Ouders dragen hun vrijheid als een kruis

Jonathan Franzens roman Vrijheid gaat over het ongemak van grenzeloze vrijheid.

Deze gedachte is het uitgangspunt van een serie. Deel 3: gezin en vrijheid.

Arnon Grunberg ging afgelopen zomer met een gezin op vakantie om te zien hoe mensen dat doen, als gezin functioneren. Wat hem opviel: hoeveel door de kinderen werd bepaald. Exemplarisch was dat de ouders geen seks hadden. Dat verbaasde Grunberg: je gaat toch op vakantie om seks te hebben? Iedereen met kinderen weet beter.

Andersom voel je je als kind voor je leven verbonden met degene die jou heeft voortgebracht. Ook mensen die hebben gebroken met hun ouders blijven gebonden omdat ze worden gedefinieerd door de weggesnoeide plekken in hun stamboom.

Die magnetische kracht tussen ouder en kind, positief dan wel negatief, verhoudt zich soms moeizaam tot de hedendaagse opdracht vrij te zijn. Deze spanning vormt de kern van Jonathan Franzens roman Vrijheid waarin het draait om de dynamiek van het vierkoppige gezin Berglund.

Op de vraag waarom Franzen wederom het gezin als biotoop heeft gekozen antwoordde hij: „Family is how I make sense of the world.” En dat geldt waarschijnlijk voor de meeste mensen. Zelfs degenen die niet tot over hun oren in familiegeweld verkeren hebben wel ergens een vader, een halfzus of een oudoom, of ervaren het gemis van een weggelopen moeder of een gestorven broer.

Het verklaart misschien waarom het boek een razend succes is. Blijkbaar heeft Franzen iets geraakt met dit verhaal over een man en een vrouw wier huwelijk eerder het gevolg is van een lullige samenloop van omstandigheden dan dat er een knetterende vlam oversloeg, en dat grotendeels uit een aaneenschakeling beklemmende interacties bestaat – de goedmaakseks daargelaten.

De relatie met hun kinderen hebben ze ieder op geheel eigen wijze verziekt. Moeder overlaadt zoonlief met een karrenvracht liefde die misschien voor iemand anders was bestemd, terwijl vader zijn minachting over de politieke en morele keuzes van de zoon onverholen laat blijken. Beiden lijden op hun eigen manier aan hun kroost, net zoals ze allebei zijn getekend zijn door hun gezin van herkomst.

Onlangs schreef ik in deze krant over de dubbelzinnige gevoelens van overgave en beklemming die met het ouderschap gepaard kunnen gaan: „Je wilt het liefst drie maanden op reis naar een godverlaten oord, maar als je een weekend van je kind gescheiden bent is het alsof je een been mist. Je voelt de sterke behoefte om je een nacht schandalig te misdragen, om twee uur fiets je – hooguit lichtelijk aangeschoten – naar huis. En hoeveel ruimte geef je aan je werk, stel je je ambities bij of storm je onbevreesd door naar de top? Tot in hoeverre laat je je daarbij beïnvloeden door de maatschappelijke norm en je eigen verlangen?”

De felheid van een deel van de reacties op het artikel was opvallend. Ik moest niet zeuren, anderen niet lastig vallen met mijn luxeprobleempjes. Een verwend nest was ik. Blijkbaar had ik een gevoelige snaar geraakt door te suggereren dat er een schaduwzijde kleeft aan het ouderschap. De nuance waarmee ik dubbelzinnigheid van mijn gevoelens had proberen te omkleden, leek verloren te zijn gegaan in de hevigheid van de emoties van sommige lezers. Aan de liefde voor je kinderen valt niet te tornen. En dat is nu precies waar het me om te doen was: dat die gevoelens voor je kind zo alomvattend zijn dat ze soms als een wurggreep voelen in een tijd van hyperindividualisme waarin zelfontplooiing als een religie wordt beleden.

De toon van sommige reacties is tegelijk veelzeggend: het verlangen het beste uit jezelf te halen door je vrijheid optimaal te benutten mag dan het onbetwiste devies zijn, zodra er kinderen in het spel komen dien je een paar toontjes lager te zingen. Wees blij dat je überhaupt zwanger kunt worden. Tel je zegeningen met een gezond kind. Had dan een condoom gebruikt. Geen onzinnige opmerkingen. Maar je hoeft het iemand met een kind niet te vertellen. Want met het kind worden de Eeuwige Dankbaarheid en de Eeuwige Angst geboren. Het kind moet gezond blijven, mag geen pijn hebben en niet ongelukkig zijn. Als het goed gaat, ben je dankbaar tot in het diepst van je wezen, en wacht je lijdzaam op het moment dat het verkeerd gaat. Deze angst – die in min of meerdere mate bewust wordt ervaren – verandert je voorgoed: je denkt, doet en voelt anders. Je neemt jezelf en de wereld om je heen anders waar.

Er zijn mensen die niet meer naar het Journaal kunnen kijken, die voor het eerst een vaste baan nemen, stoppen met roken, kaartjes gaan sturen met verjaardagen. En dat zijn enkel de kleine, oppervlakkige dingen. Na verloop van tijd went het ouderschap. Er wordt weer af en toe een sigaret gerookt of te veel gedronken, nare nieuwsberichten grijpen je minder naar de keel. Maar nog steeds ben je niet degene die je was voordat er iemand met de helft van jouw genen op de wereld rondwandelde.

Wanneer je de wereld bekijkt vanuit het perspectief van het gezin, familie, wordt duidelijk hoe fnuikend ongebreidelde vrijheidsdrang kan zijn. Het gezin en vrijheid sluiten elkaar per definitie uit en dat maakt het soms moeilijk laveren tussen wat je een eigen leven kunt noemen, en het leven als moeder of vader – met frustratie en kritiek als gevolg, doordat beide levens nooit volledig worden geleid. Diegene die dat nu aan den lijve ondervinden zijn de vrouwen die een balans proberen te vinden tussen werk en zorg voor het gezin en die ervoor kiezen, deels, voor hun kinderen te zorgen. Deze groep kreeg onlangs weer een draai om de oren, dit keer van Elma Drayer die in haar boek Verwende prinsesjes de vloer aanveegt met de volgens haar gemakzuchtige en verwende deeltijdvrouw.

Het standpunt dat Drayer vertegenwoordigt, gaat voorbij aan de onvrijheid die bij het gezinsleven hoort. Sterker, ze vergroot die kramp door deze te ontkennen. Je bent vrij, maak er wat van! Juist die dwang jezelf te ontplooien, kan ertoe leiden dat mensen vastlopen. De vriendin die me laatst met lichte schroom bekende ingestort te zijn doordat ze te veel hooi op haar vork had genomen – drie kinderen, een (deeltijd)opleiding en een nieuwe (deeltijd)baan – staat zeker niet alleen, blijkt uit gegevens over vrouwen en overspannenheid.

Uit een onderzoek van de Volkskrant (2008) bleek bijvoorbeeld dat 30 procent van de vrouwen onder de veertig zich weleens ziek meldt vanwege ernstige stress; bij vrouwen ouder dan veertig is dat 46 procent.

Gevolg van het zelfontplooiingsdogma is misschien wel dat we onze vrijheid zijn gaan dragen als een kruis. Gingen we al gebukt onder het juk te moeten excelleren – artistiek, financieel, maatschappelijk of anderszins –, een kind brengt allerlei nieuwe vragen met zich mee. Wat betekent het jezelf te ontwikkelen als het gevolg is dat je je kinderen maar drie uur per dag meemaakt? Hoe maatschappelijk betrokken ben je wanneer je het leeuwendeel van de opvoeding van je kinderen uitbesteedt? Hoe verhoudt de snelheid waarmee je carrière maakt zich tot het plezier de ontwikkeling van je kroost in ieder geval voor een deel van nabij te kunnen aanschouwen? En hoe vrij ben je überhaupt wanneer je wordt gedreven door de drang om te presteren?

Je kunt dit luxeproblemen noemen, je kunt mensen wegzetten als verwende nesten. Maar dat soort kwalificaties draagt nauwelijks bij aan inzicht in de wijze waarop mensen de eisen van het moderne bestaan ervaren. Gelukkig dat iemand daar dan af en toe een goede roman over schrijft.

Marte Kaan is freelance journalist, medewerker van deze krant en auteur van ‘Lang leve de liefde’ (uitg. Ambo).

Ze gaf Jessica een normale hoeveelheid moederliefde, maar Joey veel te veel. En ze voelde soms zelf ook wel aan dat ze hem overvoerde, maar ze bleef ermee doorgaan. Deels uit frustratie, omdat ze Walter niet van ganser harte lief kon hebben, en deels uit het wrokkige gevoel dat ze recht had op wat extra glans in haar leven omdat ze als voormalige vedette gevangen zat in het huisvrouwenbestaan.

Fragment uit Vrijheid (pag. 159) van Jonathan Franzen. Vertaling Peter Abelsen, Uitgeverij Prometheus, 592 p., € 27.50

Jonathan Franzen werd in 1959 geboren in Chicago. In 2001 won hij de National Book Award voor zijn bestseller De Correcties. Franzen woont in New York.