Ben ik dat? Dat kan niet!

Een sterke vondst geeft de nieuwe

Tomas Lieske: Alles kantelt. Querido, 245 blz. € 18,95

‘Toen de situatie tot me doordrong, dacht ik: shit. Dat heb ik weer. Zullen er ook mensen zijn die bijvoorbeeld een giraffe hier op straat tegenkomen, die ze nog kennen van kantoor, die dan beleefd vraagt hoe het gaat.’ De verstoorde verwondering van Anton Milot is wel te begrijpen. Want wie komt deze 35-jarige Shakespeare-specialist op straat tegen? Zichzelf, in de gedaante van een achtjarige jongen.

Met die ontmoeting heeft Tomas Lieske zichzelf een mooie uitgangspositie verschaft in het begin van zijn zevende roman. Niet dat hij verhult dat de jongen alleen bestaat in de verbeelding van de verteller. Die lijdt aan epilepsie en waanvoorstellingen.

En ook in het vervolg blijkt dat de jongen voor anderen onzichtbaar is, bijvoorbeeld wanneer een hotelmedewerker er maar net van kan worden weerhouden om een zware tas neer te zetten op de plaats waar Milot juist het slapende kind heeft neergelegd. Milot reist door Duitsland voor een reeks theatervoorstellingen. Zijn jongere zelf gaat mee, terwijl het land in de ban is van de aanslagen van de Rote Armee Fraktion.

Beide Antons hebben een groot verdriet: de volwassen Milot verloor vier jaar eerder zijn vrouw bij een verkeersongeluk, de jonge Anton treurt om het vertrek van Rosemarie, het Duitse meisje dat vanaf 1949 bij het gezin Milot in huis woonde. Ze praten over hun ‘gezamenlijke’ verleden. Dat botst. Want de volwassen Milot, platgeslagen door zijn recente verlies, weet niet meer hoe belangrijk Rosemarie kennelijk voor hem was: eigenlijk is hij haar al bijna vergeten.

Sterk aan Alles kantelt is de verhouding die de volwassen Anton zoekt tot zijn achtjarige zelf. Die heeft uiteraard veel weg van een vader-zoonrelatie: een kinderloze stelt zich zijn kinderen altijd voor als zijn eigen jonge zelf. Bovendien was zijn vriendin Robin zwanger toen ze verongelukte. Maar juist omdat hij het kind is, mist hij terughoudendheid in zijn omgang met het kind: hij wil het wassen en uitkleden, tot ongenoegen van de jongen.

Alles blijft in het nette, maar het geeft de roman een aangename spanning. Zal ik hem leren hoe hij zich af moet trekken, vraagt Milot zich af, als hij naakt in bed ligt naast het slapende, blote kind. Dat is dan al geen acht meer, de jongen lijkt mee te groeien met de verhalen die hij vertelt.

Die verhalen over het verleden zijn de hoofdmoot van Alles kantelt. Ze volgen de jeugdjaren van Anton die opgroeit met een archetypische strenge-maar-rechtvaardige vader voor wie hij diepe bewondering koestert, maar met wie hij uiteindelijk in conflict komt. De aanleiding is de Berlijnse Rosemarie, die via een kerkelijke organisatie bij de Milots in huis in Den Haag komt. Ze zou een jaar wonen, blijven, maar dat worden er zes, waarin de wonden die ze in de oorlog heeft opgelopen zichtbaar blijven: ze is gevoelig en moeilijk, sluit zich dagelang op in een kast.

Er groeit iets moois tussen Anton en Rosemarie: van voorzichtig handje-vasthouden tot klassieke initiatiescènes, zoals die waarin het meisje – de vrijpostige van de twee – tijdens een boottochtje haar jurk openknoopt: ‘Haar lachend gezicht, haar hoekige schouders met de aanraakbare deuken ernaast, haar kleine borsten die in de positie achterover moeilijk zichtbaar waren, de leliestengels van haar ribben, de ronde huid over haar heupen, het duivennest tussen haar benen, de bloesemzachtheid van haar dijen die leken te gloeien, haar uitnodigend gespreide armen en haar ontspannen, naar mij uitgestoken geopende benen.’

Het is met gevoel gedaan, maar ook voorspelbaar. Herinneringen aan verlegenheid en prille meisjesborsten zijn nu eenmaal, eh, afgegraasd terrein. Er is niet zo heel veel mis met deze roman – afgezien van ‘verantwoording’ waar ‘verantwoordelijkheid’ wordt bedoeld – maar zeker als Lieske in de slotbladzijden allerlei lijntjes weer bij elkaar laat komen ga je een vorm van avontuurlijkheid missen. Zoals sommige boeken overwritten zijn, is deze roman overcomposed.

Wanneer Anton een classificatie van mensen en dieren maakt (oplopend van ongedierte tot Rosemarie als eenpersoons-topcategorie) wordt die verzonnen hiërarchie een paar scènes later nadrukkelijk bevestigd. De spiegeleffecten tussen de verdwenen Rosemarie en de dode Robin zijn opzichtig, het einde van de verhouding tussen de jongen en het Duitse meisje wordt veel te expliciet geduid.

Wat blijft is de spanning door de dubbele laag die Lieske heeft aangebracht: want als de volwassen Anton zich zijn jongere zelf kan inbeelden, dan kan de kleine jongen zich natuurlijk van alles over de Duitse Rosemarie verbeelden. Nergens weet je zeker wat herinnering is en wat verbeelding, een kwestie waar een gewoon mens ook vaak over in het duister tast. Helaas heeft Lieske geen verhaal gevonden dat sterk genoeg was om zijn vormvondst recht te doen.