Rintje Bladeren en Harken

Alle bomen zijn helemaal kaal en overal in oma’s tuin liggen rode, gele en bruine bladeren. Rintje gaat helpen die bladeren bij elkaar te harken.

‘Hier is de sleutel van het schuurtje,’ zegt oma. ‘Pak jij de harken maar vast, dan trek ik mijn kaplaarzen aan.’

In de schuur van oma is heel veel te zien. En het ruikt er een beetje naar het bos en ook naar de benzine van de grasmaaier. Lekkere luchtjes zijn dat!

Oma bewaart van alles in de schuur. Stapels oude kranten waar ze later stukjes en foto’s uit wil knippen die ze leuk vindt. Er hangen oude jassen die oma nooit meer draagt. ‘Maar wie wat bewaart, heeft wat,’ zegt oma altijd.

Boven op een oude kast staat een kist van ijzer met een groot hangslot. Oma heeft die samen met Rintje een keer opengemaakt. Er zaten allemaal oude foto’s in, die ze samen hebben bekeken. Foto’s van oma toen ze een meisje was. Met een mooie strik in haar vacht, net als Henriette.

Aan de muur hangt gereedschap. Snoeischaren en schoffels en grote en kleine spades. Hamers en nijptangen en schroevendraaiers. En natuurlijk staat de grote grasmaaier er waarmee Rintje samen met oma in de zomer het gras maait. In de hoek staat ook de oude houten kruiwagen, en de harken staan ernaast.

Rintje is bijna vergeten wat hij kwam halen. De harken voor de bladeren! Hij legt ze op de kruiwagen en rijdt de tuin in.

‘Wat een bladeren overal,’ zegt oma. ‘Als jij in die hoek begint, begin ik hier. Dan harken we naar elkaar toe.’

‘Oma, oma!’ roept Rintje. ‘Kom snel kijken, ik heb iets heel moois gevonden!’

Tussen de bladeren is een grote paddenstoel te zien. ‘Het lijkt wel een paddenstoel uit een sprookje,’ zegt oma. ‘Rood met witte stippen! Hark er maar voorzichtig omheen anders valt hij om, en dat zou zonde zijn!’

Na een hele tijd harken hebben Rintje en oma allebei een flink berg bladeren. Maar dan gebeurt er iets raars. Het begint opeens heel hard te waaien en de wind neemt de bladeren die ze bij elkaar hebben geharkt mee.

WOOOOOEEEEF!!! Daar vliegen alle bladeren weer door de tuin.

‘Al het werk voor niets!’ lacht oma.

Rintje kijkt sip. ‘Stomme wind!’ zegt hij.

‘De wind hoort nu eenmaal bij de herfst,’ zegt oma. ‘Het geeft niks. Als de wind is gaan liggen, beginnen we opnieuw.’

Ze bukt en pakt een paar mooi gekleurde bladeren van de grond. ‘Kom, we gaan binnen iets lekkers eten en dan leggen we deze bladeren onder een stapel boeken te drogen, dan kunnen we ze daarna in je schrift plakken!’