Michaela verloor in tien dagen al haar babyvet

Koorts, overgeven, diarree – cholerapatiënten in Haïti balanceren dagenlang op de grens van leven en dood.

Haïtianen vrezen voor wat er nog meer komt.

Dagenlang was het hoogst onzeker of het eenjarige Haïtiaanse meisje Michaela Gasman de cholera waarmee zij was besmet wel zou overleven. Niets hield ze binnen. Overgeven, diaree en daarbovenop nog eens koorts. Haar buik was opgezwollen alsof er een bal in zat. Het meisje leek in tien dagen tijd in rap tempo te krimpen. Haar mollige beentjes en armen, haar bolle wangen – al haar babyvet was verdwenen.

Haar vader Laurent Gasman kreeg pas afgelopen zaterdag te horen dat zijn dochter het zeer waarschijnlijk ging redden. En vooral vandaag was er een grote doorbraak: Michaela had iets gegeten. Een klein beetje weliswaar, maar ze heeft het er niet weer uitgegooid. Michaela Gasman ligt in een opvangkamp voor zware gevallen van cholera in Sarthe, een buurt met industrieterreinen aan de rand van Port-au-Prince. Het is een van de centra die zijn opgericht in de hoofdstad. Na de verwoestende aardbeving in januari, is het land nu getroffen door een cholera-uitbraak.

De ziekte laat een dodelijk spoor achter. De hoofdstad, met talloze tentenkampen waar zo’n 1,3 miljoen aardbevingslachtoffers leven, is daarbij extra kwetsbaar. Het aantal dodelijke slachtoffers is inmiddels opgelopen tot meer dan de duizend.

Wie het kamp betreedt waar Michaela ligt, moet eerst zijn schoenen laten desinfecteren. Een man met een sproeiapparaatje bespuit de zolen. De handen moeten eveneens gewassen geworden. Het ziekencentrum is van Artsen Zonder Grenzen. In een van de tenten zit Laurent Gasman met een kop water met plastic erover om de vliegen weg te houden. De muskieten zijn ook alweer actief. Het seizoen van dengue en malaria is begonnen.

Laurent zit op het bed van zijn dochter. In het midden is een rond gat, waaronder een emmer staat. Naast het bed staan drie in elkaar geschoven emmers. Er zijn zo’n twaalf bezette bedden met gaten en emmers in de tent. De patiënten zijn vrouwen en nog een klein jongetje. Een van de vrouwen zingt een treurig deuntje. Comfortabel zijn de bedden niet. Matrassen mogen niet worden gebruikt omdat die cholera vasthouden. De zieken slapen op hout met een zeil erover. Op en rond Michaela zoemen de vliegen. Ze ligt diep te slapen.

Uit het niets verontschuldigt haar vader zich dat hij er zo oud uitziet. Dat komt door zijn harde leven, zegt hij. Hij is visser. Dagenlang brengt hij onder de genadeloze zon door. Hij blijkt 25 jaar te zijn. Zijn ogen zijn rooddoorlopen. In zijn schoenen en broek zitten gaten, zijn shirt zit onder de vlekken. Laurent Gasman woont in City Soleil, een beruchte sloppenwijk, waar inmiddels meer mensen cholera hebben opgelopen. Daar verbaast de visser zich niet over. Het water is er vaak vies. Mensen wassen zich in de rivier, waar mensen ook hun behoefte doen. Handen wassen na het toilet is er geen gewoonte.

Het is volgens hem wachten op wat er in de rest van de stad gaat gebeuren. Sinds de aardbeving wonen duizenden mensen in kampen, waar de sanitaire voorzieningen ook niet altijd even hygiënisch zijn.

Gasman heeft het geluk aan zijn zijde gehad, denkt hij nu. Het had zomaar anders kunnen aflopen met zijn kleine meisje. Niemand in Haïti die wist wat cholera is. Het bestond hier niet. Toen Michaela ziek werd, kocht hij eerst medicijnen tegen de koorts en de diaree bij de apotheek. Pas later kreeg hij door dat het gevaarlijk was.

Hij zegt: „God heeft ons gestraft. Als één landgenoot 100 dollar heeft, dan is hij te beroerd om dat te delen met iemand die niets heeft. Daarmee roep je vanzelf aardbevingen, orkanen en cholera over je af.”