De Nederlandse 'elite' telt vele miljoenen

Inkomen en opleiding hebben invloed op smaak. Maar uit alle bevolkingsgroepen gaan mensen naar theater en museum. Twintig procent van de museumbezoekers heeft enkel basisonderwijs. Morgen schreeuwt Nederland om cultuur. Vandaag zegt het waarom.

Nederland, Amsterdam, 18-11-2010 Publiek staat in de rij voor het optreden van 'Die antwoord' voor de Melkweg aan de lijnbaansgracht. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS

Nederland schreeuwt morgen om cultuur. In bijna 70 steden zal het publiek zich laten horen, uit protest tegen de bezuinigingen op cultuursubsidies en de verhoging van de btw op kunst. Maar wie zijn die mensen die samen het kunstpubliek vormen?

Hun profiel is onderdeel gemaakt van de discussie. Dat kunst een elitaire aangelegenheid zou zijn, leek altijd een caféargument, maar is door PVV, VVD en CDA tot steunpilaar van het nieuwe cultuurbeleid verklaard. In het egalitaire ogende Nederland staan ‘Henk en Ingrid’ en ‘de hardwer kende Nederlander’ tegenover de grachtengordelelite. Het klassebewustzijn rukt op.

In de wetenschap is er veel onderzoek gedaan naar belangrijke factoren bij kunstbezoek. Die factoren zijn onder onder meer inkomen en opleiding, zegt Koen van Eijck, cultuursocioloog aan de Erasmus Universiteit. Hij onderzoekt culturele smaakpatronen en vrijetijdsbesteding. De hoogte van het inkomen speelt volgens hem een belangrijk rol bij het actief bezoeken van opera, theater en popconcerten.

Van Eijck maakt een onderscheid tussen culturele smaak en cultureel uitgaansgedrag. Vooral de hoogte van de opleiding heeft, naast leeftijd, een groot effect op het ontwikkelen van die smaak. „Het inkomen beïnvloedt niet de smaak op zich, maar is wel een belangrijke drempel om niet aan cultuur te doen.”

Dat betekent volgens Van Eijck dat prijsverhogingen een niet te veronachtzamen rol spelen. Dat is van belang gezien de verhoging van de btw op kunst in 2011, die zal uitmonden in hogere toegangsprijzen. „Hoger opgeleiden zijn vaak omnivoren, die meerdere interesses hebben. Ze zijn op alle fronten actiever als bezoeker.” De kans dat een laagopgeleide ‘smaak ontwikkelt’ voor bijvoorbeeld opera, is niet zo groot, zegt Van Eijck.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau doet doorlopend onderzoek naar cultuurbezoek in Nederland. De aandacht ligt daarbij op trends en cijfers omtrent aantallen bezoekers, maar er wordt ook gekeken naar het profiel van de kunstbezoeker. Uit het meest recente SCP-onderzoek (2009) blijkt onder meer dat jongeren „oververtegenwoordigd zijn bij de bezoekers van musea, (amateur)toneel, bioscopen en bij de actieve kunstbeoefening”. Een trend is dat tussen 1995 en 2007 „het percentage tieners dat musea, toneel, ballet, cabaret, popmuziek en galeries bezoekt, is gestegen.”

Het sociaal-economisch onderscheid dat het SCP van kunstbezoekers maakt is vrij grof. Er is geen indeling naar inkomen, alleen naar opleidingsniveau.

Maar stel: noem burgers met hbo/ universiteit lid van de elite en iedereen met basisonderwijs/ vmbo potentieel een Henk of Ingrid. Van de eerste groep bezocht in 2007 58 procent jaarlijks een museum. Van de burgers met basisonderwijs of vmbo 19 en 29 procent.

Bij bezoek aan podiumkunsten (toneel, ballet, cabaret, musical, klassieke muziek) lopen de cijfers vergelijkbaar uiteen. Van de Nederlanders met basisonderwijs gaat 26 procent jaarlijks, met vmbo 41 procent en met hbo of universiteit 76 procent.

Van belang is vervolgens om te weten hoe groot die groepen zijn. Als de elite de hoogopgeleide burger is, dan is dat in ieder geval geen kleine, besloten cirkel van mensen. Sterker: Nederland heeft meer hoogopgeleiden dan laagopgeleiden. In 2008 bestond de beroepsbevolking van 7,7 miljoen mensen volgens het CBS uit 30 procent met hbo/universiteit, 7 procent met basisonderwijs en 20 procent met vmbo/mbo.

Het SCP nam ook de omvang van woonplaatsen mee in het onderzoek. Maar inwoners van gemeenten met minder dan honderdduizend inwoners bezoeken even vaak podiumkunsten als zij die in grotere steden wonen.

M.m.v. Floris Don, Elisabeth Heijkoop, Karin de Mik, Sandra Smallenburg, Mischa Spel, Annette Toonen, Herien Wensink.