Nederlands leger is onbetaalbaar

Defensie kondigt forse bezuinigingen aan

Bij Defensie worden tienduizend arbeidsplaatsen geschrapt. Straks werken er bijna 60.000 mensen bij de krijgsmacht. In 1990 waren dat er nog 261.000.

Onrust op de kazernes in Nederland. Eén op de zeven werknemers van Defensie dreigt zijn of haar baan kwijt te raken.

Gisteren kondigde minister Hillen (Defensie, CDA) een van de grootste bezuinigingen aan sinds het eind van de Koude Oorlog. „Op grond van de eerste financiële scenario’s moet rekening worden gehouden met een verlies van 10.000 arbeidsplaatsen”, schrijft hij aan de Tweede Kamer.

Uit de brief wordt het pijnlijk duidelijk: de huidige krijgsmacht is onbetaalbaar. Defensie moet ongeveer een miljard euro bezuinigen op een begroting van 8,5 miljard dit jaar. „Eén ding is duidelijk, er is zwaar weer op komst”, aldus Hillen. In maart 2011 komt hij met concrete bezuinigingsvoorstellen.

Voorgaande jaren kon Defensie de eindjes nog net aan elkaar knopen. Dat kwam mede door het personeelstekort van 7.000 arbeidsplaatsen; lege plekken in de kazerne vereisen geen salaris. Ook werden investeringen of reparaties uitgesteld. Maar die trucjes werken niet langer. De gebouwen verkeren in slechter staat, waardoor het personeel gedemotiveerd raakt. Douches en toiletten zijn kapot.

Om op korte termijn de gaten te dichten kondigde Hillen vlak na zijn aantreden al een algehele vacaturestop aan voor burgerpersoneel. En wie soldaat of onderofficier wil worden bij de landmacht, kan die jongensdroom beter snel uit het hoofd zetten: er is alleen nog vraag naar specialisten, zoals bijvoorbeeld medisch of technisch personeel. Ook wordt er fors minder geoefend.

Maar dit alles is dus nog steeds niet genoeg om de balans bij Defensie kloppend te maken. Als er nu niet wordt ingegrepen, is het bestaande materiaal straks niet of minder inzetbaar, waarschuwt Hillen. Want de inzet van de krijgsmacht gaat aankomende jaren gewoon door. Gedacht wordt aan een nieuwe missie in Afghanistan. In het regeerakkoord staat dat de krijgsmacht veelzijdig inzetbaar moet blijven. Dus met marine, landmacht, luchtmacht en marechaussee.

Maar dat er structureel iets moet veranderen aan de krijgsmacht is onvermijdelijk, zegt generaal buiten dienst A.J Van Vuren. „Het is nu tijd voor fundamentele keuzes. De kaasschaaf is echt niet meer afdoende.” Hij ziet een „heel erg afgeslankte” krijgsmacht voor zich. Van Vuren somt op: een kleinere luchtmacht, liefst geen JSF en afschaffing van de onderzeedienst.

Volgens de generaal b.d. wil de krijgsmacht te veel tegelijk, wat niet efficiënt is. „We hebben nu nog vier onderzeeboten. De onderzeedienst heeft ook weer staf en logistiek nodig. Dat is duur voor vier boten.” Hetzelfde geldt volgens hem voor het Korps Mariniers. „Er is nu een stukje landmacht binnen de marine. Voeg dat samen, en je kunt weer besparen op de overhead.”

Dit is wat Defensie volgens hem nu moet doen: eerst kijken waar de overhead beperkt kan worden, en dan bezien welke onderdelen van de krijgsmacht moeten worden afgestoten.

Wim van den Burg, aanvoerder van de grootste militaire vakbond AFMP, sluit zich daar bij aan. „Er werken ruim 25.000 burgers bij Defensie, tegen 45.000 militairen. Zoek dus eerst naar mogelijkheden om de verhouding tussen operationeel personeel en het ondersteunend deel te verbeteren. Defensie is nu een kind met een waterhoofd.”

Paradoxaal is juist dat de eerdere samenvoeging van de vier krijgsmachtdelen, bedoeld om efficiënter te werken, volgens Van den Burg geleid heeft tot meer kosten voor de bedrijfsvoering. „Vroeger had je staven voor ieder krijgsmachtonderdeel. Nu is dat nog steeds zo, maar is er een extra laag boven gekomen die alle krijgsmachtdelen moet aansturen of bedienen.”

De vakbond betreurt verder het verlies aan banen. Defensie is een van de grootste werkgevers in Nederland. „Dit zet een streep door de werkgelegenheid”, zegt Van den Burg. Defensie moet volgens hem uitkijken dat het niet te voortvarend het mes in de organisatie zet. „In 2013 voorzie ik een enorme uitstroom door de vergrijzing. Tegen die tijd moet er nog wel voldoende geschoold personeel zijn om de krijgsmacht te vullen.”

Sommige gepensioneerde generaals denken met weemoed terug aan de krijgsmacht van begin jaren 90. Er waren toen 105.000 militairen. In 1990 had Nederland nog 913 tanks, nu 91. In 1990 bedroegen de Defensie-uitgaven 2,7 procent van het Bruto Nationaal Product. In 2009 zakte dat tot 1,4 procent, stond in het rapport Verkenningen, een groot onderzoek naar de toekomst van de krijgsmacht, dat dit jaar verscheen. Kortom: met de Val van de Muur viel ook het budget voor de militairen. Vanaf 1991 is de krijgsmacht jaar na jaar bezig te verkleinen. In dat op zicht zijn de jongste bezuinigingen van minister Hillen een voortzetting van het beleid dat al twintig jaar wordt gevoerd.

De vraag is of het erg is, een kleinere krijgsmacht. Generaal b.d. Van Vuren denkt van niet. „Nederland wil erg graag meedoen met de grote jongens. Maar kijk eens naar de wereld, en wie nu de grote jongens zijn. Zie de groei van China. Ons past nu eenmaal een bescheidenere rol.”