De religieuze 'doe-het-zelver' heeft geen kerkgebouw nodig

13-05-2006, MIDDELBURG. MEISJE IN GEBED TIJDEN SDIENST VAN DE TAIZE COMMUNITY IN DE NIEUWE KERK VAN MIDDELBURG. FOTO BAS CZERWINSKI

Ze branden regelmatig een kaarsje, ze hebben soms een heilige plek in huis, ze volgen een cursus spiritualiteit, ze doen mee aan een stille tocht of maken een voettocht naar Santiago de Compostela. Er zijn ruim 700.000 dertigers en veertigers in Nederland, die actief religieus zijn, zonder dat ze aan een kerk zijn verbonden. Zij voelen zich niet thuis bij de religieuze vormen die de kerken aanreiken. Tweederde van deze groep bestaat uit vrouwen.

Dat blijkt uit onderzoek van Kaski, het sociaal-wetenschappelijk centrum voor vragen over religie en samenleving in Nijmegen, dat vandaag in Bloemendaal wordt gepresenteerd. Kaski baseert zijn berekeningen op de gegevens van het tienjaarlijks onderzoek God in Nederland.

Nederland telt een kleine vijf miljoen dertigers en veertigers. Deze groep is ruwweg in te delen in drie categorieën: aan de ene kant zijn er 1,6 miljoen kerkelijken, aan de andere kant 2 miljoen ongelovigen en daar tussenin een kleine 1,4 miljoen gelovigen zonder kerkelijke binding.

Van deze laatste groep kan de helft als sterk gelovig worden aangemerkt. Ze gaan weliswaar zelden of nooit naar de kerk en de Bijbel speelt maar een beperkte rol in hun leven, maar ze blijken wel religieus ontvankelijk te zijn. Ze zeggen bijvoorbeeld dat ze regelmatig bidden. De helft doet dat een of meerdere malen per dag. Niet-kerkelijke sterk gelovigen zeggen dat zij wel eens religieuze ervaringen hebben gehad – zelfs iets vaker dan kerkelijk gelovigen. Men beleeft zulke momenten onder meer in de natuur, in muziek, in stilte of in ontmoeting met mensen.

Het zijn ‘religieuze doe-het-zelvers’, zoals Kaski deze niet-kerkelijke gelovigen omschrijft. „We zien dat deze groep aanmerkelijk vaker een cursus over spiritualiteit volgt”, zegt onderzoeker Gert de Jong, „kaarsjes brandt of thuis een heilige plek heeft. Daarnaast lezen ze naar verhouding vaker mind style magazines als Happinez, vinden ze vaker dat je waarheid innerlijk moet ervaren, religie uit vele bronnen kan opwellen en dat je je eigen geloof uit verschillende tradities moet bijeenzoeken.” Naast het christendom noemen ze het boeddhisme als belangrijke inspiratiebron. Ze willen eventueel wel gebruik maken van de rituelen die de kerk vanuit haar traditie aanbiedt, maar alleen op voorwaarde dat ze daar een eigen invulling aan mogen geven. En het hoeft ook niet per se in een kerk. Veel niet-kerkelijk gelovigen zijn vroeger wel kerkelijk geweest, maar hebben daar mentaal afscheid van genomen. Als ze incidenteel nog in de kerk komen, dan op religieuze hoogtijdagen als Kerst, of bij familiegebeurtenissen zoals een huwelijk of een doop.

Kerkelijk gelovigen hebben overwegend een theïstisch godsbeeld, het beeld van een god die zich met ieder mens persoonlijk bezighoudt. Niet-kerkelijk gelovigen hebben veelal een ietsistisch godsbeeld: er moet iets zijn als een hogere macht. Niet-gelovigen zijn overwegend agnostisch (men weet niet of er een god of een hogere macht bestaat) of atheïstisch (er is geen god of hogere macht).

Herman Amelink