttijden van drie dagen tot een week zijn genoteerd, worden luider. De wetenschap dat de prijzen van brandstof stijgen, heeft geleid tot hamstergedrag en vervolgens tot tekorten en bevoorradingsproblemen. Met in het westen en noorden koude winters voor de deur heeft premier Wen Jiabao toegezegd het distributieprobleem bij voorrang te zullen oplossen.

„De staat, de Partij dus, heeft een acuut imagoprobleem. Ze had beloofd dat de inflatie dit jaar niet boven de 3 procent zou uitkomen en dat de tijd van dieseltekorten voorbij was. Allebei niet waar. Daarom zien we op alle televisiekanalen hoe premier Wen Jiabao een supermarkt in Guangzhou bezoekt en een raffinaderij bij Shanghai”, aldus Andy Rothman van de zakenbank CLSA.

Ook is de staatspers ingeschakeld om de schuldvraag op „verantwoorde, correcte wijze” (Xinhua) te beantwoorden. Volgens Chinese autoriteiten wordt de scherpe stijging van de voedselinflatie veroorzaakt door het slechte weer in de zuidelijke en centrale provincies, waar de meeste groente en fruit vandaan komt. Droogte en daarna zware regenval zouden geleid hebben tot minder aanvoer.

De voorzitters van de machtige NDRC en van de Chinese Volksbank geven ook de Amerikaanse Federal Reserve de schuld. Het losse monetaire beleid van de VS, het drukken van nog eens 600 miljard dollar zou geleid hebben tot een kapitaalstroom naar opkomende landen, China voorop. „Overvloedige liquiditeit speelt inderdaad een belangrijke rol bij de stijging van de inflatie in China”, aldus Rothman, „maar het is onzin de Fed daar de schuld van te geven, het meeste kapitaal is Chinees.”

Het totaal aan bankdeposito’s bedraagt op dit moment 4.500 miljard dollar, de 2.000 miljard in het ondergrondse banksysteem niet meegerekend. De landbouw is de enige sector in China waar het aanbod altijd krap is – het areaal krimpt – en er geen overcapaciteit bestaat die de inflatie dempt.

„Er is veel kapitaal beschikbaar. Er wordt meer geboden voor dezelfde hoeveelheid producten. Bovendien kan de agrarische sector makkelijk aan leningen komen, de kosten worden ook doorberekend. Door deze twee factoren stijgen de prijzen”, legt de econoom uit. „Iedere varkensboer heeft tegenwoordig een kleurentelevisie en een schotel op zijn dak. Iemand moet dat betalen, de klant dus.”

Grote politieke en sociale gevolgen van de stijgende inflatie verwacht hij nog niet direct, maar de stemming kan omslaan. Rothman hoopt, en met hem alle investeerders in China en de VS, dat de Chinese autoriteiten geleidelijk een krapgeldbeleid gaan voeren, de rentes gaan verhogen en de koers van de yuan ten opzichte van de dollar opwaarderen.

De maatregelen die tot nu toe zijn genomen om de banken af te remmen, hebben nog weinig effect gesorteerd. Ook de pogingen de speculatie op de onroerend goedmarkt af te remmen door de aankoop van een derde of vierde huis te verbieden, heeft nog niet geleid tot stabielere prijzen.

Verhoging van de koers van de yuan zou de Chinese importen van energie, buitenlandse levensmiddelen, waaronder de geliefde kippenpoten, en buitenlandse technologie goedkoper maken en de inflatie afremmen. Rothman: „Het is een uitruil van politieke belangen. Verhoging van de yuan leidt inderdaad tot minder inflatie en stabielere voedselprijzen, maar de exportsector heeft een zware stem. Ik verwacht daarom geen drastische koersaanpassing.”

Volgens de Chinese hoogleraar politieke wetenschappen Minxin Pei voeren de Chinese autoriteiten op het ogenblik een beleid van pappen en nathouden, omdat het Politbureau aan de vooravond staat van een machtswisseling in 2012. Fundamentele, marktgerichte hervormingen van de Chinese economie blijven volgens Pei uit. „De angst om iets te doen wat de groei zou kunnen vertragen is groot. Men blijft op alle mogelijke manieren kapitaal in de economie pompen om de groeicijfers op peil te houden. De volgende generatie mag de problemen oplossen.”