Column

Villa Rik

Waarom had ik altijd de slappe lach bij Villa Felderhof? Die zachte begripvolle slijmtoon van die Rik, die altijd emotionele gasten die nooit zonder tranen over hun ingewikkelde jeugd spraken, hun stumperige gefröbel met een paar kwasten op een doek, die gretige kruis besnuffelende Labrador, dat zeikerige ontbijtje, dat zogenaamde ontspannen wandelen door Saint Tropez of een ander miljonairsoord, de zeiltochtjes, dat dagboek waarin de gasten Rik tot slot nog een paar veren in zijn reet mochten steken….Aandoenlijke bejaardentelevisie. Is het niet iets voor MAX?

Dat getut in die tuin en die villa. Altijd een bepaald slag BN-ers. Types die bijna elke regel met ik beginnen en daarbij serieus denken dat de wereld smachtend wacht op hun privémeninkjes. Ik vond het altijd zo aandoenlijk. De manier waarop Rik genoot van het genot van zijn gasten. De gasten die Rik weer zo intens dankbaar waren. Dat geluk, die tevredenheid….

Ik keek altijd. Vooral naar mijn aandoenlijke theatercollegaatjes, die zo heerlijk over hun goddelijke vak mochten keuvelen. Die door Rik zo serieus genomen werden waardoor ze er altijd nog een emotioneel schepje bovenop deden. Helemaal meegenomen door het goddelijke klimaat, de heerlijke wijn en de fantaaaaaastische omgeving trapten ze bij de emoties altijd nog eens extra op het gaspedaal. En Rik luisterde. Rik luisterde intens, bewonderend. Rik had ook altijd de dagen van zijn leven.

Ooit kwam ik die Felderhof tegen en hij vertrouwde mij vrijwel onmiddellijk toe dat hij mij zo’n interessante man vond. Nou ben ik dat ook, maar je moet het niet meteen zeggen. Wacht even twee minuten. Hij wilde me graag in zijn programma. Ik wilde niet. Waarom niet? Omdat er dan voor mezelf niks meer te lachen viel. Ik keek altijd met zo’n totaal andere intentie. Ik zat altijd keihard te lachen. Juist op momenten als Jeroen Krabbé heel serieus werd en helemaal als Adelheid Roosen ging huilen. Ik huilde nooit mee. Nee, ik spoelde de band terug en wilde het nog een keer horen. Om weer hard te lachen. Misschien nog wel harder dan de eerste keer.

In het begin dacht ik dat iedereen net zo keek als mijn vrienden en ik. Dat het programma redelijk cult was. Tot ik ontdekte dat het door velen serieus genomen werd. Was ooit op een prijsuitreiking (artiesten geven elkaar graag complimentjes!) in een of ander theater en toen hoorde ik de ene acteur tegen de andere televisiepresentator zeggen: „Ik vond je zo mooi kwetsbaar bij Rik. Gedurfd emotioneel!” Waarop de presentator zei: „Ik dacht de mensen hebben ook recht op mijn zachte kant!” Ik weet nog dat ik naar de wc vluchtte en daar een pleerol heb vol gehuild van het lachen. Vooral omdat beide heren er zo serieus bij keken. Dat je in Rik zijn villaatje voor het klootjesvolk speelt dat je leven heel wat voorstelt snap ik, maar als je die rol doorspeelt op een dom borreltje in de Amsterdamse binnenstad kan je mij wegdragen. Dat is ijdelheid waar ik wel pap van lust.

Kan niks anders doen dan die Felderhof mijn complimenten maken. Jarenlang had hij een geheide kijkcijferhit die mij onnoemelijk veel plezier heeft gebracht. Net als De Rijdende Rechter en het Familiediner, waarin een EO-er bemiddelt bij intens burgerlijke familieruzies. Programma’s naar mijn hart. Als je wilt weten hoe Nederland werkelijk in elkaar zit dan is dat soort programma’s een absolute must voor elke schrijver en cabaretier.

Nog leuker was het blad Felderhof van dezelfde Rik. Een, zover ik weet, niet meer bestaande glossy met Rik als geluksvogel. Heerlijk huis in Afrika, heel vriendschappelijk levend met zijn negerpersoneel, genietend van de natuur, de wijnen. Ook dit blad nam ik altijd gniffelend tot me. Waarom wil je dit genante deel van je leven allemaal met vreemde mensen delen, dacht ik dan. Maar hij wilde dat dus.

Maar Rik moet er mee nokken. Wegbezuinigd door de NCRV. Jammer. Vooral die hoed zal ik missen. Die ontspannen zomerse hoed. Waarmee hij bij het afscheid altijd zwaaide.