De smerigste van alle viervoeters

Hij heette de meest verdorven heerser uit de geschiedenis. Gedegenereerd, wreed en decadent. En zo’n heerschap vond Louis Couperus wel interessant. Meer kunstenaars zagen wel wat in Heliogabalus.

Bust of ELAGABALUS, 204-222 Roman Emperor, ruled 218-222. Photo Credit: [ The Art Archive / Museo Capitolino Rome / Alfredo Dagli Orti ] The Picture Desk

Martijn Icks: Heliogabalus. Een denkbeeldige biografie. Bert Bakker, 304 blz. € 24,95

Romeinse geschiedschrijvers vonden de schanddaden van sommige keizers te weerzinwekkend voor woorden, maar hun walging weerhield hen er niet van de uitspattingen van hun hoofdpersonen tot in detail te beschrijven. Lees de keizerbiografieën van Suetonius er maar op na. De wandaden van bijvoorbeeld Caligula (37-41) en Nero (54-68) worden breed uitgemeten. Maar hoe gedetailleerd Suetonius ze ook beschrijft, ze vallen in het niet bij wat er wordt beweerd over Heliogabalus, van 218-222 keizer van het Romeinse Rijk. Hij wordt afgeschilderd als de belichaming van zonde en wangedrag. De misdragingen van de ‘tienerkeizer’ (pas 14 toen hij op de troon kwam) worden uitvoerig belicht. Niemand doet dat met zo veel inlevingsvermogen als de anonieme auteur van de korte levensbeschrijving van Heliogabalus die onderdeel vormt van een reeks van biografieën, de Historia Augusta. Alles wat maar kan bijdragen aan de totale vernietiging van het imago van de jongeling op de troon neemt hij op – al beweert hijzelf dat hij zich nog heeft ingehouden.

Alle registers gaan open om de laagheid van de keizer te etaleren: Heliogabalus was niet alleen de smerigste van alle tweevoeters, maar van alle viervoeters. Hij liet naakte vrouwen voor zijn wagen spannen, schonk ereambten aan mannen wier speciale verdienste bestond in de gigantische omvang van hun geslachtsdeel en opende een bordeel in het paleis waar hij zich aan voorbijgangers aanbood. Hij bespotte de traditionele goden en gaf zich over aan extravagante orgieën en deed nog veel meer.

Bron van inspiratie

De onbekende biograaf van Heliogabalus zal niet hebben vermoed dat zijn informatie over de verdorven keizer voor latere schrijvers, dichters en schilders een bron van inspiratie zou worden. Vele kunstenaars hebben vanaf de 15de eeuw hun verbeelding op deze figuur losgelaten en hem zelfs, op soms wonderlijke wijze, een ander imago gegeven. In ons land heeft Louis Couperus, gefascineerd door decadentie, degeneratie en de kracht van het noodlot, in het begin van de 20ste eeuw in de roman De berg van licht een heel bijzondere Heliogabalus neergezet. Schitterend beschrijft hij opkomst en ondergang van de priester-keizer. Geen vuige, moreel verwerpelijke parvenu, maar een beeldschone jongeling met grote talenten. Couperus vergelijkt de ziel van de jongen met ‘de uiterste bloem eener uitbloeiende overbeschaving’.

Couperus staat in een lange traditie, zo wordt duidelijk in Heliogabalus, een verkorte bewerking van het in het Engels geschreven proefschrift waarop Martijn Icks aan de Radboud Universiteit van Nijmegen cum laude promoveerde. Het is een interessant boek geworden. Aan alles is te zien dat Icks veel onderzoek heeft verricht en dat weinig details hem zijn ontgaan. Maar het boek had nog beter kunnen zijn. Een dissertatie is namelijk niet vanzelfsprekend geschikt voor de general reader. Daarvoor zijn ook nog andere kwalificaties vereist, zoals een levendig, gevarieerd taalgebruik. Icks’ betoog wordt geregeld ontsierd door schoolse regels als ‘in het zesde hoofdstuk houden we ons bezig met’ en ‘zoals reeds is aangestipt’. Daardoor blijft het academische proefschrift tussen de regels zichtbaar. Een goede redactie door de uitgever had dit gemakkelijk kunnen voorkomen.

Het boek bestaat uit twee delen. In het eerste behandelt Icks het leven van de jeugdige keizer, en daarna diens Nachleben tot op de dag van vandaag. Het blijkt dat vooral diens scabreuze levenswandel veel kunstenaars heeft geïntrigeerd. Misschien heeft de historicus Edward Gibbon hun in de tweede helft van de 18de eeuw onbedoeld de helpende hand toegestoken met de opmerking in zijn meesterwerk The Decline and Fall of the Roman Empire dat Heliogabalus niet alleen de slechtste Romeinse keizer was, maar zelfs de meest verdorven heerser uit de wereldgeschiedenis. Het lijkt erop dat deze uitspraak voor kunstenaars een uitdaging vormde om de daden van die gewraakte figuur een andere, nieuwe, duiding te geven.

Antonin Artaud

Icks beschrijft, soms wat encyclopedisch en opsommerig, hoe sommige schrijvers wel heel ver gingen in het scheppen van een ‘nieuwe’ Heliogabalus. Ik kon een lach niet onderdrukken toen ik las welke extreme eigenschappen aan hem werden toegekend. Het verst daarin gaat de Franse schrijver Antonin Artaud. In 1934 zette hij Heliogabalus neer als ‘gekroonde anarchist’, wiens denkbeelden voor een deel voortkwamen uit het feit dat hij beschikte over een androgyn lichaam, waarin het mannelijke en vrouwelijke principe met elkaar in strijd zijn.

Het is een mooi voorbeeld van een interpretatie waarbij de oude bronnen geheel worden losgelaten. Want die gewagen alleen van verwerpelijke homoseksuele praktijken en een extreme verwijfdheid. Overigens kreeg de homoseksualiteit van Heliogabalus in de loop der jaren wel de nodige aandacht. De keizer heette zelfs voorvechter van de homo-emancipatie.

Het paste allemaal in het streven van kunstenaars de jonge heerser voor hun karretje te spannen. Je kunt het zo gek niet bedenken of het is op Heliogabalus van toepassing verklaard. Hij is afgeschilderd als boosaardige tiran, kwijnende decadent, rokkenjager én eigenzinnige rebel. Hij is zelfs een popster avant la lettre genoemd. In een popsong met de titel ‘Heliogabalus’ zingt Momus in 2001: ‘He was beautiful and sexy and completely without guilt.’

Heliogabalus heeft zijn plaats gekregen in kunst en literatuur – en in de filmindustrie. De jonge heerser is nu een product van de moderne tijd, waarin de oude bronnen niet langer heilig zijn en iedereen zijn eigen waarheid construeert. Terecht stelt Icks zich aan het slot de vraag of de ‘echte’ Heliogabalus nog te herkennen is in de moderne interpretaties, waarin elementen uit de oude bronnen zijn gebruikt voor thema’s als gender, het Oosten, tirannie, androgynie, decadentie, degeneratie en anarchie. Ik kan mij volledig vinden in zijn slotwoorden: ‘Het opmerkelijkst is wel dat een wrede, volslagen nietswaardige tiran tot een inspirerend rolmodel kan worden omgetoverd. Naar blijkt schuilt er zelfs in Heliogabalus een held.’ De keizer zelf zou die uitspraak hebben gewaardeerd, maar de anonieme auteur van Het leven van Heliogabalus zou ervan gruwelen, ook al heeft hij zelf met zijn uitvergroting van de schanddaden van de keizer nieuwe schrijvers een uitgelezen kans geboden om hun eigen Heliogabalus te scheppen.