'Met de adel is een cultuur verloren gegaan'

In de tv-serie ‘Oostwaarts!’ reist schrijver Jaap Scholten door Oost-Europa en ziet hoe het verleden doorwerkt in het heden: „In die landen vind je veel terug van het oude Europa.”

In een voormalige martelkelder van de Hongaarse geheime dienst vertelt graaf Pálffy de Erdõd wat hem na de oorlog is overkomen. Net als alle Hongaarse edelen werd hij gearresteerd en verhoord. Aanklacht: blauw bloed, volksvijand. Toen de beul hem vroeg naar de ‘illegale migratie’ van een oom, zei hij dat deze was gedeporteerd door de nazi’s naar Mauthausen. De beul bleek niet te weten wat Mauthausen was, dus zei de graaf: ,,Dat is een concentratiekamp. Die hadden zij namelijk ook.”

Twentse schrijver Jaap Scholten (1963) maakte een VPRO-serie over postcommunistisch Oost-Europa: Oostwaarts! Over de vervolgde adel in Hongarije, de berenjacht in Roemenië, ‘Joegostalgia’ in Servië, bloedwraak en autowasserettes in Albanië, leegloop in Bulgarije en gokken in Montenegro, („Ik heb op FC Twente gewed in Podgorica.”).

Dit klinkt als de serie van Jelle Brandt Corstius in Rusland en die van Adriaan van Dis in Zuidelijk Afrika. Was het succes daarvan een reden om dit te maken?

„Ik wilde aanvankelijk alleen een documentaire maken over de Hongaarse adel, maar de producent wilde graag een serie over de regio. En natuurlijk dacht hij daarbij aan het succes van Brandt Corstius en Van Dis. Net als in hun series leer je in Oostwaarts! een minder bekende regio op een andere manier kennen. Het dagelijkse nieuws over de regio richt zich vooral op de politiek daar, maar dat is grotendeels show en heeft weinig met de werkelijkheid te maken.”

Waarom Oost-Europa?

„De kaasstolp van veertig jaar communisme heeft conserverend gewerkt. In die landen kun je dus veel terugvinden van het oude Europa. Het doorgeschoten individualisme van West-Europa speelt daar minder. Dat geeft die landen iets sympathieks.”

De eerste aflevering zondag gaat over de communistische vervolging van de adel in Hongarije en in het Roemeense Transsylvanië, en hun moeizame terugkeer in de laatste jaren. Scholten schreef hierover ook het boek Kameraad Baron dat dinsdag verschijnt. Het onderwerp ligt Scholten na aan het hart omdat hij zelf sinds 2003 in Boedapest woont en zijn vrouw Ilonka tot de Hongaarse adel behoort. De Scholtens bezitten enige Hongaarse bossen.

Waarom moeten wij ons verdiepen in het lot van de Hongaarse adel?

„Het gevaar bestaat dat de kijker denkt: ‘een stel verwende baronnen die hun kasteel terugwillen; God, wat een probleem.’ Maar ieder onrecht dat is aangedaan, had niet mogen gebeuren. Ze zijn onteigend, gedeporteerd, vervolgd en gemarteld. De adel staat verder symbool voor een vernietigde cultuur. In Transsylvanië werden alle edelen op één nacht uit hun huizen gehaald. Ze werden opgesloten in steden. Iedere week moesten ze zich melden bij de politie. Net als de lokale prostituees. Een dame vertelde dat de agent bij binnenkomst altijd vroeg: ,,Welk register? voor de hoeren of de gravinnen?”

U verheerlijkt het feodalisme. Volgens u leefden vroeger edelen en horigen samen in harmonie. Is dit niet wat rooskleurig?

„Och, ik ben romanticus. Er zullen ongetwijfeld misstanden zijn geweest, maar ik denk wel dat met de aristocratie meer verloren is gegaan dan alleen die families. De edelen voelden de plicht om voor hun boeren te zorgen, noblesse oblige. Boeren en edelen waren geworteld in hun grond, dat leidde tot een groot gemeenschapsgevoel.”

Wat kunnen wij leren ‘Oostwaarts’?

„Ik zie in Oost-Europa niet alleen het verleden maar ook de duistere toekomst van Europa. Overal zag ik kaal geschoren, getatoeëerde mannen rondrijden in Mercedessen: de proleten-elite. Geen moraal, geen cultuur, alleen macht en geweld. Die zie ik in West-Europa ook opkomen. Niet voor niets richt de PVV zich tegen het koningshuis, de dragers van cultuur en traditie in Nederland. Mensen zonder cultuur hebben daar een bloedhekel aan. Ze voelen zich geïntimideerd en willen het vernietigen. De oude elite kwam voort uit de Verlichting, de nieuwe is machiavellistisch, zonder menselijk respect.

Speelt uw eigen afkomst een rol in die visie op de elite?

„Ik ben afkomstig uit een Twentse familie van textielbaronnen en ik heb mij daar altijd tegen afgezet. Maar sinds ik in Oost-Europa woon, heb ik weer veel sympathie gekregen voor de oude elite in lamswollen truien die het Concertgebouw bezoekt en Douwe Egberts koffiepunten knipt.”

Oostwaarts!, vanaf zondag, Ned 2, 21 uur. Het boek ‘Kameraard baron’ verschijnt bij Contact, € 21,95