Brinkman vs. Bosma

Via EenVandaag lekten gisteren twee notities uit over de toekomst van Wilders’ PVV.

Waar Kamerlid Hero Brinkman meer inspraak wil, is Martin Bosma totaal tegen.

Binnen de PVV van Geert Wilders bestaat fundamentele onenigheid over de inhoudelijke koers en de organisatie van de partij. Twee belangrijke Kamerleden, Hero Brinkman en Martin Bosma, staan daarin lijnrecht tegenover elkaar. Dat blijkt uit interne stukken van beide mannen, die gisteravond via het tv-programma EenVandaag zijn uitgelekt.

Brinkman werkte zijn al langer levende wens voor „democratisering” van de PVV in een notitie van acht pagina’s uit. Volgens hem is de PVV te veel een gesloten one-issue partij, die op een ongezonde manier afhankelijk is van partijleider Wilders. Brinkman denkt dat de partij moet veranderen om „de tand des tijds” te doorstaan. Hij vindt dat de PVV minder moeilijk moet doen over mediacontacten, en leden op een gecontroleerde manier toe moet laten tot de partij, om de inhoudelijke discussie en het vinden van politiek talent gemakkelijker te maken.

Bosma is het zeer oneens met deze ideeën. Invloed van leden levert volgens Bosma geen democratischer partij op, maar wel veel risico’s. Het maakt een partij bureaucratisch en naar binnen gekeerd, en niet meer gericht op de wensen van kiezers. Ook leidt het onvermijdelijk tot interne onenigheid, bijvoorbeeld doordat een „opstandig fractielid [...] via het opruien van de leden” zijn zin probeert te krijgen. Een goede leider zal het „natuurlijk” ook niet opleveren. „De opvolger van een politiek leider is nog nooit uit de gewone leden gekomen!” Een poging tot democratisering zou ook „verdere aanvallen op de partij uitlokken”, schrijft Bosma.

Binnen de huidige fractie, schrijft Brinkman, is er „laten we eerlijk zijn, geen acceptabele vervanging” voor Wilders, mocht hij „gewild of ongewild” geen fractievoorzitter meer zijn. Mocht er toch uit de fractie een opvolger moeten komen, dan loopt het met de PVV niet goed af, denkt Brinkman: „Ik voorspel dat binnen de kortste keren de boel à la LPF uit elkaar gaat vallen.”

Als de fractie niet vrijuit in discussie kan met de achterban, treedt starheid van ideeën op, denkt Brinkman. Om dat te voorkomen moet er een soort ledenstructuur komen. Dan voelen leden zich ook meer betrokken bij hun PVV, en komt vanzelf talent bovendrijven.

Brinkman pleit ook voor een wijziging van de manier waarop de PVV met de islam omgaat. Door de manier waarop Wilders dat doet, en zijn internationale spreekbeurten, ontstaat het beeld dat de PVV niet meer dan een anti-islampartij is. Brinkman: „Ik zou dat ten zeerste betreuren.” One-issue partijen, schrijft Brinkman, zijn „geen lang leven beschoren”. Brinkman zelf vindt, in tegenstelling tot Wilders, dat de islam wel degelijk (deels) een religie is, en niet alleen een politieke ideologie.

Volgens Brinkman klaagt de achterban regelmatig over het gebrek aan zichtbaarheid van PVV’ers. Dat komt door de „knechtende, onvoldoende gedirigeerde en hopeloos vertragende” structuur van het mediabeleid en het gebrek aan een „professionele afdeling voorlichting”. Kamerleden zouden veel vrijer moeten zijn om journalisten te woord te staan. Dat moet ook het beeld tegengaan dat de PVV niet meer is dan een „one man party” van Wilders.