Kom niet tussen moeder en kind

Op Paris Photo is dit jaar veel aandacht voor Oost-Europa, waar wel interesse maar nog geen markt voor fotografie is. „Winst maken zit er voorlopig niet in.”

Hongaarse huisvrouwen die hun kind met een stofzuigerslang of een hakbijl beschermen, eenvoudige zwart-wit stillevens met waterdruppels en bloemblaadjes, een verlaten darkroom ergens in Polen. De veertiende editie van Paris Photo, de jaarlijkse fotobeurs in Parijs, focust ditmaal op fotografie uit Oost-Europa. Maar wat precies een fotograaf uit Bratislava bindt met een fotograaf uit Warschau, is onduidelijk. Het is ook bijna onmogelijk om op één beurs een hele regio via een aantal galeries te representeren. Bovendien staat de Oost-Europese fotografie, ondanks de rijke traditie - André Kertész, Robert Capa, Josef Koudelka, Stojan Kerbler - nog in de kinderschoenen.

„Ik heb de eerste fotogalerie in Slovenië”, zegt Barbara Ceferin die zeven jaar geleden Galerija Fotografija in Ljubljana opende. Volgens haar begint de markt voor fotografie zich voorzichtig te ontwikkelen. De prijzen bij Galerija Fotografija zijn relatief laag in vergelijking met de rest van het aanbod op de beurs. Eenvoudige, perfect uitgevoerde stillevens van Boris Gaberšcik worden voor 1200 euro aangeboden. Minder geslaagde opnames van het Sloveense plattelandsleven van Stojan Kerbler kosten 600 euro per afdruk.

Uitdagender werk is te vinden bij Photoport Gallery uit Bratislava. Aan de muur van de Slovaakse galerie hangt een serie die de 23-jarige Lucia Stránaioná van haar grootouders maakte. Het zijn op de huid gefotografeerde beelden van een bejaarde man en vrouw die samen in bed liggen of aan de eettafel zitten. Stránaioná wilde vooral de afstand in hun relatie weergeven. „Mijn grootouders hebben niks met elkaar. Ze leven samen maar ze hebben nauwelijks een geestelijke connectie.”

Naast Stránaioná staat fotograaf Juraj Fifik (26). „We helpen de eigenaar een handje. Deze galerie is drie jaar geleden vanuit een universiteitsproject ontstaan. Fotografiestudenten en kunstenaars zochten een plek om hun werk te kunnen exposeren, inmiddels is de galerie zelfstandig.” Winst maken zit er voorlopig niet in, zegt Fifik.” Er is interesse voor fotografie maar nog geen markt. We proberen nu geld los te krijgen bij het ministerie van Cultuur, maar structurele steun krijgen we niet.”

Even verderop wordt bij de hippe galerie Zpaf I S-ka uit Krakau werk getoond van de 34-jarige Poolse fotograaf Konrad Pustola en de 35-jarige Frans-Poolse kunstenaar Nicolas Grospierre. Van Pustola hangt er een sombere, levensgrote afdruk, getiteld Darkrooms (2009), van de lege rode bank in een gayclub na sluitingstijd. De vraagprijs is 7.000 euro. Grospierre maakte een installatie, getiteld Bank (2009), bestaande uit een grote kluis waarin hij foto’s monteerde van kluizen die hij aantrof in diverse bankgebouwen. „Een aanklacht tegen het materialisme”, merkt galeriehouder Tomasz Gutkowski droogjes op. De galerie, die wordt gerund door een organisatie die ook jaarlijks de maand van de Fotografie in Krakau organiseert, speurt met name naar kunstenaars die de ‘grenzen van het medium fotografie onderzoeken’. „We bestaan pas drie jaar maar we hopen voor fotografie een plek op de Poolse markt te creëren.”

Grappig is de serie beelden van defensieve huisvrouwen, te koop voor 1300 euro per afdruk, die bij galerie Faur Zsófi uit Boedapest aan de wand hangen. De 30-jarige Hongaarse fotografe Anna Fabricius, die al eerder geënsceneerde groepfoto’s maakte van postbodes, kamermeisjes en bakkers, fotografeerde voor de serie Female Tigers of Housekeeping een aantal vriendinnen die met een afwasborstel of met een ander huishoudelijk apparaat hun kroost verdedigen tegen een fictieve indringer. „Kom niet tussen een vrouw en haar kind”, zegt een medewerkster van de galerie lachend.

Opvallend is dat dit jaar de Nederlandse galeriehouders massaal afwezig zijn. Alleen Martin Rogge van Flatland Gallery in Utrecht staat er, dit jaar met werk van ondermeer Erwin Olaf, Rob Hornstra en nieuwkomer Jaap Scheeren. De kosten zijn hoog, zegt Rogge. „Je moet er heel wat voor over hebben om hier te staan. Alleen de stand kost 18.000 euro. Daar komen vervoer en verblijf nog bovenop.”

Toch is Rogge blij dat zijn galerie dit jaar weer door de selectiecommissie van Paris Photo is gekomen. „Op de eerste dag heb ik al vijf foto’s van Olaf en twee werken van Ruud van Empel verkocht. Zij zijn grote helden op deze beurs.” Hij wijst naar een grote Van Empel, getiteld Generation II, die links van hem aan de wand hangt en net door een verzamelaar is gekocht voor 49.000 euro. „Dit jaar is het beste jaar uit mijn hele bestaan”, zegt hij met een grijns. „Toen ik twintig jaar geleden begon, kostte een foto van Olaf 250 gulden, nu varieert dat tussen de 2500 tot 45.000 euro.”

Niet ver van Paris Photo zijn op een andere locatie wel flink wat Nederlandse fotografen te vinden. Op Off Print, georganiseerd door de Amsterdamse boekhandelaar Yannick Bouillis, worden nieuwe fotoboeken gelanceerd. „Het is opgezet als alternatieve ontmoetingsplek voor Paris Photo”, zegt fotograaf Rob Hornstra. „Je hoeft hier niet zoveel te betalen om je werk te laten zien. En het is een succes. Zelfs een beroemde fotograaf als Martin Parr komt liever hier dan op de beurs.”

    • Rosan Hollak