Het is ook om te schreeuwen

De overheid heeft zelf de kunstsector naar zich toe getrokken door subsidies.

Dan kun je niet opeens zeggen: zorg maar dat je voor je eigen geld zorgt.

Heel goed dat Rosanne Hertzberger zich in haar column ‘Schreeuw’ van 17 november in het debat over de cultuurbezuinigingen mengt. Het zou haar alleen sieren als zij zich eerst in de materie verdiept. Ten eerste wekt zij (waarschijnlijk per abuis) de indruk dat het oude DeLaMar theater door de kunstsector zelf ten onder is gegaan. Maar dit gebeurde door wanbeleid van de gemeente Amsterdam. De kosten voor de verbouwing van het Rijksmuseum rezen de pan uit en dat betekende dat er ergens geld moest worden weggetrokken. Dat heeft het DelaMar toen de kop gekost. Na een lange lijdensweg heeft Joop van den Ende (gelukkig) het theater gekocht.

De term ‘kaalslag’ die de kunstsector gebruikt en waar Hertzberger vervolgens tegen ageert, wordt gebruikt omdat op dit moment alles en iedereen in de cultuursector direct gelinkt is en een groot deel van zijn inkomsten haalt uit gesubsidieerde organisaties. Ook de commerciële producties werken met acteurs, regisseurs, tekstschrijvers, technici, ontwerpers en dramaturgen die deelnemen aan gesubsidieerde projecten, omdat ze anders het einde van de maand niet halen en omdat zij zichzelf moeten ontwikkelen, de reden dat er subsidie is. Daarbij komt dat die commerciële producties ook in gesubsidieerde theaters staan.

Dit systeem is ziekelijk, maar komt van de overheid zelf. Die trok na de Tweede Wereldoorlog de kunstsector naar zich toe, door middel van subsidie. Dan moet de overheid het ook oplossen. Je kunt niet van een kind dat altijd alles van zijn ouders heeft gekregen verwachten dat het opeens met geld om kan gaan. Dat moet je het leren, en dat is waar de overheid tekortschiet: organisaties worden niet geholpen om fondsen te werven of op een andere manier inkomsten te vergaren.

Want dacht Hertzberger nou echt dat de kunstsector niet zelf had bedacht dat het geld ook van mecenassen kon komen? Men probeert al jaren geldschieters aan te trekken, maar dat is een cultuuromslag die (zowel in de kunstsector, als in de Quote top 500) een tiental jaren gaat duren. In de VS heeft een beetje culturele instelling een afdeling met minimaal tien werknemers die de hele dag fondsen werven. In Nederland bestaat de hele organisatie van zo’n instelling uit tien man. Er is dan eerst extra geld nodig om die fundraisers aan te trekken, dat gaat lastig als er bezuinigd wordt.

De btw-verhoging is een wat complexer verhaal. De 6 procent btw is ingevoerd naar aanleiding van de Wet Arbeidstijden eind jaren tachtig. Die wet maakte het moeilijk voor de volledige kunstsector omdat iedereen daar ’s avonds moest werken. Ter compensatie is toen die tariefverlaging ingesteld. Dit is nooit bedoeld als voordeeltje voor de bezoeker, maar het verhogen van het tarief naar 19 procent pakt nu voor zowel de bezoeker als de organisatie nadelig uit. Daarbij komt dat die verhoging niet geldt voor bijvoorbeeld de filmindustrie, wat oneerlijke concurrentie veroorzaakt. Iets waar een beetje VVD’er toch van hoort te braken.

Cultuur en subsidie gaan in Nederland hand in hand door de overheid en iedereen profiteert daarvan. Dat alles alles dreigt nu als een kaartenhuis in elkaar te storten. Alleen maar omdat de overheid te abrupt het tafelkleed eronder vandaan trekt. Dat heet een culturele kaalslag, en dat vind ik om te schreeuwen.

Tjeerd Posthuma is hoofdredacteur van Functioneelnaakt.com

    • Tjeerd Posthuma