De comeback van het 'realistische theater'

We hadden al lang geen volkstoneel meer gezien. Het theater met de hapklare emoties, warmbloedige sentimenten en aanstekelijke inhaakliedjes leek verdwenen. Verdrongen door de musicals, misschien. Maar deze week ging de liedjesvoorstelling Omdat ik zoveel van je hou... in première – en het was weer als vanouds: handgeklap bij de klassieke nummers uit De Jantjes, een aandachtige stilte tijdens de stormnachtscène van de vissersvrouwen in Op hoop van zegen en meedeinen bij Jordaan-liedjes. Zo was het vroeger ook, toen er nog volop volkstoneel werd gespeeld.

Omdat ik zoveel van je hou..., dat nu een lange tournee door het land maakt, is geproduceerd door het Nederlands Volkstoneel – een initiatief van Marty Hinrichs, kleinzoon van de toneelleider Jan Nooy die ongeveer honderd jaar geleden de basis legde voor de volkstoneeltraditie. Zijn dochter Beppie Nooy volgde hem in 1955 op. En na haar dood werd de zaak voortgezet door haar drie zonen. Met een combinatie van oude kassuccessen (vooral De Jantjes) en nieuwe stukken die vaak verwezen naar historische gebeurtenissen, probeerden zij het gezelschap op de been te houden. Maar na een mislukte productie in 1991 was het voorbij.

Marty Hinrichs, een van die drie zonen, geeft niet op. Dit liedjesprogramma is het eerste resultaat. Het typeert de theaterdynastie, want van de zes zangers behoren er drie tot de familie: zijn vrouw Hanny Vree, schoonzus Carry Tefsen en dochter Danny Nooy, die dus een achterkleindochter van Jan Nooy is.

Vanaf volgend seizoen moeten er weer echte stukken komen, vindt Hinrichs. Zijn eerste plan is het oude kassucces Rooie Sien. Zijn moeder heeft die rol 1500 keer gespeeld. Er wordt gewerkt aan een musicalversie. Moderner dus, aldus Hinrichs, maar wel volgens het procedé van „de realistische theatervorm die, naar gebleken is, de sterke voorkeur heeft van een groot publiek”.

HENK VAN GELDER