Humor en ironie in de (familie)geschiedenis

Nederland, Amstelveen, 05-11-2010 Premiere van de nieuwe show 'Helden' van Gé Reinders in de Gfriffioen in Amstelveen Met Lucas Beukers op de bas en Pieter Klaassen op gitaren en overige snaren. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMER

Gé Reinders heeft van zijn moeder een zakdoekje geërfd. Er staan een paar data op geborduurd en enkele plaatsnamen: Roermond, Maastricht, Vught, Ravensbrück en München. Het zijn de locaties waar ze in 1944 en 1945 gevangen zat. Meer heeft ze er zelf nooit iets over verteld. Maar nadat ze in 1985 was gestorven, besloot haar zoon – bekend als Limburgs liedjeszanger – dat hij er alles over wilde weten. Over haar verzetsverleden, haar arrestatie en haar martelgang langs gevangenissen en concentratiekampen. Het verslag van zijn jarenlange zoektocht naar documenten en ooggetuigen staat in het pas verschenen boek Het zakdoekje (Nijgh & Van Ditmar), een pakkend relaas dat niet alleen over de feiten gaat, maar ook over de vergeefse liefde van een zoon voor zijn zwijgende moeder.

Ook zijn nieuwe theaterprogramma Helden gaat erover. Met fijnzinnige begeleiding van gitarist Pieter Klaassen en bassist Lucas Beukers zingt Reinders een handvol wondermooie liedjes die door zijn zachtmoedige Limburgse tongval extra koesterend klinken. Maar daardoor komen ze soms des te harder aan. Het hoogtepunt vind ik het snijdende Iestied (ijstijd), een herinnering aan zijn kindertijd waarin het huiselijke zwijgen wordt beschreven als een reeks tafereeltjes op een „doodgeweune doordewaekse daag”.

Maar wat Reinders in zijn verbindende teksten over het zakdoekje van zijn moeder en de daaropvolgende speurtocht vertelt, doet geen recht aan het verhaal achter de data en de locaties. Hij komt niet verder dan een paar flarden, een enkele herinnering aan een gesprek met een vroegere kampgenoot en een anekdote over moeders begrafenis die hij voorleest uit het boek. Maar het is hem niet gelukt de geschiedenis een aansprekende vorm te geven. Wie dat boek niet heeft gelezen, krijgt daarvan slechts een ontoereikende indruk.

Hoe een concreet familieverhaal tot een meeslepende voorstelling kan leiden, wordt intussen door Diederik van Vleuten gedemonstreerd in zijn eerste soloprogramma Daar werd wat groots verricht. De cabaretier die jarenlang een komisch duo van de intelligente soort vormde met Erik van Muiswinkel, wordt nu slechts vergezeld door een hutkoffer. Daarin bevinden zich allerlei familiepaperassen, inclusief de memoires van zijn oudoom Jan – een man wiens levensloop zich laat lezen als een samenvatting van de twintigste eeuw. Van Vleuten citeert treffende details en veelbetekenende anekdotes, plaatst alles in de context van de tijd en toont zich een kruising tussen een goedgemutste schoolmeester, de maker van een spannende documentaire en een conferencier die de humor vooral vindt in de ironie van de geschiedenis. Zonder een onomwonden oordeel te vellen. Hij maakt zich bijvoorbeeld vrolijk over ons koloniale verleden en toont tegelijk empathie met degenen die zich destijds staande moesten houden.

Het lijkt makkelijk, want de waarheid is vaak al grappig genoeg. Maar het vergt natuurlijk wel het talent van een meesterverteller om een waarheidsgetrouwe voorstelling te maken over een VON’er, oftewel een Volstrekt Onbekende Nederlander – zoals hij dat noemt – en daarmee een hele avond te boeien. Zo’n avond die niet lang genoeg kan duren.