De vuile oorlog om de olie

Locals drive past smoke from a Shell oil pipe line that has been burning for one week in Kegbara Dere, near the oil rich city of Port Harcourt, Nigeria Monday, July 9, 2007. Gunmen attacked two oil installations in southern Nigeria, kidnapping two senior Nigerian employees of Royal Dutch Shell PLC and two foreigners, officials and colleagues said Monday. (AP Photo/George Osodi) ASSOCIATED PRESS

Helon Habila: Oil on Water. Hamish Hamilton, 216 blz. € 18,-

Nigeria had dankzij de rijkdom aan olie het Japan van Afrika kunnen zijn, maar corruptie, smeer- en losgeld hebben dat onmogelijk gemaakt. Het is maar een zijdelingse opmerking zoals er vele staan in Oil on Water, de nieuwe roman van de Nigeriaanse journalist en schrijver Helon Habila, maar hij slaat wel de spijker op de kop. Begin deze maand nog was Shell samen met zes andere bedrijven in het nieuws over het betalen van schikkingen/boetes omdat douaneambtenaren omgekocht waren. Wie zaken wil doen in Nigeria zal wel moeten, was een veel gehoord geluid. Ondertussen maakte Shell ook bekend dat olievelden verkocht gaan worden vanwege de toenemende onveiligheid. Anders dan verwacht zijn milieuorganisaties niet enthousiast: ‘Ook al is Shell „de vijand”, met een multinational valt beter te praten over milieumaatregelen dan met de eigen, corrupte regering. Daarom willen ze Shell onder druk zetten om te blijven’, meldde Wereldomroep.

Wie een genuanceerd en ook spannend verhaal wil over het hoe, wat en waarom bij de oliewinning in Nigeria, doet er goed aan Oil on Water te lezen. Habila laat in zijn roman twee journalisten, Zaq en Rufus, op zoek gaan naar de ontvoerde vrouw van een Europese olietycoon. Het wordt een bij vlagen Heart of Darkness-achtige queeste, waarbij de gruwelen ditmaal niet die van donker maar van vervuild Afrika zijn. Met boten varen ze landinwaarts en ze treffen dode vogels aan met olie besmeurde vleugels, verstikte vissen die op het kleurige oliewater drijven en ontwrichte dorpjes die half door milities, half door oliemaatschappijen worden bestierd.

Vuile klussen

Zaq en Rufus worden ‘verwelkomd’ door militairen, milities en milieuactivisten. Allen zijn ze overtuigd van de juistheid van hun bedoelingen. De militairen drenken rebellen in benzine zodat ze niet meer zullen tanen naar olie. De milities laten zich door oliemaatschappijen betalen om pijpleidingen niet te bombarderen. Milieuactivisten, ofwel ‘vrijheidstrijders’, ontvoeren blanken om met het losgeld dat dat oplevert hun doel te bereiken. Voor alle groepen geldt: hoe meer media-aandacht er is voor hun kant van de zaak, hoe meer rechtvaardiging ze vinden. En de vrijheidstrijders kunnen als klap op de vuurpijl het losgeld dan ook nog wat verhogen. En waar sta je dan als journalist, is de rode draad in deze roman.

Habila’s achtergrond is journalistiek, en zijn beschrijving van de gang van zaken maakt een authentieke indruk, zoals bij de vreugde die een dorpje langs de Niger overvalt wanneer olierijkdom zich aandient en wat de gevolgen in de loop der tijd zijn. Door deze authentieke beschrijvingen en door alle kanten van de zaak te willen belichten, is Oil on Water een politiek boek, waarbij gekozen wordt voor het Nigeriaanse perspectief. Maar, meer dan in zijn debuut, wilde Habila de politieke boodschap niet laten wijken voor de romanvorm. En dat is verrassend voor een zo betrokken schrijver als Habila. In zijn alom geprezen debuutroman Waiting for an Angel, waarvoor hij de Caine Prize for African Writing kreeg, kwam de boodschap namelijk nog op de eerste plaats. Een journalist die de misdaden van het Nigeriaanse regime beschrijft, merkt hierin op: ‘Elke onderdrukker weet dat overal waar woorden aan elkaar geregen worden, opstand mogelijk is.’ Het leek een beginselverklaring van Habila zelf.

Het credo past ook bij hoe de twee journalisten in eerste instantie aan de slag gaan: ‘Het verhaal is niet het doel, we zoeken de diepere waarheid’. Zaq en Rufus komen echter terecht in een regelrechte olieoorlog tussen alle partijen en zelfs het verhaal van de ontvoerde vrouw blijkt heel anders in elkaar te zitten dan gedacht. Niks geen opstand door woorden: de journalisten staan machteloos tegenover de wetten van de wereld. Rufus’ heeft weliswaar succes met zijn onderzoeksjournalistiek naar de ontvoerde vrouw, maar zijn verslagen worden vooral gelezen uit sensatiezucht.

Pakje boter

Habila’s beginselverklaring is veranderd: een journalist kan nog geen deuk in een pakje boter slaan, domweg omdat er niet zoiets bestaat als een journalistieke werkelijkheid. Als journalist ben je slechts inzetbaar voor de ideeën van bepaalde partijen.

Een van de sterkste aspecten van Oil on Water is de genuanceerde manier waarop Habila te werk gaat. Ja, de vervuiling is erg, de oliemaatschappijen zijn slecht – maar de mensen laten zich gretig misbruiken. Wanneer een arts verklaart dat het water door de olie-vervuiling niet meer drinkbaar is, wil geen van de bewoners naar hem luisteren. Het vee sterft, de oogsten mislukken en de dokter krijgt het aanbod op de loonlijst van een oliemaatschappij te komen.

Maar ook de oliemaatschappij doet niets met de bevindingen van de arts. Wanneer hij de regering verwittigt over de stand van zaken gebeurt er – wederom – niets. De pastoor van de gemeenschap die aanvankelijk nog meeging in de waarschuwingen wordt omgekocht door de oliemaatschappij. De trek naar de stad is een feit, wie achterblijft sterft door ziekte of geweld. De arts is machteloos, de pastoor en zijn volgelingen houden blije sessies.

Habila wil niets of niemand ontmaskeren of omvergooien: hij gebruikt in Oil on Water zijn beeldende kracht om iets te zeggen over zijn land – en dat laat zich niet in een kreet, een protest, of een journalistieke reportage samenvatten.