We hebben bèta's nodig, doe er wat aan

Er is een groot verschil tussen wat de maatschappij nodig heeft en wat het onderwijs aflevert. Bevorder daarom de bèta’s, zegt Jeroen van der Veer.

Afgelopen jaar begonnen aan de Universiteit Leiden 450 eerstejaarsstudenten aan de studie psychologie, tegenover slechts 37 eerstejaars scheikunde. Andere universiteiten hebben overeenkomstige cijfers. Nu moeten jonge mensen zeker hun hart volgen bij zoiets belangrijks als de studiekeuze. Maar tegelijkertijd vraag ik me af of deze aantalsverhouding de juiste invulling is voor de kenniseconomie. Kan Nederland met zo weinig chemici de komende decennia de concurrentie aan met China en India?

Tot voor kort was het aantal studenten bij bètastudies nog lager, maar er is een wending ten goede: steeds meer studenten kiezen voor bètawetenschappen en techniek. De houding van jongeren tegenover de technische vakken wordt positiever. Vooral meisjes kiezen steeds vaker voor bèta.

Gelukkig is in ons land een cultuuromslag gaande. Twee op de tien studenten kiezen nu voor een technische studie. Daarmee zitten we internationaal gezien nog altijd beneden het gemiddelde, maar de dalende trend van het vorige decennium is gekeerd. We weten overigens dat zeven op de tien jongeren het talent voor bètastudies hebben.

Als Nederland de komende jaren iets nodig heeft, zijn het bètawetenschappers en technologen. Het tempo van de technologische ontwikkeling ligt nu zo hoog, dat alle technologische kennis die wij gebruiken in vier jaar gedeeltelijk al vernieuwd is. Dat heeft grote gevolgen voor onze maatschappij.

De gevolgen voor de arbeidsmarkt zijn nog groter. Nijpende tekorten worden voorzien op het gebied van techniek en ict. De vergrijzing versterkt de problematiek nog eens – de komende jaren gaan veel technici en bèta’s met pensioen. Het tekort aan technologen kost ons economische groei.

Er bestaat een grote discrepantie tussen wat onze maatschappij nodig heeft en wat het onderwijs aflevert. Het tekort aan bèta’s en technici op de arbeidsmarkt komt onvoldoende tot uitdrukking in het beleid van onderwijsinstellingen. Waarom accepteren we dit?

Ik stel enkele concrete maatregelen voor om te bevorderen dat ons onderwijssysteem meer bèta’s, technologen en technici aflevert.

Het hoger onderwijs krijgt op dit moment financiering naar output, ongeacht wat deze output is. Het Platform Bèta Techniek heeft de afgelopen jaren geëxperimenteerd met het belonen van instellingen die een hoger aantal bèta- en techniekstudenten afleveren. Dat blijkt te werken. Ik roep het nieuwe kabinet op om deze aanpak voort te zetten, te beginnen met de zeventien hogescholen die technische opleidingen aanbieden. Daar kun je morgen al mee beginnen. Het hoeft voor het systeem als geheel geen extra kosten met zich mee te brengen.

Het basis- en voortgezet onderwijs, dat de aanvoer van nieuw talent verzorgt, mag niet worden vergeten. Het Platform Bèta Techniek is van plan te experimenteren met prestatiefinanciering in het voortgezet onderwijs. Een school die een vooraf gegeven norm haalt (55 procent van de leerlingen kiest voor een natuurprofiel) kan dan een bekostigingspremie krijgen.

Het nieuwe kabinet wil de studiefinanciering voor de gehele masterfase afschaffen. Na alle investeringen van de afgelopen jaren willen we de studenten toch niet ontmoedigen om te kiezen voor bèta (waarin de masterstudie meestal twee jaar duurt). Kom bètastudenten daarom tegemoet met minimaal één jaar studiefinanciering in de masterfase, waardoor hun eigen extra investering gelijkblijft aan die van niet-bèta’s.

Het is teleurstellend dat de vraag van de arbeidsmarkt geen rol lijkt te spelen bij bezuinigingen in het onderwijs. Vul het bezuinigingsbeleid arbeidsmarktrelevant in. Dan snijdt het mes aan twee kanten: minder uitgaven én werken aan een evenwichtiger aandeel bèta’s in de uitstroom.

Jeroen van der Veer, oud-president-directeur Shell, is voorzitter van Platform Bèta Techniek. Dit is een bewerking van de toespraak die hij vandaag houdt op het World Forum in Den Haag.