tijdschrift

Hoewel er nooit consensus is geweest ‘over de aard, de kwaliteit of de wenselijkheid van het postmodernisme’, lijkt men het nu eens over het eind van dat ‘onvatbare isme.’

Wat het heeft behelsd, Joost mag het weten, maar het postmodernisme zit er ‘op’ volgens Parmentier. Tijd dus voor iets nieuws! Zogenaamd. Want het Nijmeegse literaire tijdschrift leunt nogal op de ironie door na de kritiek op de vrijblijvendheid en het gebrek aan ‘engagement’ van het postmodernisme een dossier ‘After postmodernism’ te publiceren. In Parmentier publiceren dan ook met zekere regelmaat auteurs die vaak als ‘postmodern’ zijn weggezet, zoals Erik Spinoy of Lucas Hüsgen.

Die laatste heeft zichzelf trouwens nooit als postmodernist geclassificeerd, zo legt hij uit in een essay, het waren juist anderen die hem daar onderdak gaven. De dichter en romancier Hüsgen presenteert werk waar in wezen een ‘simpel kinderspel van vrije associatie aan ten grondslag ligt’, maar dat door critici met een ‘postmodernistisch begrippenkader’ verkeerd is opgevat.

Gemene deler in stukken over Arnon Grunberg en de Duitse schrijfster Juli Zeh is nihilisme. Via Sven Vitse zien we hoe Zeh de ‘existentiële leegte van de overlevenden van het postmoderne’ vorm geeft in romans als Speeldrift en Corpus delicti.

Een interessante toevoeging aan dit dossier vindt men trouwens op de site van Parmentier (www.literairtijdschriftparmentier.nl), waar Arnoud van Adrichem hoogleraar Thomas Vaessens interviewt. ‘Het kan iemand als Wilders niet schelen dat de Korancitaten in zijn film Fitna in kringen van Arabisten en Korankenners als tendentieuze parafrases worden ontmaskerd. Hij voert het beginsel dat de meeste stemmen gelden tot de uiterste, tot de lulligste consequentie door.’

Parmentier no. 3. € 9,-