'Baas', het meest uitgeleende woord

In Zimbabwe zeggen ze bassopa! voor ‘pas op!’

Het is een van de 17.560 Nederlandse woorden die in andere talen zijn overgenomen.

Rudesakku. Het is een oud Japans woord voor condoom, maar het komt volgens taalkundige Nicoline van der Sijs uit het Nederlands. Hetzelfde geldt voor frikowtu, Sranantongo (Surinaams) voor ‘verkouden’. Bassopa! is ‘pas op’ in de Zimbabweaanse taal Shona en is daar waarschijnlijk vanuit het Afrikaans terechtgekomen.

Vandaag verschijnt het boek Nederlandse Woorden Wereldwijd van Van der Sijs, over Nederlandse leenwoorden in andere talen. Van der Sijs beschrijft 17.560 Nederlandse woorden die in één, maar meestal in meerdere andere talen zijn overgenomen. Frikowtu, bassopa – soms moet je behoorlijk goed naar woorden kijken voordat je ziet dat het gewoon verbasteringen zijn van Nederlandse woorden. Zo is rudesakku vermoedelijk een verbastering van ‘roedezak’, een woord dat overigens in het Nederlands nooit op papier is aangetroffen. Toch is het volgens Van der Sijs aannemelijk dat het woord wel heeft bestaan. En, schrijft ze, het is bekend dat de Nederlanders in de achttiende eeuw veel in Japan kwamen en daar visblazen als condooms gebruikten.

Het is voor het eerst dat zo veel uitgeleende Nederlandse woorden in een boek bij elkaar staan. Van der Sijs heeft met tientallen stagiairs en collega-taalkundigen acht jaar aan het boek gewerkt. In 138 talen, van Chinees tot Turks, speurden zij naar Nederlandse leenwoorden. Van der Sijs doet een eerste poging om grote lijnen te ontdekken in de export van Nederlandse woorden. Ook ontzenuwt zij een aanname: het traditionele beeld dat het vooral scheepvaarttermen uit de Gouden Eeuw zijn geweest die zich sterk hebben verspreid, blijkt niet te kloppen.

Uiteraard zijn er veel Nederlandse woorden terechtgekomen in de voormalige koloniën – alleen al in Suriname zijn er een kleine twintig talen. Daarnaast is er binnen Europa juist in de Middeleeuwen veel Nederlands verspreid, onder andere door de handel en scheepvaart langs de Noord- en Oostzee (de Hanze).

Volgens Van der Sijs zijn er verrassend veel Nederlandse woorden in de Scandinavische talen beland. Daarbij plaatst zij wel de kanttekening dat van veel van deze woorden niet meer goed is uit te maken of ze uit het Nederlands komen of uit het sterk daaraan verwante Nederduits (de dialecten van Noord-Duitsland). Het gaat om woorden als ‘aanklagen’, ‘bevatten’, ‘dwaas’, ‘heimelijk’ en ‘hoogmoedig’, die bijvoorbeeld in het Deens terug te vinden zijn als anklage, befatte, dvask, hemmelig en hovmodig.

Een klein aantal Nederlandse woorden heeft een grote internationale verspreiding gekregen. Daar zijn opvallend veel huis-tuin-en-keuken-woorden bij. Baas, gas, kraan, pomp, pen en bak(je). Blok, glas, boom, schop, schroef en zak.

Baas, het meest uitgeleende woord, is in allerlei Indonesische, Surinaamse en Antilliaanse talen teruggevonden. Dankzij het ervan afgeleide Amerikaans-Engelse boss heeft het zich over een heleboel andere talen verspreid.

Van ‘gas’ is bekend dat het in de zeventiende eeuw is bedacht door de Vlaamse alchemist-scheikundige Jan Baptist van Helmont, die zich liet inspireren door het Griekse ‘chaos’. ‘Gas’ sloeg aan en komt nu in heel veel talen voor. Vergelijk dat met het Italiaans of Frans, schrijft Van der Sijs. De invloed van het Italiaans op de andere talen van Europa heeft vooral betrekking op het bankwezen, muziek en de beeldende kunst. De invloed van het Frans betreft vooral de culinaire traditie, mode en schilderkunst.

Het meest verspreide Nederlandse werkwoord bevestigt het beeld dat onze taal vooral woorden voor dagelijkse, huiselijke dingen uitleende. Dat is het woord ‘strijken’: kleren strijken. Waarom dat werkwoord zo populair is, is nog een raadsel.

Nederlands is overal

Aanklagen

Deens Anklage

Kraan

Russisch Kran

Strijken

Jakartaans Maleis Seterikè

Roedezak

Japans Rudesakku

Schroef

Ests Kruvi

Schop

Japans Sukoppu

Verkouden

Sranantongo Frikowtu