Obama, ontrouw aan eigen belofte

Ook deze week was er weer zo’n onopvallend berichtje. Bij een raketaanval op een huis en een rijdende auto in het noordwesten van Pakistan, bij de grens van Afghanistan, kwamen dinsdag twintig mensen om het leven. Het zou gaan om opstandelingen die banden hebben met Al-Qaeda of de Talibaan.

Veel is er niet bekend over het incident. In het bergachtige gebied hebben groepen moslimextremisten hun uitvalsbasis van waaruit ze aanvallen ondernemen in Afghanistan en Pakistan. Voor zonsopgang troffen twee raketten een lemen huis en twee andere de auto. Namen van de slachtoffers zijn niet bekend.

„Vermoed wordt dat het Amerikaanse raketten waren”, schreef het persbureau Associated Press, dat suggereerde dat ze waren afgevuurd door onbemande vliegtuigjes. De Amerikaanse regering doet vrijwel nooit mededelingen over dit soort acties, waarvan er dit jaar volgens militaire analisten al zo’n honderd zijn uitgevoerd in Pakistan.

Dergelijke operaties, in een land waar de VS officieel geen oorlog voeren, zijn de enige effectieve manier om de top van Al-Qaeda aan te pakken, zei CIA-directeur Panetta vorig jaar in een zeldzaam moment van openheid: „It’s the only game in town.” Maar de VN-rapporteur voor buitenrechtelijke executies waarschuwt dat de acties ernstige schendingen van het humanitaire recht kunnen zijn.

„Er wordt geen verantwoording over afgelegd”, zegt de Zuid-Afrikaanse jurist Christof Heyns, die deze functie sinds enkele maanden bekleedt, in een telefoongesprek. „Terwijl verantwoording de basis is van het humanitaire recht. Op grote schaal worden mensen gedood, maar we weten er vrijwel niets over. Op welke grond worden zij als doelwit aangemerkt? Hoeveel van hen zijn omgekomen, en hoeveel onschuldige slachtoffers die toevallig in de buurt waren zijn er gevallen? Onderzoeken de betrokken landen dat eigenlijk na zo’n aanval? En hebben ze echt geen andere middelen om hun doel te bereiken?”

Dan heeft Heyns het nog niet eens over de twijfelachtige effectiviteit van zulke operaties. De burgerslachtoffers en de straffeloosheid van de bombardementen leiden vaak tot grote bitterheid onder de lokale bevolking. De Amerikanen zouden er weleens meer terroristen mee kunnen creëren dan ze ermee doden.

Onder Obama zijn de gerichte luchtaanvallen op Al-Qaeda- en Talibaan-strijders in Pakistan fors opgevoerd. De president die beloofde Guantánamo Bay te sluiten, omdat terreurverdachten daar jarenlang zonder vorm van proces worden opgesloten, heeft nu de verantwoordelijkheid voor een operatie waarbij terreurverdachten zonder enige vorm van proces worden gedood.

Woensdag stond in deze krant een fascinerend interview met onderzoeksjournalist Bob Woodward, naar aanleiding van zijn boek De oorlogen van Obama. Woodward toont het morele drama van Obama als oorlogspresident. Hij vertelt dat hij Obama de stelling voorlegde „dat oorlog altijd corrumpeert”. De president blijkt het daar fundamenteel mee eens.

Het mag een eeuwenoude waarheid zijn, maar het is tegelijkertijd een ontluisterende constatering voor een man die met zo veel hoop en idealen aan zijn presidentschap begon, die nog geen jaar in functie was toen hij al de Nobelprijs voor de Vrede kreeg – en accepteerde.

In zijn boek beschrijft Woodward hoe hij de kwestie opwerpt bij Obama, na afloop van een interview, als ze de Oval Office al zijn uitgelopen. Ik heb nog een vraag, zegt de journalist, en hij overhandigt de president een fotokopie van een passage uit een boek over de Tweede Wereldoorlog. Staand leest Obama: „Want oorlog is niet alleen een militaire campagne, maar ook een parabel. Met lessen over camaraderie en plicht en het raadsel van het noodlot. Met lessen over eer en moed, over barmhartigheid en opoffering. En ook met de droevigste les, die iedere keer weer opnieuw geleerd moet worden... dat oorlog corrumpeert, de ziel aantast en de geest bezoedelt, dat zelfs de meest uitmuntende en hoogstaande mensen erdoor besmet raken, dat geen hart onbesmeurd blijft.”

Terwijl Obama de fotokopie teruggeeft zegt hij: „Met die visie ben ik het wel eens, I sympathize with this view.” Hij heeft geen tijd om verder te praten maar zegt nog wel: „Kijk nog maar eens naar mijn toespraak bij het aanvaarden van de Nobelprijs.”

Wat daar staat is minder hard: „Een deel van de uitdaging die ons wacht, is deze twee ogenschijnlijk onverzoenlijke waarheden met elkaar te rijmen: dat oorlog soms noodzakelijk is en dat oorlog op een ander niveau een uitdrukking is van menselijke waanzin.”

In dat dilemma, een reëel dilemma, is Obama de belofte ontrouw geworden die hij nog maar zo kort geleden belichaamde. En hij weet het, hij erkent het zelfs. Woodward zegt in het interview: „Oorlog bepaalt ons imago in de rest van de wereld, het vertelt ons wie we zijn.” Obama’s ambitie om dat verhaal een positieve wending te geven, is gestrand.