Twintig stukken over moslims: 'Maak ons niet zo bang'

Wekelijks maken we hier een selectie uit de pas verschenen bladen. De Groene over moslims, Vrij Nederland over Rutger Castricum, en 032c over Rei Kawakubo van modehuis Comme des Garçons.

Het heeft iets aandoenlijks, de aankondiging op het omslag van de ‘extra dikke special’ die De Groene Amsterdammer deze week uitbrengt. Over de islam in Nederland: ‘Niet het sentiment, maar de feiten’. Aha! Eindelijk! Alles wat we altijd al wilden weten over de islam, waardevrij op een rijtje. Een handzame gids, de verlossing uit het beklemmende ‘debat’ is nabij.

Zo is het niet, uiteraard. Maar De Groene, sowieso een blad dat geregeld bewondering afdwingt door het soortelijke gewicht van zijn onderwerpkeuze, heeft wel een nummer gemaakt dat van begin tot eind boeit. Lang niet alles is onthullend of origineel – het portret van de op zijn schreden teruggekeerde jihadist Jason W. is al vaker opgetekend. Net als rondetafelgesprekken met moslima’s. Maar het geheel van een twintigtal artikelen over een op zichzelf zo uitgemolken onderwerp is leerzaam, gedegen, en verrassend. Zo is er een mooie reportage over de Fatih-moskee aan de Amsterdamse Rozengracht. Auteur Irene van der Linde was er op het moment dat VVD, CDA en PVV onderhandelden over het regeerakkoord. Uit de mond van Mehmet Yamali, de zachtaardige ‘regelaar’ binnen de moskee, tekende ze op: „Ik weet nog niet wat zij met de moslims gaan doen.”

Meer dan om een waarschuwing over het vermeende fascisme van Wilders slaat de schrik je bij zoveel deemoed om het hart, temeer daar Yamali eraan toevoegt: „Maak ons (...) niet zo bang.”

Daartegenover staat een interview, in Casablanca, met de Marokkaanse antropoloog Mohammed-Sghir Janjar, die misschien een punt heeft als hij stelt dat ‘identiteitskwesties’ zich voordoen „juist omdat moslims bezig zijn Nederlanders te worden”, maar ook zegt dat de opkomst van ‘extreem-rechts’ in Europa niets te maken heeft met de massaliteit van de immigratie. Zo’n uitspraak schreeuwt om weerwerk van de interviewer – dat uitblijft.

Omslagverhaal van concurrent Vrij Nederland is een portret van GeenStijl en PowNed-verslaggever Rutger Castricum, roemrucht wegens zijn interview met oud-minister Ella Vogelaar die weigerde zijn vragen te beantwoorden. Den Haag schijnt ‘Castricum-proof’ te zijn, sinds Mark Rutte op Castricums vraag of ‘we’ nog geneukt hebben, vriendelijk lachend zei dat liever voor zichzelf te houden. Vriendelijkheid (zie ook Yamali) is de remedie voor al onze kwalen.

Veel belangwekkender dan zo’n profiel van Castricum is dat van Rei Kawakubo dat camp-filmer John Waters schreef voor 032c, het Engelstalige cultuurblad afkomstig uit Berlijn. Kawakubo is de Japanse grondlegster van modemerk Comme des Garçons. Waters schreef niet minder dan een essay waarin hij niet alleen een historisch overzicht geeft van het bijna 20-jarige bestaan van het merk, uiteenrafelt wat er fascinerend aan is en de grote invloed ervan beschrijft, maar ook zijn persoonlijke verhouding met de kleren van Kawakubo toelicht.

Waters’ tekst beslaat twaalf dicht beschreven en fotoloze pagina’s. Daarna volgen nog eens twaalf pagina’s over het fenomeen Kawakubo. Vrijwel zonder beeld – en dat terwijl het gaat om mode. Knap. Net als trouwens het hoofdredactionele commentaar van Joerg Koch. Dat telt drie korte zinnen.

Pieter Kottman