Mensen blijven menselijk in een onmenselijke situatie

Dekens die netjes opgevouwen op bed liggen en jassen die keurig zijn opgehangen. Dat viel fotograaf Henk Wildschut het meeste op aan de hutjes van illegale immigranten. De ‘huiselijkheid’. Ondanks het besef dat elke dag de laatste zou kunnen zijn.

Wildschut besloot een fotodocumentaire te maken van de onderkomens, als een symbool voor de illegaliteit en om een beeld te schetsen van wat het betekent om buitengesloten te worden. In 2005 bezocht Wildschut voor het eerst de mannen die de sprong naar illegaliteit waagden om hun families te onderhouden. In grote doorgangskampen, zoals het kamp bij Calais waar bovenstaand hutje deel van uitmaakt, wachtten zij geduldig op een kans om de ‘grote oversteek’ naar Groot-Brittannië te maken, het land dat werd beschouwd als hét beloofde land voor de illegale arbeider.

Tussen de bomen achter een villawijk van de Franse kustplaats trof hij overal kleurrijke hutjes aan, gemaakt van dekens, kleding en afval, zorgvuldig aan elkaar geknoopt met stukjes touw en tape. De ‘jungle’, zoals de illegalen het stukje bos noemden, was grofweg ingedeeld in drie sectoren: het Afrikaanse deel, het Indiase deel en het Pakistaans-Afghaanse deel. ’s Nachts rivaliseerden die groepen om een geschikte vrachtwagen te vinden waarin – of waaronder – zij stiekem mee konden reizen naar het Britse vasteland.

Tijdens zijn laatste bezoek aan het illegale kamp bij Calais afgelopen september merkte Wildschut op dat er bijna niemand meer is. De paar Afghaanse jongens die er nog waren vertelden dat de situatie uitzichtsloos was geworden. De politie ‘bezocht’ de kampen meerdere malen per dag. Ze zouden de overgebleven mensen uit hun slaap houden en opjagen, net zolang totdat ze het zouden opgeven. Met als gevolg dat het probleem zich heeft verplaatst naar de haven van Duinkerken, waar nieuwe kampen zijn ontstaan.

Vandaag wordt het boek ‘Shelters’ van Henk Wildschut gepresenteerd in Parijs tijdens het fotofestival ‘Paris Photo’.