Doe-het-zelfreligie

Dertigers en veertigers voelen zich steeds minder thuis bij een kerk.

Maar dat wil niet zeggen dat geloof hun niets meer doet. Ze bidden en branden kaarsen.

Sinds de pedofiliebekentenis van Roger Vangheluwe ontving het bisdom Antwerpen tien keer meer aanvragen tot uitschrijving uit het doopregister. Ook Jan Van Impe uit Herzele liet zich samen met een aantal vrienden en kenissen ontdopen. De kerk van Herzele.

Ze branden regelmatig een kaarsje, ze hebben soms een heilige plek in huis, ze volgen een cursus spiritualiteit, ze doen mee aan een stille tocht of maken een voettocht naar Santiago de Compostela. Van de vijf miljoen dertigers en veertigers in Nederland zijn meer dan 700.000 actief religieus, zonder dat ze met een kerk verbonden zijn.

De dertigers en veertigers voelen zich niet thuis bij de religieuze vormen die kerken aanreiken. En tweederde van deze groep bestaat uit vrouwen. Dat blijkt uit onderzoek van Kaski, het sociaal-wetenschappelijk centrum voor vragen over religie en samenleving in Nijmegen, dat vandaag in Bloemendaal wordt gepresenteerd. Het Kaski baseert zijn berekeningen op gegevens van het tienjaarlijks onderzoek God in Nederland.

Kaski-onderzoeker Gert de Jong heeft de indruk dat deze groep in omvang groeit. „Uit onderzoek blijkt dat kerkelijkheid en gelovigheid steeds meer gescheiden optreden. Je ziet ook dat de kerkelijkheid veel sneller daalt dan gelovigheid. Dat rechtvaardigt de verwachting dat ook onder dertigers en veertigers het aandeel niet-kerkelijke gelovigen toeneemt.”

Van de vijf miljoen dertigers en veertigers in Nederland zegt 40 procent niet kerkelijk én niet gelovig te zijn. Meer dan de helft zegt wél gelovig te zijn – van hen is 34 procent aangesloten bij een kerk of een godsdienstige groepering, tegenover 39 procent van de bevolking als geheel.

Tussen de 1,6 miljoen kerkelijke dertigers en veertigers aan de ene kant en de 2 miljoen ongelovige leeftijdsgenoten aan de andere kant, bevinden zich een kleine 1,4 miljoen gelovigen zonder kerkelijke binding. Ze gaan weliswaar zelden of nooit naar de kerk, de Bijbel speelt maar een beperkte rol in hun leven, maar ze blijken wel religieus ontvankelijk te zijn. Ze bidden bijvoorbeeld regelmatig: de helft doet dat een of meerdere malen per dag. Niet-kerkelijke, sterk gelovigen geven – zelfs iets vaker dan kerkelijk gelovigen – aan dat zij wel eens religieuze ervaringen hebben gehad. Men beleeft zulke momenten onder meer in de natuur, in muziek, in stilte of in ontmoetingen met mensen.

Het rapport omschrijft deze niet-kerkelijke gelovigen als religieuze doe-het-zelvers. De Jong: „We zien dat deze doelgroep aanmerkelijk vaker een cursus over spiritualiteit volgt (ruim de helft), kaarsjes brandt (bijna twee derde) of thuis een heilige plek heeft. Daarnaast lezen ze naar verhouding vaker ‘mindstyle’ magazines als Happinez, vinden ze vaker dat je waarheid innerlijk moet ervaren, religie uit vele bronnen kan opwellen en dat je je eigen geloof uit verschillende tradities moet bijeenzoeken.” Naast het christendom noemen ze het Boeddhisme als belangrijke inspiratiebron.

De doe-het-zelvers willen eventueel wel gebruik maken van de rituelen die de kerk vanuit haar traditie aanbiedt, maar alleen op voorwaarde dat ze daar een eigen invulling aan mogen geven. En het hoeft ook niet per se in een kerk. Veel niet-kerkelijk gelovigen zijn vroeger wel kerkelijk geweest, maar hebben daar mentaal afscheid van genomen. Als ze incidenteel nog in de kerk komen, dan op religieuze hoogtijdagen als Kerst, of bij familiegebeurtenissen, zoals een huwelijk, een doop of een uitvaart.

Kerkelijk gelovigen hebben overwegend een theïstisch godsbeeld, het beeld van een god die zich met ieder mens persoonlijk bezighoudt. Niet-kerkelijk gelovigen hebben veelal een ‘ietsistisch’ godsbeeld: er moet wel iets bestaan als een hogere macht. Niet-gelovigen zijn overwegend agnostisch (dan weet men niet of er een god of een hogere macht bestaat) of atheïstisch (er is geen god of hogere macht).

Het bidden van de niet-kerkelijke gelovigen heeft dan ook een ander karakter dan dat van kerkelijk betrokken gelovigen. In kerkelijke kring is bidden ‘praten met God’, terwijl dat bij niet-kerkelijke gelovigen meer ‘praten met jezelf’ betekent, het creëren van momenten waarop men stilstaat bij het eigen leven.

Het overlijden van een persoonlijk bekende blijkt een van de belangrijkste aanleidingen voor gebed. Volgens het rapport wordt „bidden blijkbaar meer geassocieerd met slechte tijden dan met goede tijden”.