'BlackOps' brengt 650 mln dollar in 5 dagen op

Call of Duty: Black Ops is het best verkochte computerspel ooit in de eerste week na verschijning. Dat heeft uitgever Activision gisteren laten weten.

Het spel heeft 650 miljoen dollar (482 miljoen euro) opgebracht in de eerste vijf dagen. Dat is 100 miljoen dollar meer dan voorganger Call of Duty: Modern Warfare 2, de vorige recordhouder. BlackOps is sinds vorige week dinsdag te koop.

Ondanks de goede openingscijfers voorspellen marktonderzoekers dat de totale verkoopcijfers fors lager gaan uitvallen dan die van Modern Warfare 2, dat in juni van dit jaar twintig miljoen keer was verkocht. Concurrerende games zouden de verkoop remmen.

De nodige ophef, traditioneel goed voor de verkoop van schietspellen, lijkt bij BlackOps te ontbreken. Van Modern Warfare 2 werd in Duitsland nog een aangepaste versie uitbracht, omdat de speler in het spel onschuldige burgers kan doden. In Australië werd een verbod overwogen. Modern Warfare 2 bracht binnen twee maanden meer dan 1 miljard dollar op.

De discussie rond BlackOps, dat zich afspeelt tijdens de Koude Oorlog, beperkte zich tot een boze reactie van Cuba op het level waarin de speler een nog jonge Fidel Castro probeert te vermoorden.

Iets wat de speler overigens niet lukt. Castro, in het spel met sigaar en baard en uitsluitend Engels sprekend, weet te ontsnappen. „De Verenigde Staten proberen op deze manier virtueel voor elkaar te krijgen waar ze vijftig jaar lang niet in geslaagd zijn”, zo stond te lezen op staatswebsite Cubadebate.

Een woordvoerder van Activision laat weten dat het spel „slechts een fictief verhaal vertelt”, geïnspireerd op de Koude Oorlog. „We ambiëren niet de geschiedenis of de rol van personen daarin te verdraaien.”