Met herrie kun je een zaak runnen

Als muzikant organiseerde Leon Caren graag concerten.

Nu leidt hij Subbacultcha!, succesvol impresariaat. Hij volgt zijn eigen smaak: dus tegendraadse muzikanten.

foto: Lars van den Brink onderwerp: Leon Caren

Als zanger/gitarist van de band Blues Brother Castro merkte Leon Caren (32) dat hij goed was in het regelen van concerten – en dat hij het nog leuk vond ook. Zes jaar geleden organiseerde hij in Paradiso zijn eerste ‘Subbacultcha!’-avond met nieuwe Amsterdamse bands. Nu leidt hij een goedlopend bedrijf. Caren boekt de bands die andere programmeurs laten liggen. Hij volgt zijn eigen smaak, wat leidt tot optredens van tegendraadse, compromisloze muzikanten op locaties in voornamelijk Amsterdam en Utrecht.

Subbacultcha! – dat ook een website en een tijdschrift runt – organiseert maandelijks optredens in het Trouw-gebouw in Amsterdam, zoals vanavond van Les Savy Fav. Het impresariaat is ook partner van festivals als het Le Guess Who?, van 24 tot 28 november in Utrecht, met veelbelovende groepen als Marnie Stern, Munch Much en Lower Dens. Samen met vriend Bas Morsch bepaalt Caren de koers van het bedrijf; ze vormen ook het luidruchtige rockduo The Moi Non Plus.

Het Subbacultcha!-hoofdkwartier is gevestigd in een voormalig kraakpand in Amsterdam. In het kantoor drie stagiaires; beneden, in de door Morsch en Caren opgeknapte kelder, komt binnenkort een expositieruimte voor het werk van jonge Subbacultcha!-fotografen en -vormgevers. Wat Caren – afgestudeerd antropoloog – drijft is niet idealisme, maar de lust om te ondernemen in wat hij noemt ‘ontoegankelijke teringherrie’.

In welk gat bent u gesprongen?

„Vijf jaar geleden waren er weinig concerten van obscure en ontoegankelijke bands. Dat is juist het soort groepen waar ik van hou, dus ik ben op zoek gegaan naar manieren om ze op te laten treden. In kleine clubs, met gelijkgestemde muzikanten, bijvoorbeeld. De consument wordt vaak onderschat. Die staat open voor afwijkende dingen, als het maar liefdevol wordt gebracht.

„Toen ik hiermee begon waren er weinig mensen die snapten dat je met dit soort herrie een bedrijf kunt runnen. Inmiddels is gebleken dat het kan: op een Subbacultcha!-avond in Amsterdam komen zelden minder dan tweehonderd mensen.”

Waar vindt u die obscure bands?

„Ik begon met vooral Nederlandse groepen, maar daarvan waren er niet genoeg die in het Subbacultcha!-concept pasten. Dankzij mijn verleden als muzikant kende ik agenten voor mijn soort muziek in Amerika en Engeland. Er is een enorm aanbod, dus ik kon zo aan de slag: iedere band wil graag in Amsterdam spelen. Ik volg mijn eigen smaak, die overigens breder is dan alleen ‘ontoegankelijke teringherrie’, ik hou ook van meer pop- georiënteerde muziek. Ik speur blogs af en beluister de hele dag liedjes om nieuwe artiesten zo vroeg mogelijk te ontdekken. Bij onbekende namen let ik op de context: op welk label zitten ze, met welke agent werken ze?

„Ik probeer nieuwe stromingen snel te boeken. Zo hebben we rond het ‘chillwave’-genre onlangs een serie optredens in Trouw georganiseerd, met bands als Washed Out en Toro Y Moi. Zo’n concertreeks probeer ik nu op te zetten met witch house bands. Dat is een nieuwe muzikale trend die zich kenmerkt door duistere industriële klanken. Soms worden groepen die wij als eerste hierheen hadden gehaald later behoorlijk succesvol. Best Coast, bijvoorbeeld, dat nu door Paradiso is geboekt, hadden wij anderhalf jaar geleden al eens staan.”

Subbacultcha! heeft een uniek abonnementensysteem ontwikkeld. Wat houdt het in?

„Je kunt voor 6 euro per maand lid worden. In ruil daarvoor ontvang je het tijdschrift en kun je gratis naar onze concerten. Met ongeveer zes Subbacultcha!!-avonden per maand komt dat neer op 1 euro per keer. Op deze manier willen we bij het publiek het saamhorigheidsgevoel versterken. Subbacultcha! is meer dan een bedrijf, het is een community. Daardoor vinden we ook makkelijk vrijwilligers. Zo’n veertig mensen werken mee aan de website, of aan ons tijdschrift: ze schrijven, maken foto’s, distribueren.”

Eén euro per kaartje... verdient u er nog iets aan?

„Dit is onze manier om in te spelen op de nieuwe ontwikkelingen in de muziekbusiness. ‘Weggeven is het nieuwe verkopen’, is daarbij de filosofie. Maar ook met dit systeem is er geen sprake van minder opbrengst. Als alle leden naar alle optredens zouden gaan, zou het niet werken. Maar het gemiddelde lid gaat één keer per maand naar een van onze optredens, en neemt dan een paar vrienden mee die geen lid zijn.”

U noemt uzelf ondernemer. Wil dat zeggen dat het bedrijf zo groot mogelijk moet worden?

„‘Groot’ is een betrekkelijk begrip. Je kunt ook groeien in de breedte. Bas en ik stimuleren elkaar om steeds nieuwe dingen te bedenken. Daarom zetten we nu ook een expositieruimte op en brengen we in de toekomst meer kunstpublicaties uit. Op allerlei terreinen willen we ons manifesteren. Subbacultcha! is nooit ‘af’.”

Doet u concessies?

„We stellen altijd de vraag: ‘Hoe kunnen we hier meer uithalen?’ Of: ‘Hoe werven we meer leden?’ Maar uiteindelijk verkopen we alleen maar dingen waar we 100 procent achter staan. Dus doen we nooit concessies; we boeken geen bands omdat we weten dat er veel mensen op af zullen komen. We boeken uitsluitend bands waarvan we zelf overtuigd zijn. Onze doelgroep zou het trouwens ook niet pikken als we concessies deden. Het zijn mensen tussen de 18 en de 30, onder wie veel studenten en hogeropgeleiden.

„Volgens mij is juist dat de reden dan we zo snel groeien: het publiek wéét dat we compromisloos zijn. Daardoor kunnen ze ons vertrouwen. En ondertussen worden we steeds onafhankelijker. Dat bevalt me.”

Onafhankelijk waarvan?

„Van anderen. We hoeven geen subsidie meer te vragen, want we kunnen onszelf bedruipen. We hoeven niet te wachten tot een ander over onze optredens schrijft, want dat doen we zelf in ons blad en op de site. De community is voor ons belangrijk. En daar gaat het goed mee.”

Had u niet liever muzikant willen zijn?

„Bas en ik zijn ook nog steeds muzikant. The Moi Non Plus is onderdeel van het Subbacultcha!-bedrijf, daarom repeteren we tijdens kantooruren. Soms krijgen we leuke uitnodigingen. Zoals afgelopen zomer toen we naar Milaan werden gehaald om live te spelen bij een modeshow van Diesel. Laatst wilde een Amerikaanse platenlabel een nieuwe cd van ons uitbrengen en wilde een festival in Canada ons boeken. Vijf jaar geleden had ik zo’n aanbod niet kunnen weigeren. Nu wel.

„De band is niet meer onze prioriteit. Ik zou mijn leven voor geen goud willen ruilen met het muzikantenbestaan, omdat je dan afhankelijk bent van andere partijen. Het is geweldig te ervaren: een zaal vol mensen die enthousiast zijn bij een optreden dat ik georganiseerd heb. Die kick is vergelijkbaar met die van zélf spelen.”

Wat draait u ’s avonds thuis voor muziek?

„Soms Neil Young of Bob Dylan. Voor de afwisseling. Maar vaak helemaal niets. Want na een dag keiharde noise is rust ook weleens lekker.”

De komende weken staan bands als Teeth, Marnie Stern, Das Racist, Small Black, Suuns & The War On Drugs op het programma van Subbacultcha!

Voor meer info, muziek en optredens, zie: Subbacultcha.nl