'Het is tijd voor een nieuwe held'

Nog één keer gaat Frederick Forsyth zich te buiten aan spionagemethoden uit de Koude Oorlog. ‘Als een eresaluut. Want ik kan die spionnen straks niet uit het bejaardenhuis terugroepen’, vertelt hij Robert Gooijer.

August 30, 2010, Edinburgh, Scotland, UK: Writer Frederick Forsyth, CBE author and occasional political commentator. Best known for thrillers such as The Day of the Jackal, The Odessa File, The Fourth Protocol, The Dogs of War, The Devil's Alternative, The Fist of God, Icon, The Veteran, Avenger, The Afghan and The Cobra. seen before speaking at the Edinburgh International Book Festival. ///Writer Frederick Forsyth. Credit: Murdo Macleod / Polaris Murdo Macleod / Polaris/Hollan>

Thrillerschrijver, journalist en conservatieve ijzervreter Frederick Forsyth is 72 en wordt, aldus hemzelf, evenzeer met uitsterven bedreigd als de Koude Oorlogspionnen over wie hij zo graag schrijft. Zijn nieuwe boek De cobra gaat over Paul Devereaux, alweer zo’n spion van het oude stempel, die na zijn pensionering door de VS en Groot-Brittannië wordt ingehuurd om met clandestiene militaire operaties de internationale cocaïnehandel te vernietigen. En daar in zekere zin nog in slaagt ook.

Geen erg waarschijnlijk uitgangspunt – aanzienlijk minder plausibel dan dat van De dag van de jakhals uit 1971, Forsyths eerste en meest geprezen boek over een fictieve aanslag op De Gaulle. Toch is De cobra, zoals alle boeken van Forsyth, ontsproten aan dermate solide research dat het boek – althans tijdens het lezen – bedrieglijk aannemelijk aandoet en vooral een leerzaam beeld geeft van de in bloed gedrenkte, opzienbarend succesvolle cocaïne-industrie. Forsyth toont zich, tijdens een interview dat zoals het spionnen betaamt in de lobby van een hotel in Londen plaatsvindt, net zo sardonisch en politiek incorrect als de helden in zijn boeken. „De service hier is verschrikkelijk. Maar daar bent u als Nederlander aan gewend. Net als aan de cocaïne die jullie zo vriendelijk zijn naar ons te verschepen, vanuit die mooie containerhavens van jullie.”

Hij is tegelijkertijd zo sportief te melden dat dit vooral aan de vraag ligt; de Britten zijn de grootste cokesnuivers van Europa. „Vroeger was het gebruik voorbehouden aan bankiers en rocksterren, tegenwoordig kan een willekeurige student zich het begin van een cokeverslaving prima veroorloven. Het begin, want veel gebruikers raken zo verslaafd dat ze maar één kant op kunnen: richting misdaad. De Britse politiemensen die ik sprak benadrukken dat 70 procent van alle vormen van diefstal drugsgerelateerd is, dat het geld dat aan drugs wordt verdiend deels wordt geïnvesteerd in wapen- en mensenhandel en dat cocaïne verreweg het meest lucratieve product ter wereld is. Iedere kilo die uit Colombia vertrekt heeft tot dan toe 4.000 euro aan productie gekost en levert hier op straat 70.000 euro op. De Colombiaanse kartels kunnen zich zo technologie, wapens en mankracht veroorloven waar de politie, die vecht met handen die door de wet gebonden zijn, weinig tegenover kan stellen. Ik laat in De cobra zien hoe je wel effectief kan optreden.”

En nu even naar Paul Devereaux, ex-CIA en gemodelleerd naar de ‘spymasters’ die in de Koude Oorlog de burelen van de geheime diensten van de Britten, Amerikanen en Sovjets bemanden. Toen inlichtingenwerk nog leuk was. „Devereaux is een ouderwets ongeleid projectiel”, constateert Forsyth tevreden, „een doener zonder BlackBerry die uit zijn pensioen wordt teruggeroepen omdat hij initiatieven neemt in plaats van te googlen zoals zijn moderne collega’s doen. Hij is dus uit de tijd toen de vijand nog hetzelfde niveau had als het onze, de tijd van vóór Al-Qaeda.”

Paul Devereaux, alias de cobra, is een 70-jarige Macher die van de Amerikaanse president en de Britse premier het budget en het mandaat krijgt om twee graanschepen heimelijk om te bouwen tot snel inzetbare oorlogsbodems die het probleem aanpakken waar het echt zit: op het water. „Ongeveer 300 ton cocaïne bereikt jaarlijks Europa, waarvan 90 procent Colombiaans is. De cocaïne verlaat Zuid-Amerika per vracht- of containerschip en belandt via de West-Afrikaanse kust en Zuid-Europese havensteden op het Noord-Europese continent, waar de meeste gebruikers wonen.

„Wat de politie nu doet, is de laatste twee schakels in de distributieketen achterna zitten, namelijk gebruikers en dealers. Zoals u weet is dat dweilen met de kraan open. De eerste twee schakels zijn de duizenden Colombiaanse boertjes, die ieder 1.000 euro per jaar verdienen met het beplanten van een halve hectare cocaplanten onder het bladerdak van de jungle, en de leden van de drugskartels die zo goed bewapend zijn dat je er lokaal niets tegen doet, als je dat al zou durven. In Mexicaanse grenssteden, waar de meeste cocaïne bestemd voor de VS wordt doorgevoerd, zijn de kartels zo gewelddadig dat de politie niets anders kan ondernemen dan een speciale vuilniswagen inzetten die dagelijks de lijken komt opruimen. Je moet de keten dus niet aan de uiteinden, maar in het midden doorknippen. Op het water.”

Het is een intrigerend idee dat Forsyth goed uitwerkt in De cobra. Als de cocaïne Zuid-Amerika verlaat, gebeurt dat in een vliegtuig boven het water, in schepen op het water en zelfs in speciale cokeonderzeeërs onder het water. „Als je de inlichtingendiensten kan inzetten om erachter te komen wanneer de transporten via het water plaatsvinden, kun je in principe iets uitrichten. Het neerhalen of in de grond boren van de transporten is helaas formeel, volgens het internationaal zeerecht, piraterij.” Wat nu als je de handel in cocaïne, die uiteindelijk meer levens vernietigt dan het terrorisme doet, zou herdefiniëren als een terreurdaad?

„Binnen de VS heb je dan nog steeds met burgerrechten te maken”, constateert Forsyth quasi bedroefd, „maar erbuiten kun je doen wat je wilt onder de Patriot Act. Plak het label terrorisme op de cocaïnehandel en je kunt een clandestien budget en mankracht mobiliseren en je eens flink te buiten gaan. In het geheim, uiteraard. Zie de praktijk van extraordinary rendition.”

De manier waarop Devereaux de benodigde inlichtingen verkrijgt en vervolgens zijn twee omgebouwde graanschepen en een oude jachtbommenwerper inzet om de transporten aan flarden te schieten, is inventief en uiterst onderhoudend en doet bij tijd en wijle aan het niveau van De dag van de jakhals denken. De methode-Devereaux blijkt in De cobra bovendien effectief.

„Leden van de Britse special forces hebben me verteld dat het converteren van vrachtschepen tot heimelijke oorlogsschepen, wat we ook in de Tweede Wereldoorlog deden, onlangs is overwogen om de Somalische piraterij aan te pakken. Min of meer hetzelfde idee als in De cobra. Het zou werken. Eén enkel schip zou langs de Somalische kust op en neer moeten varen en zodoende onvermijdelijk piraten aantrekken, met wie dan meteen kan worden afgerekend.

„Paradoxaal genoeg is ook dat officieel piraterij. Rond de tijd van de Krimoorlog rekenden de Britse en Franse marines af met piraterij door de havens van Tunis en Algiers binnen te varen en net zolang op de paleizen te schieten tot ze ons kwamen vragen wat we eigenlijk wilden”, gnuift Forsyth, om er dromerig aan toe te voegen: „It did work, you know.”

Of ‘De cobra’-methode ook bij inzet tegen cocaïnehandel de test van de realiteit zou doorstaan, waagt ook Forsyth zelf te betwijfelen.

„Je kunt het eigenlijk niet maken, het is politiek gezien geen haalbare kaart. Maar toch. Agenten van de Drug Enforcement Agency in de VS vertelden me na lezing van mijn manuscript dat het in principe mogelijk moet zijn om op deze wijze, met veel inzet, geluk en geduld, 80 procent van de cocaïne op zee te vernietigen. Dat is voldoende om de kartels te breken, want dan verdampt zelfs hun enorme winstmarge en is de handel simpelweg niet lucratief meer.”

Op de vraag of, in plaats van het ombouwen van graanschepen, legalisering van alle harddrugs niet een te overwegen idee zou zijn, antwoordt Forsyth met de simpele constatering dat Nederland gelukkig Groot-Brittannië niet is.

„Bovendien is De cobra niet bedoeld als echte oplossing. Het is geen non-fictie, geen documentaire, het is entertainment. Misschien een tikje buitenissig. Ik wilde me nog een laatste keer te buiten gaan aan de zo praktische methoden die spionnen hanteerden in de Koude Oorlog. Als een eresaluut. Want over tien jaar zijn ze net als ik tachtig en kan ik ze moeilijk nog uit het bejaardenhuis terugroepen. Begraaf ze maar, het is tijd voor een nieuw type held. Inlichtingenwerk wordt nu verricht door klerken in een kantoor in Nevada die de onbemande vliegtuigjes bedienen die boven Afghanistan rondhangen. Zo werkt het vandaag de dag.” Frederick Forsyth zucht. Het is duidelijk dat hij nooit boeken over klerken zal schrijven.

Frederick Forsyth: De cobra. Vertaald door Jacques Meerman. A.W. Bruna, 280 blz. € 19,95