Wen eraan, Nederland is rechts en wordt nog rechtser

De rancune van PVV’ers ten aanzien van progressieven is logisch. Zij hebben immers de gesloten wereld afgebroken, zegt Geert-Jan Kuip.

We hebben het meest rechtse kabinet ooit. Dit kabinet is er gekomen omdat progressieve mensen niets begrijpen van de weerstand die hun open en tolerante houding oproept.

In de psychologie is het gebruikelijk om iemands persoonlijkheid te beschrijven aan de hand van vijf karaktereigenschappen, ook wel de Big Five genoemd. Een van deze eigenschappen betreft de ‘openheid voor ervaringen’, in het Engels aangeduid als openness. Een hoge score hierop valt samen met algehele nieuwsgierigheid en positieve belangstelling voor nieuwe ideeën, moderne kunst, onbekende culturen en soms ook nieuwe soorten drugs.

Een hoge score op de karaktertrek ‘openheid voor ervaringen’ gaat volgens onderzoekers meestal samen met een linkse of in elk geval progressieve politieke voorkeur. Mensen die er laag op scoren, kiezen eerder voor rechtse dan wel conservatieve partijen.

In zijn boek Spent: Sex, Evolution and Consumer Behavior duidt de Amerikaanse evolutionair psycholoog Geoffrey Miller ‘openheid voor ervaringen’ aan als fitness indicator. Mensen die zich zonder vrees aan het onbekende blootstellen, laten daarmee zien aan potentiële partners dat hun lichaam en geest sterk genoeg zijn om de daarmee samenhangende gevaren te doorstaan. ‘Openheid voor ervaringen’ is daarmee ook een risicovolle houding die duidt op geestelijke en lichamelijke kracht.

Je loopt immers gevaar wanneer je je openstelt voor van alles. Denk aan Tanja Nijmeijer, die zich openstelde voor radicaal gedachtegoed en bij de FARC terechtkwam. Of aan mensen die een deel van hun hersenfuncties zijn kwijtgeraakt door experimenteel drugsgebruik. Of aan die keer dat je in totale verwarring achterbleef na het lezen van een boek of het horen van muziek en daardoor je werk twee dagen lang slecht deed, waardoor je bijna je baan kwijtraakte.

In het algemeen kun je stellen dat het beter is om niet al te gretig het onbekende op te zoeken als je niet al te sterk of slim bent. Leven in deze safe modus is misschien niet spannend, maar je valt minder snel ten prooi aan ziektes, verwarring, eenzaamheid of psychoses.

In Nederland hebben gesloten mensen een probleem: hun habitat verdwijnt. De leefomgeving die zich kenmerkt door vertrouwdheid en voorspelbaarheid, waar je je niet hoeft open te stellen voor nieuwe dingen, is al sinds de oorlog in alle opzichten aan de verliezende hand. Je zou dit kunnen aanduiden als voortgaande modernisering, maar het is belangrijk om de zichtbare verschijnselen wat beter in kaart te brengen. Dan wordt ook duidelijk hoe totaal die verdwijning is.

De teloorgang van dorpen. Dorpen zijn fantastische plekken voor gesloten mensen. Voorwaarde is wel dat er zoiets is als een dorpsgemeenschap en dat er niet te veel mensen vertrekken. Dat is bijna nergens meer het geval.

Hogere percentages studenten. Studeren is min of meer de norm geworden. Vroeger had je op een feestje één neefje dat culturele antropologie studeerde, nu vijf. En ze houden niet op te vertellen over hun nieuwe inzichten.

Immigratie. Een multiculturele omgeving verkleint het onderlinge vertrouwen tussen mensen en maakt de omgang met elkaar ingewikkelder. Open mensen beschikken over een groter incasseringsvermogen voor dit soort ongemak en zien het als ‘verrijking’. Voor gesloten mensen is het rampzalig.

Flexibilisering van de arbeid. Veel wisselen van werkomgeving vraagt om een behoorlijke openheid voor ervaringen. Voor mensen met een lage openness is het bepaald geen pretje.

De statusdaling van vakmanschap. Vakmensen representeren een soort vaardigheid waarvoor een hoge mate van openheid geen vereiste is. Je hoeft niet belezen of verlicht te zijn om een werkende stuwdam of een op maat gemaakte tafel te bouwen. Maar wanneer je in Nederland op straat vraagt naar een naam van een nog in leven zijnde belangrijke ingenieur, blijft het stil.

Televisie. Cultuurministers vertellen dat het publieke net bedoeld is voor interessante programma’s waarnaar niet zo veel mensen kijken. Dat zijn altijd programma’s met een hoog openness-gehalte. Zenders voor gesloten mensen zitten verder op de afstandsbediening.

De PVV scoort waar gesloten mensen bang zijn hun habitat te verliezen en worden gedwongen om meer ‘openheid voor ervaringen’ aan de dag te leggen dan waar ze zich geestelijk en lichamelijk toe in staat achten. Openness als pose, als manier om te getuigen van morele of seksuele superioriteit, roept bij PVV’ers diepe gevoelens van rancune op. Als vervolgens de mogelijkheid ontbreekt om je aan deze vernedering te onttrekken, rest er niets anders dan de frontale aanval, te beginnen met de heilige huisjes van de progressiviteit.

Progressieve partijen zouden graag de kiezers terugwinnen die zijn weggelopen naar de PVV en de SP, maar de kloof tussen mensen met een grote openheid voor ervaringen en de achterblijvers is definitief. De achterblijvers zullen, samen met hun politieke leiders, proberen om hun gesloten habitat in ere te herstellen. Aan progressieven hebben ze niets – die hebben hun succes te danken aan de afbraak van die wereld. Wilders heeft al punten gescoord voor Henk en Ingrid, bijvoorbeeld door de versoepeling van het ontslagrecht te weren uit het regeerakkoord.

Misschien kunnen verlichte geesten uit progressieve hoek de gesloten habitat weer een kans geven, zonder dat gelijk de economie, de rechtsstaat of het culturele leven in elkaar dondert. Dat zijn ze Nederland eigenlijk wel verplicht. Als je iets stuk hebt gemaakt, moet je het ook weer repareren.

Geert-Jan Kuip (1974) is ondernemer, VVD-stemmer, PVV-sympathisant en oud-redacteur van PvdA-Vlugschrift.