Leren over de wereld en de geest met Carlo Boszhard en Libresse

Populair-wetenschappelijke programma’s die jongeren aanspreken zijn geen sinecure. Vaak neemt Hilversum zijn toevlucht tot buitengewoon kunstmatige formats, met een grappig bedoelde quiz of iets dergelijks. Maar gisteren startten achter elkaar op Nederland 3 twee series, die inzichten uit respectievelijk de culturele antropologie en de psychologie op een prettige manier verbreiden.

Metropolis (VPRO) loopt al een paar seizoenen en heeft strikt genomen weinig met wetenschap van doen. Desondanks laat het op een vrij systematische manier, zeker in de iets vernieuwde formule, goed zien hoe universele kwesties uit het dagelijks leven in zeer uiteenlopende culturen beleefd worden.

Gisteren kwam, met dank aan hulporganisatie Hivos en maandverbandproducent Libresse, in vele toonaarden „opoe op bezoek”. Leerzaam is dat in Afrika het gemakkelijkst gepraat lijkt te kunnen worden over menstruatie, al is het bij de Maasai weer wat ingewikkelder dan in een Keniaanse stad. Zambia blijkt zelfs als enige land ter wereld een wet te hebben die voorziet in een dag per maand ongesteldheidsverlof, merkwaardigerwijs aangeduid als „moederdag”.

Het lastigst hebben vrouwen het op het Nepalese platteland, waar de maandstonden verplicht worden doorgebracht in een volgepakte hut buiten het dorp. Maar het meest preuts betonen zich de Surinamers en op de bazaar van Beverwijk wordt het hardst door witte mannen gemopperd over het chagrijn van hun partners. Elke cultuur kent binnenlandse varianten, getuige de rituelen van ‘maanvrouwen’ in een tipi bij Bilthoven.

Het nieuwe programma Pavlov (NTR) behandelt de vraag hoe Nederlanders met bijzondere eigenschappen zo geworden zijn. De eerste hoofdpersoon was Carlo Boszhard, die voor zijn programma De TV Kantine (RTL4) onlangs een Gouden Televizierring won. Daarin doet hij samen met Irene Moors Bekende Nederlanders na, vooral uit het populaire segment. De teksten zijn slap, maar Boszhard is een briljante imitator.

Pavlov zaagde hem en zijn familie door over jeugdervaringen. Als erkende jonge homo kon hij niet voetballen, maar bestudeerde zo gedetailleerd het gedrag van doelman Hans van Breukelen dat hij toch sportief excelleerde.

Het programma gaat niet alleen over sociale maar ook over cognitiepsychologie. Gefixeerd tijdens een MRI-scan blijkt bij het denken aan een imitatie vooral het motorische deel van zijn hersenen te worden geprikkeld.

Daarna wordt met een speciaal matje op de wang gemeten hoe goed hij zonder specifieke training selectief zijn gezichtsspieren beheerst. Uitmuntend, dus. Het lijkt aangeboren te zijn.