Soms straalt een stem

Venetiaanse Vespers door De Nederlandse Bachvereniging. Geh: 16/11 Waalse Kerk, A’dam. Herh.: 18/11 Utrecht, 19/11 Kampen; 20/11 Maastricht ***

De muziekgeschiedenis staat bol van de Eric Lucassens. Neem de Duitse barokcomponist Johann Rosenmüller. Hij was rond 1650 assistent cantor aan de Thomaskirche in Leipzig - dus een voorganger van Bach – maar belandde in het gevang om ‘sodomiterey’ met koorknapen. Rosenmüller vluchtte naar Venetië, waar hij zich toelegde op componeren.

Rosenmüllers muziek vormt deze week de hoofdmoot van het programma Venetiaanse Vespers door de Nederlandse Bachvereniging. Thematisch is het een voorloper van het Kerstprogramma van de Bachvereniging, dat volgende maand is gewijd aan de Mariavespers van Monteverdi.

Rosenmüller nam zijn vlucht naar het Zuiden niet licht op. De vijf Latijnse psalmen en het Magnificat die door de Bachvereniging zijn samengevoegd tot één vesperdienst, klinken rijk en Italiaans. In de soms meerkorige opzet, de treffende woordschilderingen (theorbes schetsen met donderend snarenspel instortende gebouwen op de Dag des Oordeels) en de rijkheid van strijkers met praaltrombones en -cornetten.

Dirigent Jos van Veldhoven selecteerde acht zangers, die de partijen solistisch wisselend invullen. Soms straalt een stem, soms klinkt er een wat herfstig-gruizig, soms is een duet van onaardse schoonheid – in Rosenmüillers tijd zal het niet anders zijn geweest.

Maar, opmerkelijk, aan “authenticiteit” denk je juist niet bij dit programma. Rosenmüllers muziek sprankelt en swingt en is daarin tijdloos aansprekend. Het met zichtbaar plezier duelleren en duetteren van Fred Jacobs en Mike Fentross op hun theorbes onderstreept die feestelijkheid.