Het universumpje van Anna Drijver

Anna Drijver acteert, zingt, schildert, danst en schrijft.

„Het schrijven van Je Blijft is geen uitstap van het acteren. Het is ook verhalen vertellen, maar via een ander medium.”

Anna Drijver wil niet kiezen. Goed, je kent haar vooral als actrice. Ze speelt in grote bioscoopfilms als Komt een vrouw bij de dokter en het in december te verschijnen Loft. Maar ze staat deze maand ook in theater Bellevue in een lunchvoorstelling. Ze zong een liedje in met rapper Diggy Dex. Als ze even vrij is, schildert en danst ze. En ze schreef ook nog even een roman.

Deze week verscheen haar debuut Je Blijft, over het meisje Dora en haar vrienden: dolende twintigers die veel willen en kunnen, maar nog niet zo goed weten wat. Als Dora haar grote liefde Daaf verliest, raakt ze haar grip op de realiteit kwijt.

Speelde je als kind toneel tussen de schuifdeuren, of schreef je verhaaltjes?

„Met acteren deed ik toen nog niets. Ik deed niet mee aan het schooltoneel, maar schreef. Verhalen over mijn lievelingsdieren: schildpadden. Ik heb er twee, al zestien jaar.”

Was het schrijven als volwassene moeilijk?

„Nee, het ging heel organisch. Een tijdlang schreef ik duizend woorden per dag. Al schrapte ik ze later weer, ik moest meters maken. Het voelde als breien. Ik heb geen last gehad van writer’s blocks. Ik heb wel hardop huilend boven het toetsenbord gehangen, maar dat was om wat er in het verhaal gebeurde. Als Dora teruggaat naar het huis van haar geliefde en ze niet meer weet waarom ze moet leven.”

De dood speelt een prominente rol in het boek.

„Als je mij zou vragen: waar ben je niet mee bezig? Dan was het antwoord: met de dood. Maar toen kwam dit boek en bleek ik er toch over na te denken. Ik was net verliefd toen ik het schreef. Dan is het nog enger om te bedenken wat er zou gebeuren als je iemand kwijt raakt. Dat zijn huis nog hetzelfde is, de stinkende sokken er nog liggen. Dat zijn fiets nog ergens in de stad staat. Ik dacht al langer na over al die fietsen van overleden mensen die in Amsterdam moeten staan. Eindelijk kon ik dat soort eigen gedachten kwijt.”

Kun je die in acteren dan niet kwijt?

„Ik vind acteren waanzinnig, maar het is in dienst van het scenario, de regie, het verhaal. Ik was eraan toe om alles zelf te bepalen. En ik hou van de beleving van een boek. Het is fijn dat je langere tijd met een personage mee kunt maken. Als ik een boek lees doe ik er graag een paar weken over, zodat je een universumpje creëert.”

Ben jij, net als de personages in het boek, een twintiger met keuzestress?

„Dat valt wel mee. Maar ik vind het best heftig dat er veel mensen van onder de 28 overspannen raken, of depressief. Dat is wel een maatschappelijke zorg. Waar ligt dat aan? Ik zie dat we onder druk staan om gelukkig te worden, om succesvol te zijn. Je wilt een sociaal leven hebben, wat van de wereld zien, geld verdienen, en ook nog je zakelijke shit goed regelen.”

Je bent bang om dingen te missen.

„Een vriend van mij vroeg laatst of ik het idee had dat ik heel vroeg dood ging. Hoezo, vroeg ik? Daarom heb je altijd zoveel haast, zei hij. Dat klopt wel. Ik doe altijd liever iets wel dan niet. Ik kan overal van leren. Voor mij voelde het schrijven van Je Blijft niet als een uitstap van het acteren. Het is ook verhalen vertellen maar via een ander medium.”

Maar schrijven doe je op een kamer alleen, en als acteur sta je in het licht.

„Ja, maar acteren is veel minder kwetsbaar dan schrijven. Je bent gedekt door je rol. Zelfs al ben je butt naked, zoals ik in Komt een vrouw bij de dokter, mensen zien je daar toch als Roos. Ik heb niet het idee dat het publiek daar iets over Anna Drijver te weten komt.”

En door je boek wel?

„Ja. Mijn associaties, hoe ik kijk naar de wereld. Ik heb veel verzonnen, maar hou wel van Michael Jackson, en pannekoekenetentjes, net als Dora.”

Word je niet beter als je je beperkt tot één vak?

„Voor sommige mensen werkt dat misschien zo, maar voor mij niet. Het prikkelt me als ik overdag schrijf, ’s avonds schilder en ’s nachts op de set sta voor de film Loft. Voor mijn gevoel versterken die dingen elkaar.”

Wat is erger, een slechte recensie van je boek, of van een film?

„Het boek is enger. Zelfs als in een filmrecensie mijn rol helemaal wordt afgekraakt, dan doe je dat nog niet alleen. In film wordt je rol echt gemaakt buiten jezelf om. Als het script slecht geschreven is, is het moeilijk om daar bovenuit te acteren, en als het goed geschreven is, kun je het moeilijker verknallen. Ik voel me daar wel betrokken bij, maar niet door geraakt.

Tijdens het schrijven heb ik weleens gedacht: ik ga wel lekker naar de copyshop. Tien kopietjes maken. Hier jongens, ik heb een boek geschreven, klaar.”

Toch ben je naar een uitgever gegaan.

„Dat het uitkomt vind ik leuk, maar het is niet echt waar het om gaat. Als mensen het boek slecht vinden, jammer dan. Het is out of my hands.”

Je vreest de critici niet.

„Ik krijg zaterdag een recensie in de Volkskrant. Het schijnt dat je in de boekenwereld heel blij mag zijn dat je überhaupt gerecenseerd wordt, maar ik vind het toch wel eng. Me and my big mouth. Ik roep al een half jaar: het gaat om het schrijven. En dat vind ik ook. Voor mij was het schrijven het hoogtepunt, maar ik zou het tóch niet leuk vinden als iemand schrijft: ‘kutboek, één bal, niet kopen’.”

Wat ga je dan doen?

„Goed, ik baal als ze zeggen: „Wat kan ze acteren hè, die meid.” Maar er is maandag weer een krant. Bovendien denk ik: schrijf zelf een boek. Mijn leven hangt er niet vanaf.”

    • Janna Laeven