Gesprek met een voorbijganger

Portrait of Leo Tolstoy made by aristocrat Chertkov, photographed in the early 20 th century. Mr.Chertkov was his friend. Most of the existing photographs taken Chertkov and Tolstoy's wife - Sophia Andreyevna, who was also a photographer As a result of the conflict between the church and the writer TolstoyLev Tolstoy was excommunicated from the Orthodox Church, so he was buried without a cross on the grave and beyond the cemetery. For the Culture Desk, the article by Michel Krielaars, photo by Oleg Klimov

Nooit eerder vertaald verhaal van Tolstoj

Vroeg de deur uit.

Innerlijk tevreden, zielsblij. Een prachtige ochtend, de zon zojuist van achter de bomen tevoorschijn gekomen, zowel op het gras als op de bomen flonkert dauw.

Alles is dierbaar, iedereen dierbaar. Zo tevreden dat ik geen zin heb om dood te gaan. Inderdaad, geen zin om dood te gaan. Graag nog wat leven op deze wereld, met al die schoonheid rondom en die zielsblijheid vanbinnen. Maar tja, niet ik beslis maar de grote baas…

Ik kom in de buurt van het dorp. Tegenover het eerste huis, op de weg, staat zijdelings naar mij toe, een man onbeweeglijk. Kennelijk wacht hij op iets of iemand, wacht zoals alleen mensen uit de werkende stand kunnen wachten: zonder ongeduld, zonder irritatie. Als ik dichterbij kom is het een boer met een baard en lang haar, peper en zout, een gezonde kerel met een eenvoudig arbeidersgezicht. Hij rookt, geen sigaret maar een pijpje. We groeten.

‘Zeg eens ouwe, waar woont hier Aleksej?’, vraag ik

‘Ik weet het niet, goeie man, wij zijn niet van hier.’

Niet ik ben niet van hier, maar wij zijn niet van hier. Er is bijna nooit één Rus (hoogstens als hij iets slechts doet, dan is het ‘ik’). Normaal is het gezin altijd ‘wij’, de werkgemeenschap ‘wij’, de maatschappij ‘wij’.

‘Niet van hier? Waar ben je dan vandaan?’

‘Wij zijn Kaloega-mensen.’

Ik wees naar zijn pijp.

‘Hoeveel verrook je in een jaar? Wel zo’n drie roebel, schat ik? ‘

‘Drie? Daarvan kom je er niet.’

‘En als je er eens mee stopte?’

‘Stopte? Ik ben er nu eenmaal aan gewend.’

‘Ik heb ook gerookt, maar ben gestopt; heerlijk, het gaat vanzelf.’

‘Logisch, maar zonder mijn pijp wor ik saggerijnig.’

‘Als je stopt word je niet saggerijnig meer. Die pijp brengt je weinig goeds.’

‘Goeds? Kom nou.’

‘Is iets niet goed dan moet je het laten. Anderen zullen het van je afkijken. Vooral de jongelui. Ze zullen zeggen: kijk, die ouwe rookt, dan vraagt onze lieve heer dat ook van ons.’

‘Zo is het maar net.’

‘Ook je zoon zal het van je afkijken.’

‘Logisch, mijn zoon net zo goed…’

‘Stop er dan mee!’

‘Ik zou wel willen, maar ik wor saggerijnig zonder die vervloekte pijp van me. Het komt van de saggerijnigheid. Wor ik saggerijnig dan grijp ik er meteen naar. Ik kan soms zo saggerijnig worden… zo saggerijnig, saggerijnig,’ teemde hij.

‘Het beste tegen saggerijnigheid is eens om je ziel te denken.’

Hij wierp een blik naar mij. Zijn gezicht was opeens heel anders geworden, oplettend, ernstig, niet zoals het eerst had gestaan: met humor, gemoedelijk en monter, pratend om het plezier van het praten.

‘Eens om mijn ziel denken, begrijp ik je goed? Om mijn ziel?’, sprak hij terwijl hij me peilend recht aankeek.

‘Ja, als je eens om je ziel dacht gaf je alle domme dingen op.’

Zijn gezicht begon aanhankelijk te stralen.

‘Wat je zegt, ouwe makker! Net wat je zegt. Om je ziel daar gaat het maar om. Het gaat om je ziel.’ Hij zweeg even. ‘Bedankt, ouwe makker. Wat je zegt!’ Hij wees op zijn pijp. ‘Dit dingetje hier, niets als malligheid, om de ziel daar gaat het om,‘ herhaalde hij. ‘Net wat je zegt!’

En zijn gezicht werd nog vriendelijker en ernstiger.

Ik wilde het gesprek voortzetten maar er schoot iets in mijn keel (ik kan mijn tranen heel moeilijk de baas tegenwoordig). Ik was niet meer in staat tot spreken, nam afscheid van hem en met een blij, ontroerd gevoel waarbij ik mijn tranen wegslikte, liep ik verder.

Hoe zou iemand niet blij zijn te leven te midden van zo’n volk, hoe zou hij niet het allermooiste verwachten van zo’n volk?

Kreksjino, 9 september 1909

Vertaling: Kees Verheul