Dat flapje

Het is zo’n twee maanden na zijn laatste onderzoek, maar mijn vriend heeft eindelijk zijn ogen laten laseren. Dat er zo’n tijd tussen zat kwam doordat hij na de de eerste afspraak dacht: „Kom, ik kijk eens op het wereldwijde web om te zien of er nog wat charmante verhalen over mijn kliniek te vinden

Het is zo’n twee maanden na zijn laatste onderzoek, maar mijn vriend heeft eindelijk zijn ogen laten laseren. Dat er zo’n tijd tussen zat kwam doordat hij na de de eerste afspraak dacht: „Kom, ik kijk eens op het wereldwijde web om te zien of er nog wat charmante verhalen over mijn kliniek te vinden zijn.” Om mij even later een website te laten zien die www.hoemijnogenvoorgoedVERBRANDzijn.nl of iets dergelijks geruststellends heette. Hij probeerde dapper de horrorverhalen af te doen met „mensen op internet overdrijven graag” en „als je lang genoeg zoekt vind je waarschijnlijk een reactie van iemand die zegt dat hij door Hitler is gelaserd”, maar het feit dat zijn kliniek als gemiddeld waarderingscijfer een onvoldoende kreeg, baarde hem toch zorgen. Hij belde op om te vertellen dat hij naar een andere kliniek zou gaan. Ze reageerden fijntjes: „U moet niet vergeten dat als wij na een paar jaar een apparaat afschaffen omdat we een betere versie willen, het natuurlijk wel een tweede leven krijgt.” Oftewel: er werd de indruk gewekt dat hij bij een andere kliniek geopereerd zou worden door iets uit de jaren 70 dat met duct tape en fruitkauwgom bij elkaar gehouden werd. Dat zijn de meer chique kanten van marktwerking in de zorg.

De dag voor de operatie mocht hij geen alcohol drinken of aftershave gebruiken. Er stond niet bij waarom. „Misschien heeft de chirurg hele verdrietige herinneringen aan Calvin Klein Eternity?” opperde ik. Als we in de wachtkamer zitten, vraag ik het aan een verpleegster. „Alcohol op je oog stoort met de laser”, verklaart ze. Het is dus vooral gevaarlijk voor de mensen die graag hun oogballen parfumeren.

Dan komt iemand mijn vriend halen voor de operatie. Terwijl ik wacht luister ik naar de mensen naast me, een gezette man met zonnebril die tegen zijn vriend zegt: „En toen schoven ze dat flapje opzij.” „Je ooglid?” vraagt de jongen nieuwsgierig. „Nee… je hoornvlies? Ik heb eigenlijk geen idee.”

Het duurt maar een kwartier en dan is hij terug, zijn ogen klein en een beetje waterig. Na wat onderzoek leer ik dat a) de laser er niet rood en priemend en Star Wars-achtig uit zag, maar diffuus zoals op een housefeest en b) zijn ogen wel open werden gehouden zoals in Clockwork Orange, maar dit helemaal niet vervelend was. Het was niet eng, hij voelde niets en het was zo voorbij. En valium is best wel gaaf.

Behoedzaam leid ik hem naar huis. Zijn ogen moeten rusten en hij heeft ze onder zijn zonnebril gesloten. Als we bij de voordeur zijn doet hij ze voorzichtig heel even open. „Nu moet je iets poëtisch zeggen over hoe je alle blaadjes aan de bomen kunt zien”, zeg ik opgewonden. Hij kijkt me aan. „Het is winter. Maar”, vervolgt hij dan, „als er blaadjes waren, dan had ik ze gezien”.

    • Renske de Greef