Meditatie of kappersbezoek

Hij zat vierhonderd uur stil en schreef er een boek over.

Man With Blue Scarf is een verslag, interview en profiel over Lucian Freud ineen.

Critic Martin Gayford poses for the artist Lucian Freud in his studio in London, U.K., in this undated photo released to the press on Sept. 23, 2010. Gayford has just released a book about the experience of sitting for Freud: ''Man with a Blue Scarf: On Sitting for a Portrait by Lucian Freud.'' Photographer: David Dawson/Thames and Hudson via Bloomberg EDITOR'S NOTE: NO SALES. EDITORIAL USE ONLY. Via Bloomberg

Martin Gayford heeft een boek geschreven waar nog een genre voor moet worden bedacht. Man with a Blue Scarf is niet alleen een verslag van zeven maanden poseren voor Lucian Freud, het is ook een lang interview met en een profiel van de bejaarde schilder. En verder weidt de kunstcriticus in dit met 64 afbeeldingen geïllustreerde boek uit over het klassieke ambacht van de portretkunst, waar Freud al een leven lang mee bezig is.

Tussen 3 december 2003 en 4 juni 2004 heeft Gayford zo’n vierhonderd uur lang stilgezeten in Freuds atelier. Het portretteren was een idee van Gayford zelf, die toen onderzoek verrichtte voor het boek The Yellow House en hij leek te zijn besmet met Vincent van Goghs gemoedstoestand. Gayford ervoer de sessies als een combinatie van transcendentale meditatie en een kappersbezoek. En soms ook als vrijheidsberoving. Zelfs voor het schilderen van de achtergrond moest hij aanwezig zijn, met zijn rechter- over zijn linkerbeen.

Praten met de schilder kon best, maar had als nadeel dat het de sessie rekte. Converseren deden de twee daarom vooral tijdens de diners in The Wolseley en bij Locanda Locatelli. Freud kreeg zodoende de kans om Gayford, met wie hij al jaren bevriend is, nog beter te bestuderen.

Gayford op zijn beurt probeerde meer te weten te komen over Freud, bij wie tegendraadsheid van jongsaf aan een manier van leven vormt. Toen een leraar op de Berlijnse basisschool bijvoorbeeld toonde hoe de kleine Lucian zijn veters moest strikken, besloot hij dat nooit meer op de voorgeschreven manier te doen. In artistiek opzicht heeft deze eigenzinnigheid ervoor gezorgd dat Freud dé portretschilder van de 20ste eeuw is geworden, een vak dat hij leerde in de tijd dat Duchamps urinoir als grafsteen van de figuratieve kunst werd gezien. Terwijl alle modes binnen de beeldende kunsten aan hem voorbij trokken, schilderde hij uiteenlopende mensen, van de hertogin van Devonshire tot Isaiah Berlin, van zijn boezemvriend Francis Bacon tot een zwangere Kate Moss, van een bankovervaller tot de serveerster van de Wolseley. Laatstgenoemde werd trouwens door de schilder ‘ontslagen’ omdat ze te laat kwam. Punctualiteit is een vereiste voor Freud. Tevens moet een model persoonlijkheid uitstralen, authentiek overkomen en geen make-up dragen. Verven doet Freud zelf wel.

Deze anarchistische instelling past bij Freuds leven dat zich grotendeels in aristo-artistiek Londen afspeelt. Als jongeman woonde en werkte hij tussen de kruimeldieven en moordenaars in Paddington, maar leefde hij in Soho en in het weekend kwam hij op landgoederen. Regelmatig bezocht hij Parijs, waar hij uitging met de onbehouwen Man Ray en de ‘Teutoonse Parijzenaar’ Max Ernst. Hij raakte bevriend met George Orwell en beleefde plezier met Greta Garbo, alhoewel haar wispelturige gedrag hem soms ergerde, bijvoorbeeld toen ze tijdens een stortbui uit de taxi stapte om blootsvoets over Westminster Bridge te lopen. Inmiddels is Freud de opa van bohemian Londen, eentje die nog goed kan dansen.

Tijdens de gesprekken becommentarieert Freud illustere voorgangers. Raphael en Vermeer doen hem weinig, omdat de door hen geschilderde mensen niet echt lijken te leven. Terloops oppert hij een boek te schrijven over de matige schilderstalenten van Da Vinci en ruiken de schilderijen van de Pre-Rafaëliet Rossetti volgens hem naar slechte adem. Freuds helden? Titiaan (met name diens Diana and Actaeon), Rembrandt en vooral Van Gogh, die in de ogen van Freud geen enkel slecht schilderij heeft gemaakt.

Rode lijn in het boek is Gayfords beschrijving van het schilderkunstige proces, compleet met beschouwingen over Freuds schorten en het aantal mogelijke gelaatstrekken. Het valt hem op dat Freud niet eerst een schets maakt, maar ergens in het midden begint – doorgaans met de ogen van het model – en dat zich daarna de kleuren van het leven (beige, crème, grijs, bruin) in een tempo van ongeveer een wenkbrauw per week als een olievlek over het doek verspreiden.

Zijn bijziendheid gebruikt de schilder tot zijn voordeel en het maakt dat zijn schilderijen abstracter worden naarmate je dichterbij komt. Gelijkenis is niet zijn doel. Het model is het beginpunt. ‘I didn’t want to get just likeness like a mimic’, zo legt hij uit, ‘but to portray them, like an actor.’ Voor Freud is schilderen het blootleggen van iemands ziel, het oplossen van een puzzel, oftewel, de psychoanalyse van zijn grootvader voortgezet met andere middelen.

Martin Gayford: Man with a Blue Scarf. On Sitting for a Portrait by Lucian Freud. Thames & Hudson, 256 blz. € 20,-